Trade, not aid. Het is een nobel streven. Maar wanneer ontstond het? En werkt het echt? Een drieluik over eerlijke handel.

Wanneer begon het?
Fair Trade kwam op na de Tweede Wereldoorlog. Particulieren, organisaties en kerken importeerden handwerk vanuit ontwikkelingslanden om het in het westen te verkopen en zo de producenten ervan (arme gezinnen) van geld te voorzien. In de jaren daarna groeide dat steeds verder uit. Er werd niet langer alleen handwerk verkocht, maar ook voedsel. Ook vanuit de ontwikkelingslanden zelf was behoefte aan zo’n regeling met het rijke westen. Vandaar dat deze al snel zelf met het verzoek van ‘Trade, nog aid’ kwamen. Zowel de ontwikkelingslanden als de mensen die zich reeds met Fair Trade bezighielden, waren ervan overtuigd dat ontwikkelingslanden pas echt een kans krijgen als ze het rijke westen tot hun afzetmarkt mogen rekenen. De ontwikkelingslanden zouden bij zo’n geste veel meer baat hebben dan bij de miljarden die jaarlijks aan ontwikkelingshulp worden gespendeerd.

Aan een logo als dit kunt u eerlijke producten herkennen.

Zowel in de Verenigde Staten als Europa kwamen winkels met alleen maar ‘eerlijke’ producten. Consumenten wisten dat ze met deze producten directe steun verleenden aan de arme producenten. Deze konden met de eerlijke prijs die ze voor hun waren kregen, een opleiding volgen, hun gezin onderhouden en investeren in het bedrijf. De koper kreeg er tegelijkertijd een mooi product voor terug dat aan bepaalde eisen voldeed. Zo was er bij de productie rekening gehouden met het milieu en was er geen sprake van kinderarbeid. Het mes sneed dus aan twee kanten.

De eerste Europese winkel met eerlijke producten werd in 1969 in Nederland geopend. Maar het bleef niet bij winkels: er werden logo’s ontwikkeld waarmee Fair Trade-producten duidelijk onderscheiden konden worden van de ‘gewone producten’. Hierdoor konden de eerlijke producten ook hun opwachting maken in bijvoorbeeld supermarkten. Het werd een succes: mensen bleken de producten – ook al waren ze ietsje duurder – graag te kopen.

Hoe zit het nu?
Nog steeds is Fair Trade populair. Ook in Nederland. Zo zijn er anno 2011 bijna 400 Wereldwinkels in ons kleine landje te vinden. Wereldwijd gaat er jaarlijks enorm veel geld in om. In 2008 bedroeg de omzet van alle Fair Trade-winkels wereldwijd 2,9 miljard euro. In Nederland wordt er in deze zaken jaarlijks voor ongeveer 90 miljoen euro verhandeld. Maar het succes blijft niet beperkt tot de winkels. Steeds meer bedrijven kiezen voor Fair Trade-grondstoffen. Zo zijn er steeds meer kledingwinkels die voor duurzaam katoen gaan en koffiehuizen die voor duurzame koffiebonen kiezen.

Werkt het echt?

…Uit onderzoek is gebleken dat Fair Trade-boeren over het algemeen meer produceren en ook een hoger inkomen hebben. Ook investeren ze meer, hebben ze meer zelfvertrouwen en meer kapitaal. Bovendien kunnen ze beter voor zichzelf opkomen en kunnen ze hun kinderen naar school sturen en goede huisvesting bieden. Met name wanneer de agrarische markt het moeilijk heeft, blijven de Fair Trade-boeren dankzij de eerlijke prijzen overeind. En de kwaliteit van leven van de boeren is dankzij de Fair Trade sterk verbeterd, zo stellen onderzoekers.

Waar gaat het heen?
Het gaat dus goed met Fair Trade-producten. Toch zijn er nog wel wat valkuilen als het om de toekomst van Fair Trade gaat. Zo lijken de verkoopcijfers van de Fair Trade-producten heel indrukwekkend, maar schijn bedriegt. Niet de omzet, maar het marktaandeel geeft tenslotte een beter beeld van hoe het nu met de Fair Trade gaat. En dat marktaandeel is klein: enkele procenten. En dat is veel te weinig, zo stelde hoogleraar Ruerd Ruben in 2008 al. Eerlijke handel heeft volgens hem alleen toekomst als dat marktaandeel groeit tot zo’n twintig procent. Anders is het systeem simpelweg te duur.

Uit onderzoeken is gebleken dat ongeveer de helft van alle mensen bereid is om meer te betalen voor een product dat op eerlijke wijze op de markt is gekomen. Daarnaast blijkt dat mensen vertrouwen hebben in de logo’s. Wanneer ze een Fair Trade-logo zien, zijn ze ervan overtuigd dat het product eerlijk is. Daarin ligt de kracht en tegelijkertijd de grootste valkuil van Fair Trade. De laatste tijd is er namelijk nogal wat discussie over wat Fair Trade nu eigenlijk is. Wie mogen wel meedoen en wie niet? Juist nu Fair Trade steeds populairder wordt, zijn er ook steeds grotere bedrijven die op dat succes willen meeliften. En dat kan ten koste gaan van het imago van Fair Trade. Zo bieden steeds meer bedrijven zelf betere voorwaarden aan producenten. Dat gaat buiten Fair Trade om en verzwakt het logo en imago.

Er is dus nog een hoop werk aan de winkel en de Fair Trade is er nog lang niet. Gelukkig voor de boeren moet dit systeem het juist van de kleine beetjes hebben: en met al die kleine beetjes kan het zich nog lang bedruipen. Zeker zolang de consument vol goodwill meer blijft spenderen aan producten met een eerlijk labeltje.