De huidige omstandigheden aan het oceaanoppervlak zouden al binnen 80 jaar volledig verdwenen kunnen zijn. Maar het is nog geen uitgemaakte zaak.

De wereldwijde oceanen worden momenteel al aanzienlijk aangetast door klimaatverandering. Onze CO2-uitstoot zorgt bijvoorbeeld voor hogere watertemperaturen en verzuring. In een nieuwe studie hebben onderzoekers uitgezocht hoe deze zaken het oceaanoppervlak precies beïnvloeden. En volgens hen zal het overgrote deel misschien nooit meer hetzelfde zijn.

Oceaanoppervlak
Het oceaanoppervlak is de strook zeewater die reikt van waar lucht het water ontmoet tot ongeveer 100 meter diep. Het is een deel van de zee dat rechtstreeks in wisselwerking staat met verhoogde atmosferische CO2-gehaltes. Dat zeewater absorbeert de kooldioxide die in de lucht zit totdat de twee in evenwicht zijn. Dus hoe meer CO2 er in de atmosfeer is, hoe meer er in de oppervlakte-oceaan zit.

Studie
Onderzoekers waren in een nieuwe studie benieuwd hoe het mondiale oceaanoppervlak kan veranderen door klimaatverandering. Om dit te achterhalen, gebruikten ze atmosferische CO2-gegevens. Vervolgens modelleerden ze hoe het wereldwijde oceaanklimaat er tegen het jaar 2100 uit zou kunnen zien onder twee verschillende scenario’s. Het eerste scenario is een gunstiger scenario, waarin de uitstoot piekt in 2050 maar vervolgens afneemt. Het tweede scenario is het gevreesde ‘business-as-usual’-scenario, waarbij er mondiaal geen beperkende maatregelen worden opgelegd om de CO2-uitstoot structureel te beperken en we op huidige voet doorgaan, waardoor de emissies in 2100 een hoogtepunt bereiken. Daarnaast keken de onderzoekers ook terug in de tijd en bestudeerden hoe het bovenste deel van onze oceanen tussen de jaren 1800 en 2000 veranderd is.

Voorgoed veranderd
Uit de bevindingen blijkt dat het oceaanklimaat tijdens de 19e en 20e eeuw niet significant is veranderd. Maar tegen 2100 kunnen de omstandigheden aan het oceaanoppervlak wel voorgoed anders zijn. Als we namelijk niets doen aan onze CO2-uitstoot, ervaart het oceaanoppervlak tegen het einde van deze eeuw aanzienlijk hogere temperaturen en een steeds lagere pH-waarde. En dat is met name nadelig voor schelpdiertjes. In zuurder water kunnen de meeste schelpdiertjes – zoals oesters en slakken – en koralen namelijk moeilijker kalk aan het water onttrekken. Dat komt omdat kalk eerder oplost in zuurder water. “De klimaten die aan het verdwijnen zijn, zijn die met een hogere pH,” licht onderzoeker Katie Lotterhos toe. “En het zijn juist deze omstandigheden waarin organismen het gemakkelijkst schelpen kunnen maken.”

Binnen tachtig jaar
De onderzoekers stellen in hun studie dat in het ergste geval 95 procent van de huidige heersende omstandigheden aan het oceaanoppervlak binnen tachtig jaar volledig verdwenen kan zijn. Het betekent dat als we niets doen aan onze CO2-uitstoot, het bovenste deel van de oceanen misschien nooit meer hetzelfde zal zijn. Dat is met name akelig voor de dieren die daar leven en omstandigheden zullen ervaren die ze nooit eerder hebben meegemaakt. Bovendien kunnen schelpdiertjes het behoorlijk lastig krijgen om in zuurder water hun uit kalk bestaande schelp op te bouwen. “In het ergste geval kunnen de schelpen die organismen maken gelijk weer oplossen in het zeewater,” aldus Lotterhos.

Nog niet te laat
Hoewel dit een vrij donker toekomstbeeld is, betogen de onderzoekers dat het nog niet te laat is om er iets aan te doen. Het is dus nog geen uitgemaakte zaak, zo benadrukt Lotterhos. In het gunstigere scenario zal naar verwachting ongeveer 35 procent van de bestaande omstandigheden aan het oceaanoppervlak verdwijnen. “Het is best verrassend dat er zo’n verschil zit in de prognoses,” zegt Lotterhos. “Mitigatie is erg belangrijk en kan echt een groot verschil maken.”

Onderhevig aan verandering
Hoewel de omstandigheden aan het oceaanoppervlak op dit moment al onderhevig zijn aan verandering, valt het over het geheel gezien nog relatief mee. “Ook al hebben we al opwarming en verzuring meegemaakt, het is niet buiten de proporties van wat soorten de afgelopen 200 jaar hebben meegemaakt,” concludeert Lotterhos. “Pas in de komende tachtig jaar beginnen we de opkomst van nieuwe klimaten te zien. Dus dat biedt een sprankje hoop.”

Op dit moment is er echter nog veel onbekend over hoe oceaandieren precies zullen reageren op verschuivingen in hun omgeving. “Sommige worden misschien niet negatief beïnvloedt,” stelt Lotterhos. Sommige soorten, zoals fytoplankton, kunnen bijvoorbeeld baat hebben bij verhoogde CO2-gehaltes omdat ze het gebruiken voor fotosynthese. Of misschien zullen sommige soorten snel genoeg kunnen evolueren om in nieuwe omstandigheden te vertoeven. “Als we het hebben over klimaatverandering, zijn er winnaars en verliezers,” gaat de onderzoeker verder. “Het kan schadelijk zijn voor sommige soorten en we kunnen verandering verwachten. Maar of alle veranderingen ook negatief zullen zijn… Dat is niet noodzakelijkerwijs het geval.”