Een eenvoudige diavoorstelling is binnenkort wellicht genoeg om terroristen te bestrijden. Tenminste: als het aan de wetenschap ligt. Door terroristen te confronteren met plaatjes van mogelijke doelwitten, kunnen de onderzoekers op basis van de hersengolven achterhalen waar, wanneer en met welk doel de terrorist gaat toeslaan.

Volgens de onderzoekers is de nieuwe methode ook zeer geschikt voor andere misdadigers. Zo is bijvoorbeeld kort voor vrijlating van een gevangene gemakkelijk te achterhalen of hij zijn voorwaardelijk zal schenden of niet.

Stimuli
“Wij gaven de proefpersonen stimuli: rationele mogelijkheden van wat zij in de toekomst konden gaan doen,” vertelt onderzoeker J. Peter Rosenfeld. “Ze zaten in een stoel, we maakten een opname van de hersengolven en lieten ze naar een scherm kijken.” De onderzoekers richtten zich met name op de hersengolven die een onwillekeurige reactie op de beelden vormden. Hoe sterker de proefpersoon op een bepaald beeld (oftewel doelwit) reageerde, des te sterker ook de hersengolven waren.

Experiment
De onderzoekers verdeelden een groep proefpersonen in tweeën. De ene groep plande een vakantie en de andere groep plande een terroristische aanslag. Daarna kregen alle proefpersonen beelden te zien van vakantiebestemmingen, doelwitten en andere willekeurige plaatsen. Wanneer de ‘terroristen’ een foto zagen van de stad die ze wilden aanvallen, was dat aan de hersengolven te zien. Datzelfde gold voor de andere groep en hun vakantiebestemming.

Terrorist of vakantieganger?
Opvallend genoeg wisten de onderzoekers de vakantiegangers perfect van de terroristen te onderscheiden. Geen enkele vakantieganger werd ondanks de reactie op de vakantiebestemming als terrorist aangezien. Dat heeft alles te maken met de getoonde beelden. Een terrorist en een vakantieganger die beiden Amsterdam op het oog hebben, reageren daar allebei op. Maar een foto die weer alles te maken heeft met bommen zal bij de vakantieganger geen reactie opleveren, terwijl de terrorist die met een bom naar Amsterdam wil afreizen daar onwillekeurig wel op reageert.

Waar en hoe?
Door de sterkte van de hersengolven van de terroristen te vergelijken, konden de wetenschappers vast stellen welke terrorist het op welke stad had voorzien. Ook kon bepaald worden waar de aanval werd voorbereid en hoe de terroristen de aanval wilden uitvoeren.

Planning
Volgens de onderzoekers zijn de hersengolven bij een echte terrorist nog duidelijker. Deze nep-terroristen hadden dertig minuten de tijd gehad om hun aanval te plannen. Echte terroristen plannen de aanval vaak weken of maanden van tevoren. Zij zullen dan ook nog sterker op bepaalde beelden reageren.

Trucje
Het is mogelijk om de onderzoekers voor de gek te houden, zo toonden zij zelf aan. Stel: een terrorist wil een aanslag plegen op Amsterdam. Dan is het voor hem handig als hij in de test de aandacht daarvan af kan leiden. Hij weet dat hij onbewust sowieso op Amsterdam gaat reageren, dus is er maar één oplossing: ook op andere steden reageren. Zo zou een terrorist bewust op Rotterdam kunnen reageren door zodra hij dat plaatje ziet even heel hard aan iets anders te denken. Dat levert hersengolven op die door de onderzoekers onterecht als verdacht worden beschouwd. Natuurlijk zijn de wetenschappers op zo’n trucje voorbereid. Volgens hun artikel in het blad Psychophysiology zijn ze in staat om 83 procent van alle nep-reacties uit te filteren.

Expert Gershon Ben-Shakhar was niet bij het onderzoek betrokken, maar is desalniettemin onder de indruk van de resultaten. “Dit nieuwe onderzoek is heel indrukwekkend,” vindt hij. Toch hoeven politieagenten en soldaten niet bang te zijn dat ze dankzij de hersengolven binnenkort werkeloos zijn. Ben-Shakhar wijst er terecht op dat het moeilijk is om iemand die een misdaad heeft begaan op te sporen en dat het wellicht nog moeilijker is om iemand nog voordat hij een misdaad pleegt te pakken. Maar wie weet wat de toekomst brengt…