Een Franse patiënt zou het virus eind vorig jaar al onder de leden hebben gehad. Deskundigen hebben echter hun twijfels.

Op 24 januari test een Franse patiënt positief op het nieuwe coronavirus dat kort daarvoor in China is opgedoken. De patiënt gaat de boeken in als de eerste Europese coronapatiënt. Maar een nieuwe studie, verschenen in het blad International Journal of Antimicrobial Agents, stelt nu dat deze patiënt bij lange na niet de eerste besmette Europeaan was. Het virus zou namelijk eind december al in Frankrijk hebben toegeslagen.

De Franse patiënt
Het is 27 december 2019 en een Fransman meldt zich bij een ziekenhuis in Parijs. Hij heeft al enkele dagen last van hoofdpijn en koorts. Daarnaast heeft hij last van hoestbuien, waarbij hij soms bloed ophoest. De man – die daarnaast ook astma en diabetes type 2 heeft – wordt opgenomen op de intensive care en knapt gelukkig al snel op. Enkele dagen later kan hij het ziekenhuis reeds verlaten.


Achteraf gezien lijken de symptomen van de man behoorlijk op de symptomen die we zien bij mensen met COVID-19. Reden genoeg voor de artsen om enkele monsters die ze bij de man hebben afgenomen – en die voor eventueel vervolgonderzoek zijn opgeslagen – te testen op SARS-CoV-2. En jawel: de man testte positief, zo schrijven ze in het onderzoekspaper dat deze week is gepubliceerd.

Geen link met China
Het wijst erop dat het nieuwe coronavirus eind december al in Frankrijk te vinden was. Sterker nog: het wijst erop dat het virus eind december al in Frankrijk circuleerde. De artsen trekken die conclusie, omdat deze Fransman – in tegenstelling tot de Fransen die eind januari als ogenschijnlijk eerste Fransen, en zelfs eerste Europeanen, positief op het nieuwe coronavirus testten – niet onlangs in China was geweest. Hij was de afgelopen maanden zelfs helemaal niet in het buitenland geweest. “De afwezigheid van een link met China en het feit dat hij recent niet naar het buitenland is gereisd, suggereert dat het virus zich eind december al onder de Franse bevolking verspreidde,” zo stellen de artsen.

Implicaties
Het roept de vraag op wanneer het virus werkelijk voor het eerst in Frankrijk toesloeg en hoeveel besmettingen en sterftes we mogelijk voor het einde van januari over het hoofd hebben gezien. Volgens de laatste cijfers is het virus bij meer dan 170.000 Fransen vastgesteld. En meer dan 25.000 Fransen zijn door toedoen van het virus overleden. “Onze resultaten suggereren echter dat deze cijfers de daadwerkelijke impact van COVID-19 onderschatten,” zo schrijven de artsen. “Twee recente studies suggereren dat ongeveer 18 tot 23 procent van de mensen die door SARS-CoV-2 geïnfecteerd worden, geen symptomen vertonen en dat van ongeveer 55% van de mensen bij wie het virus wordt aangetroffen, niet is vast te stellen wie het virus op hen overdroeg. Onze resultaten onderschrijven deze twee aannames sterk en suggereren dat veel asymptomatische patiënten in januari 2020 niet gediagnosticeerd werden en bijdroegen aan de verspreiding van dit virus.”


Voorzichtigheid
Zowel de bevindingen als de implicaties van de studie zijn behoorlijk schokkend. Enige voorzichtigheid bij het omarmen en interpreteren ervan, is echter op zijn plaats, zo stelt professor Jonathan Ball, moleculair viroloog aan de universiteit van Nottingham en niet betrokken bij het onderzoek. “We weten dat het virus mensen ergens half november voor het eerst infecteerde en de eerste echte uitbraak plaatsvond in Wuhan en de nabijgelegen provincie Hubei. Hoewel het mogelijk is dat het virus vanuit dit gebied naar andere delen van de wereld is geëxporteerd, had de patiënt in deze studie geen recente reisgeschiedenis en zou dus deel uit hebben gemaakt van een transmissieketen.” In andere woorden: andere mensen brachten het virus naar Frankrijk, waar het zich ongezien en ongemerkt verspreidde en uiteindelijk ook deze man besmette. Het is een opmerkelijk scenario, stelt Ball. “Als hij zo besmet raakte, zou je in Frankrijk een snellere en eerdere virusverspreiding verwachten dan we in werkelijkheid zagen.” Maar hoe is de positieve test dan te verklaren? Ball kan er kort over zijn: misschien is de test gewoon niet helemaal goed gegaan. “Het is niet onmogelijk dat het virus zo vroeg in Frankrijk arriveerde, maar het bewijs ervoor is zeker niet sluitend,” zo concludeert hij. Hij weet zich gesteund door verschillende collega’s, die een vals-positief testresultaat ook niet kunnen uitsluiten en pleiten voor meer onderzoek. Tegelijkertijd is het – zoals ook Ball opmerkt – zeker niet ondenkbaar dat het virus al veel eerder in Europa te vinden was. “In dat geval is het de moeite waard om je af te vragen waarom het zo lang duurde voor het aantal besmettingen escaleerde,” merkt microbioloog Simon Clark, verbonden aan de universiteit van Reading en niet betrokken bij het Franse onderzoek, op.

Vervolgonderzoek
Meer onderzoek naar de prille verspreiding van het virus is hoe dan ook hard nodig. Zo pleit Clark ervoor om in Franse ziekenhuisarchieven op zoek te gaan naar andere patiënten die zich in december of januari met COVID-19-achtige symptomen meldden. Mogelijk kan zo meer inzicht worden verkregen in het moment waarop het virus opdook en hoe het zich door Frankrijk verspreidde.

Snelle verspreiding
Als vervolgonderzoek uitwijst dat het virus inderdaad al zo vroeg in Frankrijk circuleerde, laat het vooral zien hoe snel virussen de wereld kunnen koloniseren, zo benadrukt professor Rowland Kao, veterinair epidemioloog aan de universiteit van Edinburgh en eveneens niet bij het onderzoek betrokken. “Als dit klopt, laat deze casus vooral zien dat een infectie die in een schijnbaar afgelegen deel van de wereld ontstaat zich snel kan verspreiden en elders nieuwe infecties kan veroorzaken. Waarom dit belangrijk is? Het betekent dat de tijd die we hebben om een ziekte te onderzoeken en vervolgens beslissingen daarover te nemen, heel kort is.” Het benadrukt nog maar eens hoe belangrijk het is dat we voorbereid zijn op nieuwe infectieziekten en draaiboeken klaar hebben moeten liggen om het publiek erover te informeren en tegen te beschermen. “In al deze dingen speelt de WHO een essentiële rol en is het van groot belang dat alle landen samenwerken.”

De stand van zaken
Nadat het nieuwe coronavirus eind december door China werd gemeld, heeft het zich snel over de wereld verspreid. Inmiddels is het virus wereldwijd bij meer dan 3,6 miljoen mensen vastgesteld. Meer dan 257.000 mensen zijn door toedoen van het virus overleden. Met meer dan 83.000 bevestigde besmettingen was China lang het meest zwaargetroffen land. Maar inmiddels zijn er tal van landen waarin het aantal besmettingen vele malen hoger is komen te liggen. Zo zijn in de Verenigde Staten al meer dan 1,2 miljoen mensen positief op het virus getest. Meer dan 71.000 Amerikanen zijn al aan het virus overleden. En ook Spanje, Italië en Groot-Brittannië (met respectievelijk meer dan 219.000, 213.000 en 196.000 bevestigde besmettingen) zijn zwaar getroffen. Na de VS is Groot-Brittannië het land met de meeste doden: meer dan 29.000 mensen zijn daar al aan het virus overleden. In Nederland is het virus bij meer dan 41.000 mensen vastgesteld. Meer dan 5100 Nederlanders zijn al aan het virus bezweken. De cijfers laten zien dat de verschillen tussen landen onderling heel groot zijn. Dat is deels te herleiden naar testbeleid – in sommige landen wordt heel intensief getest, in andere minder. Daarnaast spelen ook de getroffen maatregelen en de mate waarin de bevolking deze opvolgt, een grote rol. Vlaams onderzoek wijst bovendien uit dat ook onze genen deels kunnen verklaren waarom het ene land veel harder wordt getroffen dan het andere.