Ooit was er Netscape. Al snel nam Microsoft het roer over. Tot vandaag de dag is Internet Explorer de meestgebruikte browser. De laatste jaren snoept Mozilla Firefox steeds meer van het marktaandeel van Microsoft af. Ook Google Chrome doet het de laatste maanden erg goed. Wie gaat de strijd der internetbrowsers winnen?

Het was een slimme zet van Internet Explorer om Windows 95 te bundelen met de browser Internet Explorer. Zo voorkwam het bedrijf dat mensen eerst een andere browser gingen downloaden. Concurrenten hadden het moeilijk om Microsoft bij te benen.

Eind 2009 besloot Microsoft – op aandringen van de Europese commissie – om mensen te laten kiezen voor een browser: het zogenaamde ‘browser ballot’. 170 miljoen computers in de Europese Unie kregen een kans om Internet Explorer te deïnstalleren en te vervangen door een concurrent: Mozilla Firefox, Apple Safari, Opera of Google Chrome. In Groot-Brittanië gebruikt 75 procent Internet Explorer, achttien procent Mozilla Firefox en vijf procent Google Chrome.

Alle bedrijven geven hun internetbrowser gratis weg. De bedrijven verdienen geld aan zoekmachines. In iedere browser is een verwijzing naar een standaard zoekmachine ingebouwd. Als gebruikers een term opzoeken, verdient de desbetreffende internetbrowser een klein percentage voor het bezorgen van een internetgebruiker. Zo verdient Mozilla van Firefox jaarlijks 40 miljoen euro voor het doorsturen van mensen naar Google. Internet Explorer stuurt haar gebruikers naar Bing, de zoekmachine van Microsoft. Google Chrome leidt mensen vanzelfsprekend naar Google.

Google is het eerste bedrijf dat een grootschalige campagne opzet om ervoor te zorgen dat mensen Google Chrome gebruiken. Het Amerikaanse bedrijf gaf tot nu toe wereldwijd vele miljoenen euro’s uit aan advertenties op billboards, internetsites en in kranten. Aangezien Google Chrome pas sinds 2008 bestaat, is het aardig om te zien dat Google al vijf procent van het marktaandeel in handen heeft. Het gaat wereldwijd mogelijk om tientallen miljoenen internetgebruikers.

Eerlijk is eerlijk: de browsers verschillen niet zoveel van elkaar. Mozilla Firefox is een snelle, klassieke browser met veel handige features, zoals add-ons. Gebruikers kunnen gemakkelijk zogenaamde add-ons toevoegen, om het browsen te vergemakkelijken. Zo is er een add-on om advertenties te blokkeren of om nog sneller afbeeldingen te laden. Google Chrome is minimalistisch qua design en laadt javascript zeer snel. De browser heeft één vak voor zowel het intypen van url’s als zoeken. Internet Explorer is een fractie trager, maar blinkt uit in privacy.

Dit jaar lanceert Google haar eigen besturingssysteem: Chrome OS. Dit besturingssysteem is gebouwd rondom Google Chrome en zal het marktaandeel van Chrome nog meer opschroeven.

Consumenten in Europa zullen dit jaar op de proef worden gesteld. Laten zij hun oude browser varen om voor een nieuwe te kiezen? Wie wordt de winnaar van de strijd om de internetbrowser?