Tenzij je er honderden in huis haalt, is het openzetten van een raam eigenlijk altijd vele malen efficiënter.

Planten staan natuurlijk heel gezellig in huis. Maar jarenlang werd aangenomen dat ze ook een belangrijke functie hadden. Zo zouden ze de luchtkwaliteit in huis verbeteren. Maar dat laatste is niet langer een reden om naar het tuincentrum te rijden, zo stellen onderzoekers in het blad Journal of Exposure Science & Environmental Epidemiology. Ze baseren zich op een kritische analyse van maar liefst twaalf studies en 196 experimenten die in de afgelopen 30 jaar zijn uitgevoerd.

Het onderzoek
Tijdens veel van die experimenten werd een plant in een kleine, afgesloten ruimte gezet, waarna onderzoekers er zogenoemde vluchtige organische stoffen in loslieten en keken hoe snel de plant deze opruimde. Nu is het zo dat de planten in de verschillende studies in ruimte van verschillende groottes werden gezet en ook de hoeveelheid vluchtige organische stoffen waarmee de planten te maken kregen, uiteenliepen. Die verschillende variabelen maakt het lastig om de resultaten met elkaar te vergelijken en goed te beoordelen. Daarom berekenden de onderzoekers de resultaten van elk onderzoek om naar CADR, m3 / h, waarbij CADR staat voor Clean Air Delivery Rate. Heel concreet stelden ze voor elk experiment dus vast hoe snel een plant de vluchtige organische stoffen per kubieke meter uit de lucht verwijderde. En dan blijkt dat de verschillende studies een heel eensgezind beeld schetsen. “Planten zijn geweldig, maar ze zuiveren de lucht binnenshuis niet snel genoeg om een effect te hebben op de luchtkwaliteit in je huis of kantooromgeving,” concludeert onderzoeker Michael Waring.


Alle experimenten onthulden dat de snelheid waarmee planten de lucht zuiverden meerdere malen lager lag dan de snelheid waarmee een doorsnee gebouw de lucht ververst. En daarmee is het effect dat planten op de luchtkwaliteit in huis hebben dus verwaarloosbaar, zo stellen de onderzoekers. Sterker nog: het openzetten van een paar ramen is sowieso altijd efficiënter. Tenzij je bereid bent om op elke vierkante meter grondoppervlak een paar planten neer te zetten. Met zo’n hoge concentratie groen kan het luchtzuiverende effect van planten zich namelijk voorzichtig beginnen te meten met dat van een paar open ramen of een ventilatiesysteem.

Afbeelding: Pexels / Pixabay.

Het begon allemaal met…NASA
De onderzoekers rekenen zo ongenadig hard af met een mythe die al jaren hardnekkig stand houdt. Het roept de vraag op hoe die mythe is ontstaan. En waarom deze zo lang door de mensheid is omarmd. Daarvoor moeten we terug naar 1989. Het jaar waarin NASA in de jacht op manieren om de lucht in ruimtestations te zuiveren, de blik op planten richt en middels experimenten aantoont dat planten in staat zijn om kankerverwekkende chemische stoffen uit de lucht te halen. Dat idee ging vervolgens – gesteund door behoorlijk wat vervolgstudies die eveneens aantoonden dat planten de lucht kunnen zuiveren – een eigen leven leiden. Wat daarbij over het hoofd werd gezien, was het feit dat al deze studies werden uitgevoerd in volledig afgesloten ruimtes in laboratoria die eigenlijk in niets te vergelijken zijn met onze huizen of kantoorruimtes, waarin altijd – hetzij door een open raam of een deur die even open en dichtgaat of door kiertjes, gaten of een heus ventilatiesysteem – sprake is van een zekere mate van luchtverversing. “Veel van de onderzoekers die deze studies uitvoerden keken er niet vanuit een milieutechnisch perspectief naar en begrepen niet hoe de ventilatie in gebouwen de interactie aangaat met planten en ze zo samen van invloed zijn op de luchtkwaliteit in huis,” stelt Waring. En ze zagen dus ook over het hoofd dat de impact die planten op de luchtkwaliteit in huis hebben, klein en zelfs verwaarloosbaar is als we kijken naar de impact van een open raam of opengeklapt ventilatierooster.

“Dit is zeker een voorbeeld van hoe wetenschappelijke resultaten door de tijd heen misleidend kunnen zijn of verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden,” aldus Waring. “Maar het is ook een geweldig voorbeeld van hoe wetenschappelijk onderzoek onderzoeksresultaten voortdurend opnieuw moet bestuderen en resultaten kritisch moet bekijken om dichter bij de waarheid te komen en te begrijpen wat er daadwerkelijk rondom ons heen gebeurt.”