Terwijl landen wereldwijd worstelen om het virus te bedwingen, haasten onderzoekers zich om vast te stellen waar het vandaan komt en – misschien nog wel belangrijker – waar het heengaat.

De berichtgeving over het Coronavirus of COVID-19 heeft Nederland en de rest van de wereld behoorlijk in de greep. Verschillende cijfers uit verschillende gebieden buitelen over ons heen, er zouden al vaccins ergens succesvol zijn ingezet, maar tegelijkertijd horen we dat we nog wel anderhalf jaar moeten wachten. We hebben het gekregen van een vleermuis, maar de bio-chemie in China wordt door menigeen ook argwanend bekeken.

Gemuteerd virus
Special Professor Emerging en Zoonotic Viruses dr. Wim van der Poel van de Universiteit Wageningen onderzoekt dit soort virussen al 20 jaar. “De term COVID-19 voor de ziekte wordt vooral gebruikt door de WHO, maar wij spreken liever van SARS Coronavirus 2. Het virus lijkt namelijk sterk op SARS uit 2003, maar dan gemuteerd in een versie die veel makkelijker en sneller van mens op mens wordt doorgegeven. Ter vergelijking: SARS werd in 2003 pas na 4 maanden door de Chinese autoriteiten geïdentificeerd en daarna alsnog succesvol onder controle gebracht. SARS Corona 2 werd na 1 maand al volledig geclassificeerd. En besmette alsnog veel meer mensen. Overigens hebben ze deze zaken nu veel beter op orde in China.”


SARS Corona 2 is een zoönose, een ziekte die van dieren op mensen kan overspringen. Ook Ebola, BSE en de pest zijn zoönosen. Van der Poel benadrukt het belang van het onderzoek naar zoönosen voor de mensheid. “Zo’n 70% van alle virussen die de mensheid in de toekomst naar verwachting zal treffen, zal van dieren afkomstig zijn. Dat is geen nieuwe ontwikkeling, dat is altijd al zo geweest. Maar we weten nu veel meer dan 20 jaar geleden. En we komen ook steeds meer te weten. We hebben een goed beeld van hoe SARS Corona 2 ontstaan is.”

Civetkat als corona-gastdier?
Van der Poel kan met grote waarschijnlijkheid de oorspronkelijke drager van het virus duiden. Dat is de inderdaad vaker genoemde vleermuis. “Wij denken aan de Chinese Hoefijzervleermuis. Daar hebben we het virus inderdaad nog niet bij aangetroffen, maar wel virussen die een zeer grote gelijkenis vertonen. Ook SARS 2003 komt bij dit diertje vandaan. Overigens zijn we niet ziek geworden van contact met deze vleermuis. Dat is een misverstand. Sterker nog, een dier zoals dit, is het reservoir. Het reservoir leeft met het virus en wordt daar zelf hoogstwaarschijnlijk niet ziek van. In zijn natuurlijke omgeving geeft het reservoir het virus door aan een zogenaamd gastdier. Dat kan door bijten zijn, maar ook via ontlasting of bloed. Wie het gastdier was van SARS Corona 2, weten we nog niet zeker. In het geval van SARS 2003, was dat de civetkat en we denken ook dit keer aan een soortgelijk dier.”

“De grootste zorg zijn landen waar het zorgstelsel op minder hoog niveau zit”

Dierenmarkten broeihaard zoönosen
Ook dit gastdier hoeft voor de mens nog geen grote gezondheidsproblemen op te leveren. Die problemen heeft de mens in het geval van SARS 2003, SARS Corona 2 en de vogelgriep zelf veroorzaakt. De onderzoeker heeft hiervoor een verklaring: “Het probleem ontstaat nog niet in de jungle, waar reservoir en gastdier thuishoren. Het probleem ontstaat wanneer het gastdier wordt bejaagd door mensen, uit de jungle gehaald en in een menselijke omgeving, zonder hygiëne wordt geslacht. Zoals op de dierenmarkten van China. In China met name zijn de dierenmarkten populairder en grootschaliger dan elders. Ze zijn officieel verboden, want de Chinese autoriteiten onderkennen de risico’s, maar handhaving is lastig. Als een gastdier zoals de civetkat vervolgens onder de mensen wordt gebracht en daar in de open lucht wordt geslacht, komt het virus vrij met bloed of ontlasting. En ja, misschien kan het ook via aanraking of bijten gebeuren. De mensenmassa’s op de markt doen vervolgens de rest. Voor mensen is het virus nieuw en wij hebben er nog geen weerstand tegen. Dan kan zo’n virus snel om zich heen grijpen.”


Onderzoekers brengen zoönosen als SARS Corona 2 steeds duidelijker in beeld, maar benadrukken ook dat er veel factoren zijn die zij nog helder moeten krijgen. “Waarom kinderen tot 15 jaar bijvoorbeeld, niet of nauwelijks getroffen worden en ouderen met name wel, weten we niet. Dat heeft natuurlijk met de weerstand te maken, maar welke weerstand precies: dat moeten we nog in beeld krijgen. Wel is het de wetenschap duidelijk dat hygiëne een doorslaggevend element is. “In landen waar het zorgstelsel zich op hoog niveau begeeft, zijn de risico’s minder. Daar zullen we het virus sneller onder controle krijgen. Ik kan daaraan moeilijk met zekerheid een termijn verbinden, maar dat zou zomaar binnen een paar maanden kunnen gebeuren. De grootste zorg zijn landen waar het zorgstelsel op minder hoog niveau zit. Over Iran bijvoorbeeld, hebben we grote zorgen. Ook landen in Afrika zouden kunnen gaan worstelen om het virus eronder te krijgen. Dat zien we ook met Ebola. Zo’n virus blijft dan circuleren en rondzingen en kan dan ook in landen als Nederland binnen komen.”

Hygiëne
Voorlopig blijft handen wassen het advies, meent ook Van der Poel. “Basishygiëne. Veelvuldig en goed de handen wassen. Het virus verspreidt zich inderdaad via de lucht, maar ieder mens, zowel besmet als onbesmet, raakt zijn gezicht en mond regelmatig aan met de handen. En mensen raken elkaar aan. Die aanraking is oorzaak van veel besmettingen. Als de besmettingen terug lopen, heb je de ziekte op een bepaald punt eronder.”

“Er zijn al genoeg kandidaat-vaccins ontwikkeld, nu al. Maar die kunnen we niet zomaar grootscheeps inzetten”

Een reddend vaccin
De professor is er duidelijk over: voor nu is onze gezondheid afhankelijk van hygiëne en niet zozeer een vaccin. “Er zijn inderdaad genoeg kandidaat-vaccins ontwikkeld, nu al. Daar zijn goede resultaten mee geboekt, ook in China. Maar die vaccins kunnen we niet zomaar grootscheeps inzetten, zonder de benodigde veiligheidstrajecten. Die zijn echt nodig en duren normaliter jaren. Je moet op één dier, een groep dieren, op één mens en dan een groep mensen testen en de resultaten nauwkeurig monitoren. Die veiligheidstrajecten zijn er niet voor niets. Daar kunnen we niet te veel aan morrelen, dat moeten we ook helemaal niet willen. Als we massaal een vaccin inzetten dat niet veilig is, zouden we met zijn allen nog veel verder van huis kunnen raken. We kunnen de trajecten wel zo veel mogelijk versnellen, maar dan nog is het niet wenselijk om daar veel hoekjes in af te snijden. Het heeft wel een jaar nodig.”

Willen we de risico’s op virussen als Corona stevig inperken, dan moeten we toch naar China kijken. “In landen als Nederland gebeurt de slacht hygiënisch. Volgens allerlei regels wordt bloed en ontlasting opgevangen en zelfs verwerkt. Zolang dat in China niet gebeurt, lopen we risico. Het is geen groot risico, maar het risico is wel aanwezig. Dat is nu ook wel gebleken. De dierenmarkten, zoals ze nu zijn, moeten verdwijnen en de slacht moet gereguleerd worden. De Chinese autoriteiten zijn daar volop mee bezig.” Voor COVID-19 komen al die goedbedoelde Chinese maatregelen te laat; het virus is sinds deze week officieel verantwoordelijk voor een wereldwijde epidemie.