Nieuw onderzoek veegt het idee dat er twee types circuleren, waarbij het ene type dodelijker is dan het andere, van tafel.

Terwijl het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2 de wereld teistert, kwamen wetenschappers in maart met het verontrustende nieuws op de proppen dat het coronavirus gemuteerd was en er niet één, maar zelfs twee of drie stammen rondwaarden. Een nieuwe studie schoffelt dat idee nu onderuit. Ja, het nieuwe coronavirus muteert volop. Maar het is nog niet zodanig gemuteerd dat er gesproken kan worden van meerdere virustypen. En de meeste mutaties die we nu zien, lijken geen invloed te hebben op de ernst van de infectie die het virus veroorzaakt.

Het onderzoek
Dat schrijven onderzoekers van de universiteit van Glasgow in het blad Virus Evolution. Ze baseren zich op een uitgebreide analyse van het genoom van SARS-CoV-2.


De onderzoekers bogen zich over het genoom van virusmonsters die tijdens de pandemie verzameld zijn. In die genomen troffen ze tot op heden zo’n 7237 mutaties aan. Dat lijkt misschien veel, maar de onderzoekers wijzen erop dat het voor een RNA-virus wel meevalt. Sterker nog: in vergelijking met andere RNA-virussen muteert SARS-CoV-2 relatief langzaam.

Beperkte impact
Maar wat nog veel belangrijker is, is dat uit het onderzoek blijkt dat de meeste mutaties naar verwachting geen of slechts minimale consquenties hebben voor de biologie van het virus. Oftewel: voor de manier waarop het virus functioneert. En afgaand op de mutaties die de onderzoekers hebben gezien, is er momenteel dan ook zeker geen sprake van meerdere virustypen, zoals eerder werd beweerd.

Meer mutaties verwacht
De onderzoekers verwachten dat het aantal mutaties naarmate de pandemie vordert, nog verder zal toenemen. Maar dat is niet direct reden tot zorg, zo benadrukt onderzoeker Oscar MacLean. “Het is belangrijk dat mensen zich geen zorgen maken over virusmutaties. Mutaties zijn normaal en mag je verwachten wanneer een virus zich door een populatie beweegt.”


Andere studie
De wetenschappers van de universiteit van Glasgow zijn lang niet de enigen die momenteel in het genoom van SARS-CoV-2 duiken; onderzoekers wereldwijd houden zich daarmee bezig. Zo verschijnt er vrijwel gelijktijdig met de studie van MacLean en collega’s een tweede onderzoek in het blad Infection, Genetics and Evolution, waarin bijna 200 mutaties geïdentificeerd worden. Voor dit onderzoek analyseerden wetenschappers de genomen van het virus zoals die bij meer dan 7500 door het virus geïnfecteerde mensen zijn aangetroffen. Uit dit onderzoek blijkt onder meer dat de diversiteit van de bemonsterde virussen binnen de landsgrenzen in veel gevallen net zo groot is als wereldwijd het geval is. Dat wijst erop dat veel landen eigenlijk geen ‘patient zero’ hebben: één patiënt die het virus het land in heeft gebracht, waarna het zich vanaf die patiënt verspreidde. In plaats daarvan lijkt het virus landen vaak via meerdere gastheren die onafhankelijk van elkaar reisden, binnen te zijn gedrongen. Daarnaast wijst het onderzoek erop dat het virus pas eind december van een dier op mens is overgesprongen en niet – zoals eerder wel werd beweerd – al geruime tijd daarvoor onder mensen circuleerde.

Ook de wetenschappers van deze studie benadrukken dat de mutaties op zich geen reden tot zorg zijn. “Alle virussen muteren van nature,” aldus onderzoeker Francois Balloux. “Mutaties zijn op zichzelf niet slecht en niets wijst erop dat SARS-CoV-2 sneller of trager muteert dan we mogen verwachten. Op dit moment kunnen we ook niet zeggen of SARS-CoV-2 minder dodelijk of besmettelijk of juist dodelijker of besmettelijker wordt.”

Het onderzoek naar mutaties in het virus is wel heel belangrijk. Het kan ons niet alleen meer inzicht geven in hoe het virus zich verspreidt, maar kan ook helpen bij het ontwikkelen van effectieve vaccins, zo legt Balloux uit. “Een grote uitdaging in de strijd tegen virussen is dat een vaccin of behandeling mogelijk niet langer effectief is als het virus muteert. Als we onze inspanningen richten op de delen van het virus die niet zo snel muteren, is de kans dat we een behandeling ontwikkelen die ook op de lange termijn effectief is, veel groter. We moeten behandelingen en vaccins ontwikkelen die niet al te gemakkelijk door het virus omzeild kunnen worden.”