Calimero zei het al: “Zij zijn groot en ik ben klein en dat is niet eerlijk.” Hij had gelijk. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat grote vogels namelijk veel langer leven dan de kleintjes. Ook vegetarische exemplaren en de vogels op eilanden doen het qua levensduur een stuk beter dan hun tegenhangers.

De geheimen van een lang (en wellicht ook gelukkig) vogelleven zijn in het blad Journal of Zoology te lezen. De onderzoekers bestudeerden honderden vogelsoorten en keken hierbij naar de levensduur, lichaamsgewicht, ecologische en psychologische factoren en gedrag.

Flamingo’s, papegaaien en stormvogels behoren tot de soorten die het langst leven. Sommigen houden het wel dertig jaar vol. Zangvogels, futen en spechten leven het kortst; minder dan tien jaar.

De onderzoekers koppelden lichaamsgewicht, dieet, sociaal gedrag en leefomgeving van de vogels aan elkaar en concludeerden dat diverse factoren de levensduur van het dier beïnvloeden. Grotere vogels worden minder snel opgegeten. Planteneters vinden gemakkelijker voedsel en komen niet zo snel met verschillende ziektes in aanraking. Eilandbewoners hebben minder last van roofdieren. Vogels die in groepen leven kunnen ook nog eens voor elkaar zorgen.

Vogels leven in veel gevallen langer dan zoogdieren. Dat heeft alles te maken met hun mogelijkheid om – zodra gevaar dreigt – weg te vliegen.