In het begin van de ijzertijd vond een belangrijke verandering plaats: men begon kleding te verven en ook patronen te gebruiken. Dat stellen Deense onderzoekers aan de hand van nieuwe analyses van 180 textielmonsters.

Veenlijken

Over het algemeen neemt men aan dat veenlijken zijn geofferd. Meestal hebben zij een koord om hun nek wat duidt op ophanging of verstikking en gebroken wervels. Na het offeren werden ze in moerassen begraven. Ook in Nederland zijn veenlijken gevonden: het meisje van Yde en het paar van Weerdinge. Doordat ze nog in zo’n goede staat verkeren na vele jaren, kunnen wetenschappers veel te weten komen over hoe mensen vroeger leefden. Zo laten de geconserveerde darmen van een veenlijk zien wat die persoon at.

De monsters komen van lichamen gevonden in het Huldremose-moeras, zogeheten veenlijken. Een veenlijk is meestal nog in goede staat door de conserverende werking van het veen. Dit heeft een laag zuurstofgehalte en door de zure omgeving wordt het lijk gemummificeerd.

De onderzoekers vonden met name één lijk erg interessant: de vrouw van Huldremose, die op 19 mei 1879 werd gevonden in Jutland en ergens tussen 160 voor Christus en 340 voor Christus leefde. Haar kleding; twee jassen gemaakt van schapenhuid, een rok en een sjaal zijn nog in zeer goede staat. Nu blijkt dat haar kleding was geverfd, namelijk in de kleur rood. Ook was haar kledij van hoge kwaliteit: de jassen werden gemaakt van de huiden van 14 schapen. En dit is bijzonder volgens de onderzoekers, want de kleur rood kwam niet vaak voor in die tijd en suggereert dat de vrouw een hoge status genoot. Maar waarom zou een vrouw met zo’n status geofferd en begraven worden aan de goden in een moeras? Die vraag stelden de onderzoekers zich ook maar een duidelijk antwoord hebben ze niet. De vrouw heeft een wond op haar rechter bovenarm wat kan duiden op mishandeling. Maar wetenschappers denken dat zij de wond later opliep, namelijk na haar dood toen mensen haar opgroeven. Een meer aannemelijke mogelijkheid is dat ze gewurgd is met het touw dat om haar nek is gebonden. De meeste veenlijken zijn namelijk zo aan hun einde gekomen. Alleen zijn er op de vrouw geen sporen van wurging op haar nek gevonden.

De analyses van de textielmonsters laat zien dat mensen in de ijzertijd hun kleding geel, blauw en rood konden verven. In kostuums uit de Bronstijd werden geen kleuren of patronen gevonden. De onderzoekers denken dat de mens in de vroege ijzertijd een aantal technieken ontwikkelden die leidden tot de mogelijkheid om kleding in verschillende kleuren te ontwerpen.