Tijdens de Apollo-missies plaatsten astronauten maanspiegels op het oppervlak van de maan. Wetenschappers op aarde vuren regelmatig fotonen af op de spiegels en komen zo veel te weten over de meest uiteenlopende zaken. Er is één vraag die wetenschappers bezighoudt: waarom daalt de reflectiviteit van de spiegels met een factor tien tijdens volle maan?

De eerste maanspiegel werd in 1969 geplaatst tijdens de Apollo 11 missie. Daarna zijn er meer spiegels geplaatst tijdens de Apollo 14 en 15 missies, maar ook tijdens enkele Russische missies, zoals Lunakhod 1 en 2.

Wanneer astronomen honderd biljard fotonen afvuren met één laserpuls, komt er één foton terug. Tenminste, als er geen wolken of luchtdeeltjes in de weg zitten.

De afgelopen decennia zijn wetenschappers dankzij de spiegels erachter gekomen dat de afstand tussen de maan en de aarde steeds groter wordt, namelijk 38 millimeter per jaar. Deze ontdekking was een impuls voor de inslagtheorie: dat de maan is ontstaan na de botsing van een groot object met de aarde.

Ooit werkten de maanspiegels beter dan nu. Extreme omstandigheden op de maan zorgen ervoor dat de spiegels steeds minder goed werken. De reflector van Lunakhod 1 werkt zelfs helemaal niet meer. De grootste vraag is waarom de reflectiviteit van de spiegels drastisch daalt tijdens volle maan.

Wetenschappers zijn van mening dat het maanstof op de spiegels ermee te maken heeft. Vreemd genoeg werken de spiegels beter tijdens een maansverduistering dan tijdens volle maan. Tom Murphy van de universiteit van Californië en zijn team denken dat het maanstof verhit tijdens volle maan, waardoor onbedoelde thermale effecten ontstaan. Murphy beweert dat een temperatuurverschil van vier graden boven een reflector voldoende is om de efficiëntie met een factor tien te laten zakken.

Deze conclusie is belangrijk, omdat wetenschappers hierdoor in de toekomst betere hardware op de maan kunnen plaatsen. Toekomstige instrumenten gaan dan hopelijk langer mee dan enkele decennia.