De Brachypodium distachyon, een kortsteel uit de grassenfamilie, stelt niet zo heel veel voor. Deze grassoort groeit in Zuid-Europa en het Midden-Oosten, maar wordt door boeren als onkruid gezien. Toch kan de distachyon de productie van voeding en biobrandstoffen stimuleren. Het geheim ligt in de genetische code van het groene gras.

In tegenstelling tot andere grassen heeft de distachyon een gemakkelijk te manipuleren genetische code. Wetenschappers kunnen de distachyon gebruiken om nuttige grassen te begrijpen, die vaak een complexere genetische code hebben.

“Het is gemakkelijk om te werken met de distachyon en de grassoort is erg klein”, vertelt Todd Mockler van de Oregon staatsuniversiteit. “De planten groeien gemakkelijk, zijn goed te bestuderen en hebben een kort leven. Wat we leren van de Bracypodium distachyon kunnen we gebruiken om andere planten te begrijpen.”

De Brachypodium is het eerste lid van de subfamilie van grassen: de Pooideae. Andere leden van deze subfamilie zijn tarwe en gerst. Zij kunnen gebruikt worden voor de productie van voedsel. De grassenfamilie heeft twee andere subfamilies: Ehrhartoideae en Paniccoideae. Leden van deze families zijn mais en rijst. Van deze belangrijke graanproducten zijn de genetische codes bekend.

Wetenschappers hebben de genetische code van de Brachypodium distachyon bekeken. Zo hoopten ze bepaalde genen te identificeren en te begrijpen hoe ze in een organisme werken. Het nieuwe onderzoek wijst uit dat de Brachypodium 25.532 genen heeft. Iets minder dan rijst (28.236 genen) en kafferkoren (27.640 genen). Toch komen de laatste twee grassen 77 procent en 84 procent overeen met de Brachypodium distachyon. Dit toont aan dat de drie grassen 56 tot 72 miljoen jaar geleden een gezamelijke voorouder hadden.