De Europese infrarode ruimtetelescoop Herschel heeft een bijzondere ontdekking gedaan: een gat in de ruimte. Het gat is gevonden in de nabije omgeving van reflectienevel NGC 1999. De ontdekking vertelt astronomen meer over de laatste fase van het stervormingsproces.

Sterren worden geboren in dichte gas- en stofwolken. Herschel kijkt met zijn infrarode ogen door deze wolken heen, waardoor de telescoop meer te weten komt dan ‘normale’ telescopen.

Op een nieuwe foto van Herschel is een donkere vlek te zien vlak naast NGC 1999 te zien. Donkere vlekken zijn meestal dichte wolken van gas en stof, die het passerende licht blokkeren. Toch is het raar dat Herschel deze vlek ziet, want de infrarode ogen van de telescoop zijn geschikt om door donkere stofwolken heen te kijken. Er zijn twee mogelijkheden: of de wolk is extreem dicht, waardoor infrarood licht niet kan passeren, of er iets anders aan de hand.

Astronomen onderzochten de donkere plek vervolgens met andere telescopen. Wat blijkt: de plek lijkt zwart, omdat het leeg is. Iets heeft een gat geblazen door de wolk. “Niemand heeft ooit eerder een gat zoals deze gezien”, zegt Tom Megeath van de universiteit van Toledo. “Het net zo’n verrassing als dat u er op een dag achterkomt dat wormen onder uw oprijlaan een gigantisch gat hebben gegraven.”

Wetenschappers denken dat jets van jonge sterren in NGC 1999 het gat hebben gecreëerd. Verder onderzoek is nodig om dit te bevestigen.