Onderzoekers denken van wel en hebben ‘m nu gedateerd!

In het Bijbelboek Jozua (hoofdstuk 10) staat te lezen hoe Jozua de Israëlieten aanvoert in de strijd tegen hun vijanden: de Amorieten. En Jozua is winnende. Maar het einde van de dag nadert en Jozua wil de klus graag klaren. En dan spreekt hij een gebed uit: “Jozua zei: ‘Zon, sta stil boven de stad Gibeon. En maan, blijf staan boven het Ajjalon-dal.” Zo gebeurde het. De zon en de maan bleven stilstaan.”

Astronomische gebeurtenis
Het is een tekst die onderzoekers al eeuwenlang bezighoudt. Want wat wordt hier nu precies beschreven? Onderzoekers van de universiteit van Cambridge hebben het nog eens uitgezocht. “Als deze woorden een echte observatie beschrijven, dan moet er een enorme astronomische gebeurtenis hebben plaatsgevonden en de vraag voor ons was wat deze tekst nu eigenlijk betekent,” legt onderzoeker Colin Humphreys uit.

Hebreeuws
“Moderne Engelse vertalingen, die de King James-vertaling van 1611 volgen, stellen vaak dat de tekst betekent dat de zon en de maan niet langer bewogen. Maar toen we teruggingen naar de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst, stelden we vast dat het ook zou kunnen betekenen dat de zon en de maan stopten te doen wat ze normaal gesproken doen: ze stopten met schijnen. In deze context kunnen de Hebreeuwse woorden verwijzen naar een zonsverduistering, waarbij de maan tussen de aarde en de zon beweegt en de zon lijkt te stoppen met schijnen. Deze interpretatie wordt onderschreven door het feit dat het Hebreeuwse woord dat vertaald is als ‘sta stil’ dezelfde wortels heeft als het Babylonische woord dat in oude astronomische teksten gebruikt wordt om verduisteringen te beschrijven.”

Jozua beveelt de zon om stil te staan boven Gideon. Een schilderij van de John Martin (via Wikimedia Commons).

Eerdere studies
Het is niet voor het eerst dat onderzoekers de verzen in Jozua 10 verklaren middels een zonsverduistering. Dat gebeurde al eerder, alleen dachten onderzoekers altijd dat het niet mogelijk was om die mogelijkheid verder te verkennen. Het zou onmogelijk zijn om de strijd van Jozua te dateren en vervolgens ook nog uit te rekenen of op dat moment vanuit de standplaats van Jozua (Kanaän) een zonsverduistering zichtbaar was.

Farao Merenptah
Maar de onderzoekers van de universiteit van Cambridge waren niet voor één gat te vangen. Ze pakten er de stele van de Egyptische farao Merenptah bij. Op dit grote granieten blok staan verschillende gebeurtenissen beschreven. En deze stele levert onafhankelijk bewijs dat de Israëlieten tussen 1500 en 1050 voor Christus in Kanaän waren. De grote uitdaging was nu om uit te zoeken of in deze periode zonsverduistering plaatsvonden die vanuit Kanaän te zien waren. Onderzoekers hebben dat al eerder uitgezocht, maar keken daarbij alleen naar totale zonsverduisteringen en die waren in de genoemde periode niet zichtbaar vanuit Kanaän. Humphreys en collega’s besloten ook naar ringvormige zonsverduisteringen (zie kader) te kijken, onder meer omdat in de oudheid zowel voor ringvormige als totale zonsverduisteringen hetzelfde woord werd gebruikt.

Er zijn verschillende typen zonsverduisteringen. Van welk type sprake is, is afhankelijk van de afstand tussen de aarde en de maan. Als die afstand klein is op het moment dat de maan tussen de aarde en de zon in staat, lijkt de maan groter en kan deze de hele zonneschijf bedekken. Dan is er sprake van een complete zonsverduistering. Maar als de afstand wat groter is, lijkt de maan kleiner en slaagt deze er niet in om de zonneschijf helemaal te bedekken. In dat geval zien we – als de maan helemaal voor de zon staat – nog het lichtgevende randje van de zon rond de maan. Dat noemen we een ringvormige zonsverduistering.

Berekeningen wijzen vervolgens uit dat er tussen 1500 en 1050 voor Christus één zo’n ringvormige zonsverduistering vanuit Kanaän zichtbaar was. En wel op 30 oktober 1207 voor Christus, in de namiddag. Als de onderzoekers het bij het juiste eind hebben, hebben ze zojuist de oudste beschreven zonsverduistering aangewezen.

Maar dat niet alleen: ze kunnen aan de hand van hun onderzoek ook de regeringsperiode van farao Ramses de Grote en zijn zoon Merenptah heel nauwkeurig vaststellen. Want op de eerder genoemde stele staat ook vermeld dat deze in het vijfde regeerjaar van Merenptah werd opgericht. “Zonsverduisteringen worden vaak gebruikt als een vast punt waarvandaan gebeurtenissen in de oudheid gedateerd kunnen worden,” stelt Hymphreys. De nieuwe berekeningen suggereren dat Merenptah in 1210 of 1209 voor Christus de troon besteeg. Aangezien Egyptische teksten ons vertellen hoelang Merenptah en zijn vader regeerden, zouden we kunnen concluderen dat Ramses de Grote van 1276 tot 1210 voor Christus (+/- 1 jaar) regeerde. En zo nauwkeurig hebben onderzoekers deze regeerperiodes nog nooit kunnen vaststellen.