Nieuw onderzoek suggereert dat hogere temperaturen en meer UV-straling – zoals we die in de zomer ervaren – het virus niet afremmen.

Net zoals wij een voorkeur hebben voor een bepaald weertype, hebben veel virussen dat ook. Zo verspreiden griepvirussen zich vooral heel goed in koude en/of droge lucht. En SARS – het coronavirus dat in 2003 voor een hoop ellende zorgde – leek bijvoorbeeld juist weer beter te gedijen bij gematigde temperaturen. Aangezien het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2 juist in de wintermaanden de kop opstak, hoopten velen dat het virus er net als het griepvirus een voorkeur voor koude omstandigheden op na zou houden. En dat het aantal besmettingen zodra de lente – met hogere temperaturen en meer zonneschijn – zich zou aandienen, vanzelf zou afnemen. Maar Chinese onderzoekers vegen die hoop nu van tafel.

Het onderzoek
De onderzoekers richtten zich op 224 Chinese steden waarin het nieuwe coronavirus in de afgelopen maanden is opgedoken. Ze achterhaalden – onder meer met behulp van satellieten – de gemiddelde temperatuur, de luchtvochtigheid en UV-straling in elk van deze steden. Het resulteerde – afhankelijke van de hoogte en breedtegraad waarop de Chinese steden lagen – in behoorlijke verschillen.


Vervolgens keken de onderzoekers hoe het virus zich in deze steden verspreidde. Ze richtten zich daarbij op het reproductiegetal. Dit getal onthult op hoeveel mensen een besmet persoon het virus gemiddeld overdraagt. Het vertelt dus iets over de besmettelijkheid van het virus: hoe hoger het reproductiegetal, hoe gemakkelijker het virus zich verspreidt.

Verband
De grote vraag was natuurlijk: is er een verband tussen het reproductiegetal – oftewel het gemak waarmee het virus zich verspreidt – en temperatuur, luchtvochtigheid en/of UV-straling? En is er inderdaad reden om aan te nemen dat dit virus kan worden afgeremd door warmere weersomstandigheden? De onderzoekers kunnen er kort over zijn. “Onze studie onderschrijft de hypothese dat hoge temperaturen en meer UV-straling de overdracht van COVID-19 beperkt, niet.” Zowel een hogere temperatuur als meer UV-straling bleken in de Chinese steden geen invloed te hebben op de snelheid waarmee het virus zich verspreidde. En ook werd er geen significant verband gevonden tussen de luchtvochtigheid en de verspreiding van het virus. En daarmee lijken we er – afgaand op dit onderzoek – niet op te hoeven rekenen dat een warmere lente en mooie zomer ons gaan helpen om ons van dit virus te ontdoen.

Verrassend
Het is best verrassend, zo merken de onderzoekers in hun paper op. “Eerdere resultaten omtrent het verband tussen via de luchtwegen overgedragen infectieziekten en temperatuur suggereerden dat zowel het SARS- als griepvirus bepaalde temperaturen vereisen om te kunnen overleven en dat hogere temperaturen de mate waarin het SARS- en griepvirus zich kunnen verspreiden, beperkt.” En ergens hadden de onderzoekers dat ook verwacht voor dit nieuwe coronavirus. “Maar de resultaten van dit onderzoek volgen het verwachte patroon niet.” Zelfs in zuidelijk gelegen Chinese steden waar de gemiddelde temperatuur overdag boven de 20 graden Celsius uitkwam en de temperatuur soms zelfs de 30 graden oversteeg, verspreidde het virus zich nog steeds heel gemakkelijk.


Onverwachtse patronen
Dat een virus zich niet aan onze verwachtingspatronen houdt, is zeker niet voor het eerst. Als voorbeeld halen wetenschappers MERS aan – eveneens een coronavirus – dat zich op het Arabisch Schiereiland zelfs bij temperaturen van 45 graden Celsius nog kon verspreiden. “Andere nieuwe zoönosen (virussen die van dieren op mensen zijn overgesprongen, red.) zoals ebola of pandemische griepstammen, volgden ook onvoorspelbare patronen.”

De onderzoekers erkennen dat meer onderzoek naar een eventueel verband tussen weersomstandigheden en COVID-19 hard nodig is, om met zekerheid te kunnen zeggen dat we hier niet met een seizoensgebonden virus te maken hebben. En dat vervolgonderzoek komt er ongetwijfeld. Zo wordt er momenteel bijvoorbeeld in Europa met behulp van satellietdata ook al gezocht naar verbanden tussen de verspreiding van het virus en de onder invloed van de aangebroken lente, veranderende weerspatronen.