Door een dergelijk conflict is de kans groot dat het voedsel op het land op raakt. Maar biedt de oceaan misschien nog hoop?

Het is een scenario waar we misschien niet te lang over willen nadenken. Toch is de kans op het uitbreken van een nucleaire oorlog alles behalve nihil. “Veel experts maken zich in toenemende mate zorgen over het risico van een kernoorlog,” vertelt onderzoeker Kim Scherrer aan Scientias.nl. En de gevolgen daarvan zijn groot. Uit een eerdere studie is bijvoorbeeld al gebleken dat met name de landbouw zal worden getroffen, waardoor onze voedselzekerheid sterk wordt aangetast. Maar kunnen we in dat geval onze hoop nog vestigen op vis in de zee?

Kernoorlog
Misschien vraag je je af waarom het belangrijk is om over dit soort doemscenario’s na te denken. Maar volgens Scherrer behoort de kans op het uitbreken van een een nucleaire oorlog zeker tot de mogelijkheden. “Kernwapens worden steeds krachtiger,” zegt ze. Bovendien beschikken steeds meer landen over dergelijke wapens. Dus zolang deze wapens bestaan, is het risico op een nucleaire oorlog reëel. Het is daarom erg belangrijk om de gevolgen ervan te onderzoeken, zodat beleidsmakers geïnformeerde beslissingen kunnen nemen over de toekomst van kernwapens.”


Land
Tot voor kort was het meeste onderzoek naar de nasleep van een desastreuse nucleaire oorlog gericht op de gevolgen op het land. En dat ziet er – zoals te verwachten is – niet best uit. Een kernoorlog – zelfs van beperkte omvang – zal namelijk het klimaat op aarde veranderen wat gevolgen heeft voor onze voedselproductie. Naast natuurlijk de directe dood en vernietiging die grootschalige bombardementen veroorzaken, zal er door een kernoorlog tussen bijvoorbeeld de twee nucleair bewapende vijanden India en Pakistan zo’n vijf miljoen ton roet in de stratosfeer worden gepompt. Deze deeltjes zullen zich over onze hele planeet verspreiden en het zonlicht tegenhouden, waardoor de gemiddelde temperatuur gedurende ten minste vijf jaar met ongeveer 1,8 graden Celsius zal dalen. Dit heeft op zijn beurt aanzienlijke gevolgen voor de productie van ’s werelds vier belangrijkste graangewassen: maïs, tarwe, sojabonen en rijst. Zo zou de opbrengst gemiddeld zo’n 11 procent afnemen. Deze effecten zullen bovendien vijf tot tien jaar later nog steeds worden gevoeld. Het betekent dat zelfs een relatief kleine nucleaire oorlog tot ongekende wereldwijde voedselschaarste zal leiden en waarschijnlijk hongersnoden tot gevolg heeft die meer dan tien jaar kunnen voortduren.

Nucleaire winter
Als er grote hoeveelheden fijnstof door een kernoorlog in de atmosfeer terechtkomen, kan dit leiden tot een zogenoemde nucleaire winter. De roetdeeltjes zullen binnen enkele weken door de wind over de hele wereld worden geblazen. Hierdoor wordt het zonlicht tegengehouden waardoor het erg donker en bovendien behoorlijk koud zal worden. De omstandigheden op onze planeet zullen verre van prettig zijn. Het zal het klimaat op aarde volledig veranderen, waardoor ook het ritme van moessons en El Niño’s in de war wordt geschopt. Zo’n nucleaire winter kan er bovendien voor zorgen dat er minder planten groeien. Dit kan leiden tot voedselschaarste bij zowel mens als dier.

Dit leidde bij de onderzoeksgroep tot een interessante vervolgvraag. “Als het voedsel op het land op zou raken, zou de oceaan dan nog voldoende voedsel herbergen om de wereldbevolking te kunnen voeden?” vragen de onderzoekers zich af. Om de cijfers te kraken, gebruikte het team eerst complexe computersimulaties om in kaart te brengen hoe een grootschalige nucleaire oorlog van invloed zou kunnen zijn op de organismen waar bijna alle zeedieren op vertrouwen. Denk aan plankton, of drijvende organismen; van eencellige algen tot kleine kreeftachtigen zoals krill.

Visserij
Net zoals de graangewassen hebben ook de hierboven genoemde organismen zonlicht nodig om goed te gedijen. En omdat ook de hoeveelheid zonlicht die het oppervlak van de oceaan bereikt na een kernoorlog drastisch zal afnemen, zal er ook minder plankton groeien. De cijfers liegen er niet om. Want de onderzoekers ontdekten dat door een grootschalig nucleair conflict tussen de Verenigde Staten en Rusland, de groei van plankton wereldwijd met zo’n 40 procent zou kunnen afnemen. Als gevolg hiervan zullen veel vissen honger lijden. En dat heeft ook weer consequenties voor de visserij. Zo schat de onderzoeksgroep dat de hoeveelheid vis- en schaaldieren die vissersboten wereldwijd binnen hengelen, door een nucleaire oorlog met wel 30 procent kan worden teruggeschroefd.


Gevolgen van nucleaire oorlog op de oceaan
Als het licht van de zon wordt geblokkeerd, zal de oceaan niet meer hetzelfde zijn. De manier waarop het water in de oceaan beweegt is namelijk onderhevig aan de hoeveelheid warmte die het ontvangt. Het betekent dat kort na een nucleaire oorlog – slechts een jaar later – de oceaan opvallend genoeg eerst minder zuur zal worden. Maar dan, zo’n drie tot vijf jaar later, zal het zoute water kooldioxide uit de lucht beginnen op te slurpen. Hierdoor zal de oceaan enorm verzuren, wat een grote impact zal hebben op koralen, kokkels, oesters en andere schelpdieren. Als de pH-waarde namelijk daalt, zijn er minder carbonaten voor handen waar deze dieren hun schelpen of skeletten van maken. De impact hiervan is enorm. De vraag is namelijk of de genoemde organismen zich aan zo’n grote verandering kunnen aanpassen.

Om dat cijfer wat verder te duiden; het is een drastische afname. “Een afname van 30 procent in de wereldwijde vangst van vis- en schaaldieren zou echt een ernstige verstoring zijn,” legt Scherrer desgevraagd uit. “Tegenwoordig halen 3,2 miljard mensen ongeveer 20 procent van hun gemiddelde inname van dierlijke eiwitten uit vis. Deze mensen zullen dus het hardst getroffen worden. Bovendien denken we dat de afname van de visvangsten waarschijnlijk ernstiger zullen zijn in landen die ver in het noorden en langs de evenaar liggen.”

Het lot ligt in onze handen
De onderzoeker benadrukt echter dat het lot ook gedeeltelijk in onze eigen handen ligt. De genoemde verliezen zijn namelijk niet onvermijdelijk. “Simpel gezegd; als we een einde maken aan overbevissing, zal vis een levende voedselvoorraad kunnen vertegenwoordigen waar we gedurende een tijdelijke klimaatschok op kunnen vertrouwen,” vertelt Scherrer. Dit betekent dus dat als we omschakelen naar duurzamere visserij, we het tij nog enigszins kunnen keren. Een gezonde visserij zou namelijk in staat kunnen zijn om gedurende een aantal cruciale jaren zelfs zo’n 40 procent van de eiwitten te vervangen die mensen momenteel uit landdieren halen. “Bemoedigend is dat veel landen al met succes zijn begonnen om de hoeveelheid vis in de oceaan op een duurzaam niveau terug te brengen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door gemeenschapsgericht beheer, het invoeren van beschermde mariene gebieden en maatregelen omtrent wetenschappelijk bepaalde visquota.”

Kortom…
Op de vraag of de oceaan voldoende vis herbergt om de mensheid na een kernoorlog in voldoende voedsel te voorzien, moet Scherrer ons teleurstellen. “Het antwoord is een duidelijke nee,” zegt ze. “De mensheid is sterk afhankelijk van granen uit de landbouw waar ongeveer 25 tot 30 procent meer voedsel uit voortkomt dan uit de visserij. De bestaande visserij kan dus alleen maar helpen de verliezen op het land te verminderen. Maar als de visbestanden gezond zijn, kunnen ze in een noodsituatie aanzienlijk bijdragen aan de eiwitvoorziening.”

De bevindingen versterken het idee dat zelfs een regionaal beperkte nucleaire oorlog de wereldwijde voedselzekerheid in gevaar zal brengen. “Na een nucleaire oorlog zal de visserij geen wondermiddel zijn, aangezien ze de verliezen op het land niet goed kunnen maken,” onderstreept Scherrer. “Voor wereldleiders en beleidsmakers die onderhandelen over verdragen die de toekomst van kernwapens regelen, is deze kennis erg belangrijk.” Daarnaast benadrukt het onderzoek de voordelen van een goed visbeheer. “Ons onderzoek toont aan dat de voortdurende inspanningen om effectieve beheersmaatregelen in de visserij te implementeren, ook helpen om een buffer op te bouwen voor extreme schokken in het voedselsysteem,” zegt Scherrer. “Onze bevindingen voegen dus nog een sterk argument toe voor het beschermen van vis en om ons in te zetten voor duurzamere visserij. Het verraste ons echt hoe belangrijk goed visbeheer kan zijn als buffer tijdens een voedselcrisis. Eerdere studies hebben aangetoond dat effectieve beheersmaatregelen de aantallen vis in de mondiale oceanen met enkele honderden miljoenen tonnen zouden kunnen verhogen. Maar het ging bij ons pas echt dagen toen we de effecten van een nucleaire oorlog modelleerden. Het werd toen echt duidelijk dat deze extra vissen zouden kunnen dienen als een cruciale voorraad tijdens een wereldwijde voedselnood.”