Maar verwacht weinig spektakel; astronomen voorspellen dat deze zonnecyclus rustig zal gaan verlopen.

Onze zon volgt een grofweg 11 jaar durende cyclus, die gekenmerkt wordt door een zonnemaximum en een zonneminimum. Tijdens een zonneminimum is de zon heel rustig en genereert deze weinig zonnevlekken en zonnevlammen. En tijdens een zonnemaximum is de zon juist heel actief. Het laatste zonnemaximum vond plaats in 2014. Sindsdien neemt de activiteit van de zon af en is het dus wachten op het zonneminimum dat tevens het einde van deze 24e zonnecyclus en het begin van een nieuwe – de 25e – zonnecyclus markeert. Eerder voorspelden wetenschappers dat de zonnecyclus zo rond april 2020 ten einde zou komen, maar helemaal zeker was dat niet; het kon – doordat de zon het niet zo nauw neemt met de tijd – ook zomaar zes maanden eerder of later worden.

Zonneminimum
En dus was het afwachten geblazen wanneer de zon weer meer activiteit zou gaan vertonen en we met zekerheid konden zeggen dat het zonneminimum – en daarmee de 24e zonnecyclys – voorbij was. Eerder dit jaar kon je op Scientias.nl lezen dat de zon in december – na een relatief lange rustperiode – opeens weer zonnevlekken begon te produceren. Het deed vermoeden dat het zonneminimum achter de rug was en de zon langzaam weer op stoom kwam.


En NASA kan dat nu – in samenwerking met verschillende onderzoeksinstituten – bevestigen. Er is een nieuwe zonnecyclus aangebroken. En naar verwachting zal de zon in aanloop naar het volgende zonnemaximum – dat naar verwachting in juli 2025 een feit zal zijn – steeds actiever worden.

Over de cijferaanduiding
De activiteit van de zon – die tot uiting komt in de vorm van zonnevlekken – wordt sinds 1755 intensief in de gaten gehouden. Sinds dat jaar ontwaren onderzoekers ook cycli. En de cyclus die we nu net achter de rug hebben, is dan ook de 24e zonnecyclus sinds 1755. In werkelijkheid zijn er natuurlijk al veel meer zonnecycli geweest.

Dat er een nieuwe zonnecyclus is aangebroken, kan zoals gezegd worden afgeleid uit de zonnevlekken op onze moederster. “We houden de weinige, kleine zonnevlekken die de start van een nieuwe cyclus markeren, heel gedetailleerd bij,” vertelt onderzoeker Frédéric Clette, verbonden aan het World Data Center for the Sunspot Index and Long Term Solar Observations, gevestigd in België. “Alleen door de algemene trend over een periode van meerdere maanden vast te stellen, kunnen we bepalen dat het kantelpunt tussen twee cycli bereikt is.”

Links de zon in 2014, tijdens het zonnemaximum. Rechts de zon in 2019, tijdens het zonneminimum. Afbeelding: NASA / SDO.

Rustig
En afgaand op de data van Clette en collega’s kunnen onderzoekers nu dus concluderen dat de 25e zonnecyclus een feit is. Wat die nieuwe zonnecyclus ons brengt, is altijd afwachten. De ene cyclus is namelijk de andere niet. Soms verloopt zo’n cyclus vrij gemoedelijk en is de zon zelfs tijdens het zonnemaximum nog relatief rustig. Maar er zijn ook cycli geweest waarin het zonnemaximum gekenmerkt werd door een hoop onrust op de zon. Die onrust komt tot uiting in veel zonnevlekken, zonnevlammen, en meerdere zogenoemde coronale massa-ejecties per dag. Met name die coronale massa-ejecties kunnen nog weleens venijnig zijn; tijdens deze uitbarstingen op de zon worden energierijke deeltjes en magnetische velden de ruimte ingeslingerd. Deze kunnen behalve een fraai poollicht genereren, ook schade aanrichten aan satellieten in een baan rond de aarde, een gevaar vormen voor astronauten en – in uitzonderlijke gevallen – zelfs voor problemen zorgen op aarde (zie kader).


Onze aarde wordt omringd door een magnetisch veld dat ons onder meer beschermt tegen de grillen van de zon. Maar heel soms schiet dat aardmagnetisch veld tekort. Dat kan gebeuren als er sprake is van een samenloop van omstandigheden die leidt tot een extreme, op de aarde gerichte, uitbarsting op de zon. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 1859. Een coronale massa-ejectie raakte toen de aardse magnetosfeer – de invloedssfeer van het magnetisch veld dat de aarde zelf genereert – waardoor deze verstoord raakte. Het leidde tot het uitvallen van de telegraafverbinding tussen Europa en Amerika. En in 1989 zorgde de zon er zo voor dat een elektriciteitsnetwerk in Canada werd uitgeschakeld en zo’n zes miljoen mensen meer dan negen uur zonder stroom zaten.

Afgaand op wat onderzoekers nu over de zon en zonnecycli weten, verwachten ze echter dat de 25e zonnecyclus – net als de 24e – relatief rustig zal verlopen. Maar dat is geen reden om achterover te leunen, zo benadrukt onderzoeker Doug Biesecker. “Dat het een ondergemiddelde zonnecyclus is, wil niet zeggen dat er geen kans is op extreem ruimteweer (oftewel: extreme omstandigheden in de nabijheid van de aarde, veroorzaakt door de zon, red.).” De zon kan ons altijd verrassen en daarom houden wetenschappers deze voortdurend nauwlettend in de gaten.

Uiteindelijk hopen wetenschappers – door veel onderzoek te doen naar de zonneactiviteit en meer inzicht te krijgen in de mechanismen erachter – in staat te zijn om het ruimteweer gedurende de cyclus vrij nauwkeurig te voorspellen. Als we weten wat de zon voor ons in petto heeft, kunnen we ons daar beter op voorbereiden. “Slecht weer bestaat niet, er is enkel een slechte voorbereiding,” merkt onderzoeker Jake Bleacher op. En voor ruimteweer geldt hetzelfde. “Het ruimteweer is wat het is – het is onze taak om ons erop voor te bereiden.” Dat laatste wordt alleen maar belangrijker naarmate ruimtevaartorganisaties en -bedrijven meer bemande ruimtemissies op poten gaan zetten. Eenmaal buiten het beschermende magnetische veld van de aarde kan extreem ruimteweer – waarbij grote hoeveelheden geladen deeltjes vrijkomen – een enorm gezondheidsrisico vormen voor astronauten en de elektronica waarop zij bouwen.