Dat suggereert een nieuw onderzoek naar de schedel van deze oermensen.

Neanderthalers zagen er heel anders uit dan wij moderne mensen. Ze hadden bijvoorbeeld een veel langer gezicht en een aanzienlijk grotere neus. En al jaren proberen onderzoekers dat te verklaren. In het blad Proceedings B doen onderzoekers deze week een nieuwe poging. En hun studie suggereert dat de opvallende gezichtskenmerken van de Neanderthalers te herleiden zijn naar het feit dat deze oermensen gewoon hartstikke druk waren.

Drie hypotheses
Tot voor kort waren er eigenlijk drie hypothesen over de opmerkelijke gelaatskenmerken van de Neanderthaler. De eerste stelt dat het te verklaren is doordat de Neanderthaler een krachtige beet nodig had om voedsel – zoals taai vlees – naar binnen te werken. De tweede hypothese stelt dat de grove gelaatskenmerken ervoor zorgden dat de koude en droge lucht die de Neanderthaler inademde, opgewarmd en bevochtigd werd alvorens deze in de longen belandde. Dat zou van pas zijn gekomen in het koude gebied waar veel Neanderthalers woonden. Een andere hypothese stelt dat de gelaatskenmerken de Neanderthaler in staat stelde om in één ademteug heel veel lucht en dus zuurstof naar binnen te halen. En dat was weer nuttig wanneer de Neanderthalers bijvoorbeeld heel intensief op grote dieren joegen.

Hier zie je hoe lucht door de neusholtes van Neanderthalers en moderne mensen stroomt. Afbeelding: University of New England.

De studie
In het nieuwe onderzoek hebben wetenschappers al deze hypothesen getoetst. Ze gebruikten daarvoor 3D-modellen van de schedel van Neanderthalers, moderne mensen en de primitievere Homo heidelbergensis (waarvan wordt aangenomen dat het een voorouder van de moderne mens en Neanderthaler is). De onderzoekers konden al snel uitsluiten dat het gelaat van de Neanderthalers bijdroeg aan een grotere bijtkracht. Sterker nog: moderne mensen bleken veel meer bijtkracht uit te kunnen oefenen dan de Neanderthalers. Door naar hypothese 2. De modellen wezen uit dat de Neanderthaler beter in staat moet zijn geweest om koude lucht in zijn luchtwegen op te warmen en te bevochtigen dan Homo heidelbergensis. Maar de moderne mens was er nóg beter in, ongeacht of deze nu uit een warm of koud klimaat kwam (het betekent echter nog steeds dat de Neanderthaler beter presteerde dan zijn vermoedelijke voorouder). Door naar hypothese 3. En daar wist de Neanderthaler echt punten te scoren. In vergelijking met de primitievere Homo heidelbergensis en een breed scala aan moderne mensen (van jagers en verzamelaars tot Inuits en moderne mensen uit de IJstijd) waren de Neanderthalers véél beter in staat om via hun neus heel snel lucht in en uit het lichaam te krijgen.

Effectiever
“De ademhaling van de Neanderthalers was bijna twee keer zo effectief als die van moderne mensen,” stelt onderzoeker Stephen Wroe. “Dat betekent dat Neanderthalers veel meer zuurstof in hun systeem konden krijgen alvorens ze hun toevlucht moesten nemen tot mondademhaling (wat met het oog op energieverbruik veel minder efficiënt is, red.). Onze conclusie is dat het onderscheidende Neanderthaler-gezicht een aanpassing is die verband houdt met een extreme, energieke levensstijl. Het kan zijn dat Neanderthalers regelmatig betrokken waren bij inspannende activiteiten, zoals het najagen en doden van grote dieren of het kan simpelweg zijn dat ze veel zuurstof nodig hadden om warm te blijven in hun leefgebied ten tijde van de IJstijd. Of het kan een combinatie daarvan zijn.”

“Neanderthalers zagen er heel anders uit dan wij. Ze waren korter, robuuster en gespierder dan de gemiddelde moderne mens en – dat valt misschien nog wel het meest op – ze hadden grote neuzen en het middelste deel van hun gezicht was langer. Dat laatste is echt een nieuwigheidje onder Neanderthalers, een specialisatie waarmee ze zich onderscheiden, niet alleen van ons, maar ook van hun voorouders.”