www

Wetenschappers hebben het internet bestudeerd en komen met interessante conclusies. Zo blijkt het web op sommige plaatsen – net als een levend organisme – ’s nachts te slapen en is er een verband tussen welvaart en ‘slaperigheid’.

Wereldwijd zijn er vier miljard IPv4-internetadressen te vinden. De onderzoekers pingden gedurende twee maanden elke elf minuten ongeveer 950 miljoen van deze adressen. Ze wilden zo kijken of die adressen door de dag heen altijd even goed te bereiken waren. Dat bleek in sommige delen van de wereld wel het geval te zijn. Maar in andere delen van de wereld – Azië, Zuid-Amerika en het oosten van Europa – bleek het antwoord op de vraag ‘hebben mensen toegang tot het internet?’ door de dag heen te variëren.

Slaperig internet
Terwijl in gebieden als de Verenigde Staten, het zuiden van Afrika en het westen van Europa het internet eigenlijk altijd even goed toegankelijk is, bleek dat in landen als Armenië, Georgië en Wit-Rusland heel anders te zijn. Hier neemt de activiteit van het internet naarmate de dag vordert toe, om ’s avonds weer af te nemen. En ’s nachts ‘slaapt’ het internet (prachtig te zien in onderstaand filmpje, vanaf ongeveer 45 seconden).

Welvaart
Een andere bevinding van de onderzoekers is dat er een sterk verband is tussen wat zij een dagactief internet noemen en het bruto binnenlands product. Hoe rijker een land is, hoe waarschijnlijker het is dat het internet 24 uur per dag werkt.

Het onderzoek moet wetenschappers en beleidsmakers helpen om systemen te ontwikkelen die internetuitval beter kunnen meten en volgen. Door een beeld te krijgen van waar en wanneer het internet slaapt, wordt voorkomen dat die systemen een slapend internet verwarren met een internet dat niet meer werkt. “Het internet is belangrijk in ons leven en in ons werk, of het nu is voor het streamen van films of online kopen van spullen,” vertelt onderzoeker John Heidemann, verbonden aan de University of Southern California. “Het meten van netwerkuitval is een eerste stap in het verbeteren van de betrouwbaarheid van het internet.”