mes

Breinscans van moordenaars vertonen vaak afwijkingen terwijl ons brein voor de geboorte grotendeels al ‘af’ is. Betekent dit dat iemand als koelbloedige killer ter wereld komt en hem een voorbestemd, bloeddorstige lot wacht?

Een seriemoordenaar die 64 bloederige moorden pleegt en geen spijt betuigt wanneer hij gepakt wordt; daar moet wel iets mis bij zijn in het hoofd. Zijn eerste moord gebeurde misschien impulsief en klungelig. Hij was wel in staat van zijn slordigheidfoutjes te leren en plande zijn daden steeds zorgvuldiger. Een kalme, geconcentreerde man in de ogen van zijn collega’s, een sociale charmeur in de ogen van de vrouwen. Ondertussen voelt hij zelf niets en moet hij op brute wijze mensen vermoorden om aan zijn ‘trekken’ te komen. Het leed wat hij zijn slachtoffers aandoet en het verdriet dat de nabestaanden op televisie uiten, doen hem niets. Hoe kan dat? Waarom kan iemand zulke gruweldaden op zijn geweten – als hij dat al heeft – hebben zonder dat hij spijt heeft? Waarom doet een moordenaar wat hij doet? Adrian Raine, hoogleraar neurocriminologie deed tientallen jaren onderzoek naar de biologische en sociale achtergronden van agressief en crimineel gedrag en beantwoordt deze vragen in zijn boek ‘Het gewelddadige brein‘.

Het gen is de basiseenheid van ‘zelfzuchtigheid’, niet het individu.”

Oerdrift
Allereerst is het belangrijk om te weten waar geweld vandaan komt. Adrian Raine legt uit hoe wij mensen zelfzuchtige genenmachines zijn. Ons evolutionaire doel is ons voortplanten. Vrouwen kunnen kinderen baren en mannen willen die kans tot voortplanting zich toe-eigenen. De man moet daarom een aantrekkelijke voortplantingspartner zijn. Een gewelddadige man kan de vrouw beschermen en houdt met zijn imposante houding andere mannen op afstand waardoor hij waarschijnlijk langer leeft. Hij kan dan langer voor de kinderen zorgen. Wat wil een vrouw nog meer dan een man die er is voor haar en haar kinderen? Middelen om van te leven. Tegenwoordig is geld dé hulpbron. ‘Vroeger’ was het voedsel, onderdak en status. Kreeg een man dit niet, gebruikte hij geweld om de middelen zich toe te eigenen. Een mens gaat stiekem heel ver om in leven te blijven en voor nakomelingen te zorgen. Dat mensen eerder dachten dat criminelen en moordenaars een primitief brein hadden, is dan ook niet zo’n hele gekke gedachte. Waar iemands ‘roots’ liggen, heeft ook invloed op de genen die iemand bij zich draagt. De aanwezigheid van voedsel en de manier van opgroeien en dus overleven beïnvloedde hoe mensen zich evolueerden. In díe cultuur en in díe leefomgeving werkte het; bepaald gedrag werd beloond en genen werden hierdoor succesvol doorgegeven. Nu is het afwijkend gedrag. Helaas voor de mensen met die eerder succesvolle genen. Het zijn nu gevaarlijke genen die afgestraft worden. De oerdrift om alles voor voortplanting over te hebben, zit hoe dan ook nog steeds bij ons allemaal diep begraven in onze genen.

Eigen kind doden

Dat mensen hun eigen kind doden is misschien nog wel de meest onbegrijpelijke moord die iemand kan plegen. Ook hiervoor zijn een aantal evolutionaire redenen aan te wijzen. Het kan zijn dat ouders door een tekort aan hulpbronnen niet voor het kind kunnen zorgen; ze moeten zelf ook overleven of ze investeren liever in een ouder kind dat ze al hebben. Als blijkt dat het kind door ziekte de genen niet door kan geven, verdwijnt het nut van voortplanting. Mannen zorgen niet graag voor andermans genen dus wanneer een moeder alleen met een kind achterblijft, kan het kind meer voortplantingssucces in de weg staan. Als de moeder nog jong is – en het aantrekkelijkst voor voortplanting – loopt zij misschien beter genenmateriaal mis. Zelfzuchtige genen dus.

Genen
Hoe kan het dat iemand door zijn genen aangezet wordt tot geweld? Genen die invloed hebben op antisociaal en agressief gedrag reguleren allemaal de neurotransmitters serotonine en dopamine. Deze stofjes kunnen ons ongeremd maken of ons doen verlangen naar een beloning. Neurotransmitters maken deel uit van de informatie die onze hersenen overdraagt. Als het niveau van serotonine en dopamine verandert, verandert onze waarneming en de emoties die we ervaren. Genen kunnen dus leiden tot ‘verkeerde’ niveaus van neurotransmitters die op hun beurt kunnen zorgen voor agressieve gevoelens, gedachten en gedrag. “Geweld is voor 50 procent genetisch,” vertelt Adrian Raine. In zijn boek geeft hij voorbeelden van eeneiige tweelingen die ondanks dat zij apart van elkaar opgroeiden toch ontzettend gewelddadig werden. Of zij nu in een droomgezin in een nette buurt opgroeiden of in een achterbuurt al snel hun eigen boontjes moesten doppen; zij leken wel voorbestemd gewelddadige misdadigers te worden. Toch bepaalt ook de omgeving, voor de andere 50 procent, of iemand gewelddadig wordt of niet. “Sommige genetische invloeden zijn in combinatie met de omgeving en andersom,” legt Raine uit. “Iedere factor verklaart maar een klein percentage in de variatie. Er is niet één factor die beslist wie crimineel wordt en wie niet. Het is een combinatie van al die factoren. Iedere factor, drie procent hier, vijf procent daar, verhoogt de kans of iemand crimineel wordt.”

Emoties
Genen bepalen hoe iemand emoties ervaart. De emoties ontstaan in ons limbisch systeem. Als iemand teveel emotie heeft, kan het weleens uit de hand lopen. “Zo is de amygdala, die onderdeel uitmaakt van het limbisch systeem (rode gebied in onderstaande animatie), veel actiever bij mannen die hun echtgenoot mishandelen. Die mannen kunnen overgevoelig reageren als ze geprovoceerd worden en op dat moment hun echtgenoot slaan.” Een extreme reactie die dus kan komen door een extreme reactie in het limbisch systeem. Of dit systeem vanaf de geboorte zo overgevoelig is, weten wetenschappers niet. “Ik denk wel dat criminaliteit deels een ontwikkelingsstoornis is; dat het brein niet normaal ontwikkelt tijdens de kindertijd en jonge volwassenheidsfase,” zegt Raine. Diepgewortelde ervaringen op jonge leeftijd kunnen naast genen invloed hebben op het limbisch systeem.

Limbic lobe animation

Emoties hebben we allemaal en we worden allemaal wel eens kwaad. Het verschil tussen ons als ‘normale’ mensen en moordenaars is dat iets ons ervan weerhoudt te moorden. De frontale cortex, het onderdeel waarmee we redeneren, zegt ons dat het verkeerd is. “Moordenaars hebben niet een frontale cortex die hun agressieve emoties reguleert,” vertelt Raine. Ze reageren direct op hun emoties. Wat op dat moment in de buurt is, gebruiken ze tegen de persoon die ze iets aan willen doen. Als ze geen geweer hebben, kunnen ze dus kiezen voor een brute afslachting met een mes, vertelt hij.

Wat voelt een seriemoordenaar als hij iemand doodt?

Een kind van elf of twaalf jaar zag hoe een seriemoordenaar andere kinderen in een slaapzaal de keel doorsneed. Het meisje was wakker en keek de moordenaar in zijn ogen. Ze hield haar armen ter bescherming voor haar hals maar de moordenaar zei dat ze deze weg moest halen waarna hij het mes langs haar hals haalde. Het meisje overleefde de mislukte moord en kon navertellen wat ze zag toen ze de moordenaar in zijn ogen keek: “Hij was helemaal leeg. Hij had totaal geen expressie. Ik keek in zijn ogen en er gebeurde niets.”

Geweten
Als een moordenaar wél een normaalwerkende prefrontale cortex heeft en dus wel kan redeneren dat iets niet goed is, kan een slecht werkende amygdala een normale redenatie alsnog in de weg staan. Een moordenaar kan alsnog gewetenloos reageren, geen medelijden hebben voor zijn slachtoffers, en achteraf geen berouw hebben voor zijn daad. Sommige moordenaars hebben een geweten en voelen zich erg schuldig over wat ze gedaan hebben. Psychopathische moordenaars voelen geen schuld en spijt en dat kan twee redenen hebben. “Allereerst werkt het hersendeel waardoor je kunt reflecteren op jezelf, de polar prefrontale cortex, niet goed bij psychopaten,” vertelt de hersenonderzoeker. Dit plekje dat u ook aanwijst als u zegt dat iemand niet goed snik is, is het stukje brein waardoor u normaal gesproken nadenkt over uzelf en of u de dingen doet zoals ‘het hoort’. “Doordat dit stukje niet werkt bij psychopaten, hebben zij een gebrek aan inzicht. En daarom, als ze iets fout doen, ligt dit niet aan hen. Het is de verantwoordelijkheid, de schuld, van anderen.”

Ze moeten mensen vermoorden om die emotionele piek, waar ze zo naar verlangen, te ervaren.”

Lage hartslag

Het blijkt dat gevangenen waaronder koelbloedige moordenaars een lagere hartslag hebben. “Een lage hartslag wordt gezien als een risicofactor van antisociaal gedrag. Je niveau van opwinding/prikkeling is lager dan normaal. Hierdoor zoek je stimulatie om het niveau op te krikken naar normaal.” Delinquenten zitten normaal gesproken onder dat normale niveau en zoeken stimulatie (risicogedrag) om op niveau te komen. “Een lage hartslag weerspiegelt een gebrek aan angst. Als je dat hebt ben je eerder geneigd om regels van de maatschappij te overtreden. Je maakt je geen zorgen over de consequenties, je maakt je geen zorgen over de straf. Je hebt niet dat niveau van vervroegde angst,” zegt Raine. De mensen die een lage hartslag hebben, zijn zich zelf niet bewust dat ze hierdoor stimulatie zoeken of gebrek aan angst hebben. “Ze zijn altijd zo geweest, voor hen is dat normaal,” zegt de hersenonderzoeker. Het is niet zo dat moordenaars met een lage hartslag nóóit stress ervaren. “Als ze bloot worden gesteld aan een levensbedreigende situatie, ervaren ze stress. Maar in eenzelfde situatie ervaart een psychopaat niet zo veel stress als een gemiddeld mens.”

Moraliteit
Een andere reden dat een psychopaat geen schuld voelt, is dat hij letterlijk onbevreesd is. Hij doet wat hij doet en is niet bang voor de eventuele gevolgen of straf. Het blijkt dat de amygdala – het deel dat verantwoordelijk is voor moraliteit, geweten, spijt en schuldgevoel – fysiek achttien procent kleiner is bij psychopaten. Bovendien werkt deze kleinere amygdala niet optimaal. “Wanneer mensen morele beslissingen nemen, is de amygdala flink actief,” vertelt Raine. “Wanneer je denkt aan een regel overtreden, voel je je ongemakkelijk. Dat is je amygdala die geactiveerd is. Maar bij psychopaten die we in een breinscanner leggen en vragen een morele beslissing te nemen, reageert de amygdala niet zoals normaal. Ze voelen niet echt iets zoals angst of opwinding op het moment dat zij iemand vermoorden en het slachtoffer ze met smekende ogen aankijkt. “Psychopaten ervaren emoties niet zoals wij dat doen,” vertelt Raine. “Ze hebben afgestompte emoties door die niet goed functionerende amygdala.” Misschien plegen psychopaten daarom wel van die wandaden; om in contact te kunnen komen met het voelen van enige emotie. Ze moeten meer extreme dingen doen om iets te kunnen voelen. “Sommige moordenaars hebben de behoefte om stimulansen te zoeken in hun leven die ze anders niet zouden hebben. Ze lijden aan een chronisch psychologische onderstimulatie en hun sensatiezoekend gedrag is een manier om hun niveaus van prikkeling ‘normaal’ te maken. Sommigen onder ons worden geprikkeld als ze tijd doorbrengen met vrienden, naar een feestje gaan, iets spannends doen. Anderen moeten mensen vermoorden om die emotionele piek, waar ze zo naar verlangen, te ervaren.”

Waarom schrikt een jarenlange straf in zo'n klein kamertje niet af? Foto: Shearer Family.

Waarom schrikt een jarenlange straf in zo’n klein kamertje niet af? Foto: Shearer Family.

Straf
Een moordenaar met een normaalwerkende prefrontale cortex kan overigens wel van zijn fouten leren. Niet de échte fouten die hij maakt – het vermoorden van mensen – maar de fouten die hij maakt tijdens het moorden. Deze koelbloedige moordenaar met een slecht werkende amygdala leert steeds beter hoe hij mensen kan doden, hoe hij zijn sporen wist en hoe hij mensen kan manipuleren. Het is als het ware een psychopaat met leervermogen. Leren dat moorden en andere gewelddadigheden of misdaden bestraft worden, doen psychopaten echter niet. De amygdala zorgt normaal voor angstconditionering; dat iemand gelijk een onprettig gevoel ervaart wanneer hij weet dat hij iets niet mág doen en zich ‘herinnert’ welke straf hieraan vast zit. Kinderen waarbij angstconditionering op driejarige leeftijd niet leek te werken, bleken op 23-jarige leeftijd al meer veroordeeld te zijn. Wat psychopaten, misdadigers en moordenaars doen geeft ze een beloning. Psychopaten lijken wel verslaafd aan beloning; of dit nu geld is, seks of even voelen dat ze leven wanneer ze dit leven uit een ander zien wegtrekken. “We denken dat psychopaten meer op zoek naar zijn beloningen doordat hun striatum – een hersendeel dat veel betrokken is bij beloningen en reageert op beloningen – fysiek groter is bij hen. Tegelijkertijd is de amygdala, die angst produceert, kleiner. Gevoeliger voor beloning, minder gevoelig voor straf dus.” Dat kan verklaren waarom iemand een winkel overvalt en zich niet druk maakt over de negatieve consequenties (de straf); hij denkt alleen aan de beloning en hoe hij deze kan krijgen.

Liegen
Om hun beloningen binnen te slepen, moeten de psychopaten wel wat moeite doen. “Dat is wat mij zo fascineert: dat psychopaten erg goed zijn in manipuleren, liegen en bedriegen van mensen,” zegt de hoogleraar neurocriminologie. Hoe kan het dat een moordenaar – hoe gek hij ook is – zo goed mensen weet te manipuleren? Hoe kan iemand liegen zonder een spiertje te vertrekken? Vaak hebben psychopathische moordenaars een groter en langer corpus callosum – het verbindingsdeel tussen de linker– en rechter hersenhelft. “Ze hebben niet één, maar twee hemisferen die verantwoordelijk zijn voor hun praatjes,” zegt Raine. Hieraan hebben psychopaten mogelijk hun vlotte babbel te danken. Liegen is echter moeilijk. “Je moet weten wat de ander weet en wat die niet weet. Wat zal hij geloven, wat niet? Je moet kalm overkomen, je motoriek in bedwang houden en niet zitten friemelen van de zenuwen. Je moet de ander recht in zijn ogen kunnen kijken: je wilt hem overtuigen,” legt Raine uit. Om dat te kunnen doen, moet u een erg goede frontale cortex hebben. Dit deel wordt dan ook erg actief op het moment dat u liegt. “Hoe meer verbinding er tussen dat deel van het brein en de overige breindelen is, hoe beter je in staat zult zijn om je emoties en motorische bewegingen te controleren.” Wat Raine en zijn collega’s bij pathologische psychopaten zagen, was dat zij meer witte massa in de frontale cortex hebben. En witte massa is de telefoonbedrading die de frontale cortex, die zo belangrijk is bij liegen, verbindt met andere breindelen. Ook hebben psychopaten vaak een asymmetrische hippocampus. Dit deel is belangrijk voor het ruimtelijk geheugen en ruimtelijk inzicht. Wellicht halen moordenaars die een alibi moeten bedenken daar ook hun voordeel uit. Een asymmetrische hippocampus heeft ook verband met meer agressie. Een onderzoek met ratten toonde aan dat de ratten die op jonge leeftijd veel verhuisden – waardoor de hippocampus (ruimtelijk geheugen) mogelijk asymmetrisch wordt – op latere leeftijd agressiever waren. “Het kan zijn dat de sociale omgeving voor de asymmetrie in de hippocampus zorgt. De sociale omgeving kan het brein veranderen. Een psychopathische manier van leven – veel rondwaren – kan resulteren in de asymmetrie,” vertelt Raine. Uiteindelijk kan iemand agressiever worden en wellicht ook beter liegen.

Je kunt geen hersenscan doen en zeggen of iemand normaal, een verkrachter, een psychopaat of seriemoordenaar is.”

Hét moordbrein

Het ultieme moordbrein waarmee iemand geboren kan worden is kort door Raine samengevat een hersenpan met drie abnormaliteiten: “Een groter striatum gedreven door beloning, een kleinere amygdala of een niet goed werkende amygdala niet reagerend op straf en gebrekkige frontale kwab functionering waardoor iemand niet reageert op emoties en impulsen.”
Succesvolle psychopaten zijn de psychopaten die niet gepakt worden. Zij hebben wel een goed functionerende frontale kwab, een goede stressrespons en goede executieve functies (plannen, vooruitdenken, responsstrategie aanpassen). Ondanks dat ze weten wat ze doen, kunnen ze zich niet inleven en inbeelden hoe het moet voelen om in de situatie van de ander te zijn, vertelt Raine.

Omgeving
Raine benadrukt telkens in zijn boek dat omgeving óók bepaalt of iemand crimineel wordt of niet. Dit geldt dus ook voor moordenaars. Geweld kan in u zitten en wanneer uw omgeving niet mee zit kan dit doorslaggevend zijn. Zo blijken moordenaars vaker dan normaal op erg jonge leeftijd hun moeder verloren te hebben. Maar ook ervaringen, voeding en lichaamsbeweging zijn omgevingsfactoren. De omgeving heeft hoe dan ook invloed op het brein en afwijkende hersenen geven aan dat het gedrag van iemand ook afwijkend kan zijn. Toch kan iemand met dezelfde genen of breinabnormaliteiten heel anders in het leven terecht komen. “Hersenen in beeld brengen is geen diagnostiek,” zegt Raine. “Je kunt geen hersenscan doen en zeggen of iemand normaal, een verkrachter, een psychopaat of seriemoordenaar is. Er zijn geen één op één verbanden te leggen.” De hersenscan van Raine zelf bleek bijvoorbeeld vergelijkbaar te zijn met die van een seriemoordenaar. Maar ondanks hun vergelijkbare achtergrond heeft Raine niet besloten 64 mensen te vermoorden en pas te stoppen wanneer hij bij nummer 64 gepakt werd. Hij had het wel gekund met zijn uitstekende prefrontale cortex, maar hij deed het niet. Raine biecht op dat hij er wél eens aan gedacht heeft iemand te vermoorden. Hij was 27 jaar – volwassen dus – en wilde de examinator van zijn promotieonderzoek vermoorden, omdat deze totaal niets zag in zijn onderzoek en hem kritiek na kritiek gaf. “Ik werd gedeprimeerd, stopte met schrijven terwijl mijn onderzoek af was. Ik dacht dat ik al mijn tijd verspild had en nooit wetenschapper zou worden. Ik wilde hem vermoorden.” Ondanks al zijn wrok deed hij het niet. “Hij woonde ver van mij af in het zuiden van Engeland, ik woonde in het noorden. Maar ik denk dat ik dácht dat ik hem wilde vermoorden, maar wel wist dat moorden niet goed is. Ik had een moraal geweten en wist dat het fout zou zijn. Mijn amygdala functioneert dus normaal.” Waarom de één besluit mensen te vermoorden en de ander niet, is onduidelijk en waarschijnlijk een combinatie van factoren. “Er zijn geen systematische studies die een grote groep seriemoordenaars en hun brein, genen, biologie en sociale achtergrond bestuderen en vergelijken met mensen die geen seriemoordenaar geworden zijn,” legt Raine uit. “We weten wel dat ze vaak man zijn en een bepaalde leeftijd hebben, maar ze kunnen totaal verschillende achtergronden hebben.” Hersenscans kunnen wel aanwijzingen geven – of iemand zich bijvoorbeeld voornamelijk door zijn emotionele, primitieve oerdrift laat leiden zonder na te denken.

Fouten

Van straf deinzen psychopaten niet bepaald terug. Met een kleinere amygdala en slechte angstconditionering laten zij niets tussen hen en hun beloningen in komen. Maar verklaart dit waarom criminelen steeds weer opnieuw fouten maken? Een psychopatische seriemoordenaar leert steeds beter zijn sporen te wissen en hoe hij aan zijn trekken kan komen zonder dat mensen kunnen achterhalen dat hij het was. Draaideurcriminelen lijken minder slim te zijn. Ondanks al hun oefening belanden zij keer op keer weer in de bak; ook als zij steeds dezelfde misdaden begaan. Waarom leren zij het nou nóóit? “Als je feedback krijgt op wat je fout hebt gedaan, kun je van je fouten leren. Maar als je frontale deel van het brein – die dat soort dingen leert – niet goed werkt, kun je dit niet.”

Gerechtigheid
Met zwaardere celstraffen, hogere boetes of kleinere, sobere cellen, houden we die criminelen waarschijnlijk ook niet uit de bak. Maar is straf überhaupt wel eerlijk als blijkt dat iemand geboren wordt met een crimineel, moordlustig brein? “De oorzaken van het gedrag beginnen vroeg in het leven, vaak buiten de macht van de mensen zelf om. Probeer daarom iets te doen aan de factoren die ze aanzetten tot crimineel gedrag: de sociaalpsychologische maar ook de genetisch biologische oorzaken.” Zo kan het brein verbeterd worden door de omgeving te verbeteren met betere voeding en meer lichaamsbeweging. Driejarige kinderen uit alle lagen van de samenleving deden twee jaar mee aan het opgestelde verrijkingsprogramma. Een controlegroep kreeg geen enkele verrijking en had dus normale ervaringen. “Toen ze elf jaar waren, ontdekten we dat het brein van de kinderen die de verrijking hadden gehad, één jaar voorliep.” Het brein was meer geprikkeld, meer alert en meer ontwikkeld. Op 23-jarige leeftijd bleken deze kinderen 34 procent minder vaak crimineel veroordeeld te zijn. “We kunnen dingen doen op jonge leeftijd om de werking van het brein te verbeteren en om later op volwassen leeftijd crimineel gedrag te verminderen. Dus biologie is niet het lot.” Nog eerder beginnen met ‘therapie’ zou nog beter zijn zegt Raine. “Het is dus nooit te vroeg om criminele omgevingen te stoppen, maar het is ook nooit te laat.” Als iemand al de fout in is gegaan door zijn breinabnormaliteiten is er namelijk ook hoop: Zo kan visolie en omega-3 minder agressief maken. “Jonge gevangenen kregen visolie en een controlegroep in dezelfde gevangenis kreeg placebocapsules. Na vijf maanden begingen de visolie-gevangenen 35 procent minder ernstige overtredingen.” Visolie is geen oplossing, maar kan wel een vermindering van problemen geven. Omega-3 maakte kinderen minder antisociaal en agressief. Raine vertelt dat omega-3, een lange aminozuur, cruciaal is voor breinstructuur en breinwerking: het verbetert de cellen en hun werking in het brein. Misschien is dat de reden dat omega-3 werkt. “Als het klopt, kunnen we het gedrag verbeteren door het brein te verbeteren,” zegt Raine. “Omega-3 is geen wondercapsule, maar het is een voorbeeld van hoe we biologie op een humane, acceptabele manier kunnen veranderen.” Een manier waarop slechte hersenen van moordlustige mensen dus enigszins aangepast kunnen worden, zonder straf.

Maar waar ligt dan de grens van ‘excuses’ voor gewelddadig gedrag? Raine vindt dat we met zogenaamde foutjes in de hersenen rekening moeten houden. “We moeten erkennen dat het één van de redenen kan zijn waarom iemand iets doet. De strafgraad moet passen bij de graad van in hoeverre iets buiten de macht van een individu ligt.”

Nieuwsgierig naar het boek van Raine? Bestel het hier direct!