NASA’s Galileo ruimtesonde vond in de jaren ’90 weinig helium en neon in de bovenste atmosfeer van Jupiter. Een groot mysterie, want deze twee edelgassen horen wel aanwezig te zijn op Jupiter. Nieuwe simulaties tonen aan dat heliumregen de neon mogelijk heeft weggespoeld in de bovenste atmosfeer van de gasplaneet.

Ongeveer 1/600ste van de massa van het zonnestelsel bestaat uit neon. Net als de zon bestaat Jupiter grotendeels uit waterstof en helium. De bovenste atmosfeer van Jupiter bestaat voor slechts 1/6000ste uit neon. Ook bevat de bovenste helft van de atmosfeer van de grootste planeet van het zonnestelsel relatief weinig helium.

Wetenschappers van de universiteit van Californië denken dat heliumregen de oorzaak is van de schaarste aan neon en helium. Neon is namelijk oplosbaar in heliumdruppels. Helium neemt neon mee de diepte in, waar de neon ontsnapt. De heliumregen ontstaat ruim tienduizend kilometer onder de bovenste wolkentoppen van de planeet. Daar zijn de druk en de temperatuur hoog genoeg om gassen vloeibaar te maken. Vanaf deze plek vallen de heliumdruppeltjes in een zee van vloeibaar waterstofgas.

Saturnus is kouder en kleiner dan Jupiter. Daarom verwachten fysici dat heliumregenbuien vanzelfsprekend aanwezig zijn op deze planeet.