Nieuw onderzoek suggereert dat de voorouders van moderne dieren zowel seks hadden met soortgenoten van hetzelfde als met soortgenoten van het andere geslacht.

Die interessante hypothese doen onderzoekers in het blad Nature Ecology & Evolution uit de doeken. En ze veranderen zo onze kijk op tot voor kort onverklaarbaar seksueel gedrag dat reeds bij meer dan 1500 diersoorten is waargenomen en waarbij soortgenoten van hetzelfde geslacht geslachtsgemeenschap hebben.

Lastig verklaarbaar
Evolutionair gezien is het heel lastig te verklaren: een mannetje dat seks heeft met een mannetje. Of een vrouwtje dat seks heeft met een vrouwtje. Het kost een hoop energie – energie die niet gestoken kan worden in het zoeken van voedsel of paren met iemand van het andere geslacht – en levert niet op waar we evolutionair gezien allemaal op uit zijn: nageslacht waarin ons genetisch materiaal kan voortleven. En toch zijn onderzoekers al meer dan 1500 verschillende diersoorten bekend die zich wel eens aan een avontuurtje met een soortgenoot van hetzelfde geslacht wagen. Het zette ze voor een raadsel. Want hoe kan dit gedrag – dat schijnbaar alleen maar iets kost en niets oplevert – standhouden? En misschien nog wel verbazingwekkender: hoe kan het in zoveel verschillende diersoorten – van Japanse makaken tot sneeuwganzen en padden – geëvolueerd zijn? Het is een kwestie waar onderzoekers maar niet uitkomen.


Over een andere boeg
En daarom gooien onderzoekers het in het blad Nature Ecology & Evolution over een andere boeg. Ze hebben nog eens kritisch gekeken naar wat ook wel de Darwiniaanse Paradox wordt genoemd en komen tot de conclusie dat deze op behoorlijk wat aannames gestoeld is. En als je die aannames wegneemt, ontstaat er ruimte voor een alternatieve hypothese die geslachtsgemeenschap met soortgenoten van hetzelfde geslacht in een heel ander licht plaatst. “Wij stellen voor om onze denkwijze over seksueel gedrag onder dieren te veranderen,” aldus onderzoeker Julia Monk. En grondig ook. Monk en collega’s introduceren in hun paper namelijk het idee dat seks met soortgenoten van het andere geslacht in beginsel nooit de norm is geweest. Sterker nog: de voorouders van alle moderne dieren die zich seksueel voortplanten, zouden zowel geslachtsgemeenschap met soortgenoten van het andere als met soortgenoten van hetzelfde geslacht hebben gehad. En het laatste is ook lang niet zo kostbaar als werd gedacht. Het lijkt evolutionair gezien zelfs nog wel eens zijn vruchten af te kunnen werpen. Het kan – in theorie – verklaren waarom zoveel verschillende diersoorten tot op de dag van vandaag wel eens geslachtsgemeenschap hebben met een soortgenoot van hetzelfde geslacht.

Neutraal of zelfs voordelig
Zoals gezegd schoffelt deze alternatieve hypothese een aantal aannames onderuit. De eerste is dat seks met een soortgenoot van hetzelfde geslacht evolutionair gezien kostbaar is (het kost tijd en energie en geeft geen schijn van kans op nageslacht). Volgens de onderzoekers is dit seksuele gedrag niet altijd en misschien zelfs zelden kostbaar. Het zou kunnen betekenen dat we dit gedrag kunnen bestempelen als ‘neutraal’: het heeft geen negatieve, maar ook geen positieve effecten. En dus is er voor natuurlijke selectie geen reden om de gedraging weg te evolueren en kan deze standhouden. Maar de onderzoekers gaan nog een stap verder. Ze stellen dat het gedrag in sommige gevallen, evolutionair gezien nog weleens voordelig kan zijn. Onderzoeker Max Lambert legt uit: “Als je te kieskeurig bent bij het benaderen van wat jij denkt dat het tegenovergestelde geslacht is, paar je met minder individuen. Als je minder kieskeurig bent en zowel paart met soortgenoten van hetzelfde geslacht als met soortgenoten van het andere geslacht, paar je over het algemeen met meer individuen, waaronder dus ook individuen van het andere geslacht.” In het laatste scenario nemen je kansen op nageslacht vanzelfsprekend toe.

Een gewone doodgraver. Afbeelding: Ryan Hodnett (via Wikimedia Commons).

Dit deel van de hypothese wordt onderschreven door onderzoek onder gewone doodgravers (een soort kever). Wanneer de mannetjes het zich eigenlijk niet kunnen permitteren om een kans om met een vrouwtje te paren te laten schieten, blijken ze ook veel vaker met soortgenoten van hetzelfde geslacht te paren. Het wijst erop dat enkel seks hebben met soortgenoten waarvan je zeker weet dat ze van het andere geslacht zijn ronduit nadelig kan zijn als de mogelijkheden om te paren schaars zijn.


Evolutie
De tweede aanname die de onderzoekers afserveren, is dat deze vorm van seksueel gedrag, waarbij dieren paren met soortgenoten van hetzelfde geslacht in verschillende afstammingslijnen is geëvolueerd. De alternatieve hypothese van Monk en collega’s maakt het herhaaldelijk evolueren van dit gedrag overbodig en stelt in plaats daarvan dat de voorouders van alle moderne dieren al niet zo kieskeurig waren.

“Tot op heden hebben de meeste biologen seks met hetzelfde geslacht beschouwd als zeer kostbaar en dus als iets afwijkends,” stelt Lambert. “Die sterke aanname heeft ons als onderzoekers ervan weerhouden om actief te onderzoeken hoe vaak en onder welke omstandigheden seks met hetzelfde geslacht plaatsvindt. Afgaand op wat toevallige observaties lijkt seks met hetzelfde geslacht vrij vaak en onder duizenden soorten voor te komen. Stel je eens voor wat we al geleerd zouden kunnen hebben als we hadden aangenomen dat dit iets interessants was en niet slechts een welig tierend ongelukje?” Een dergelijke frisse aanname lijkt in het verleden ook gehinderd te zijn door het feit dat de samenleving bepaalde seksuele gedragingen van oudsher als ‘normaal’ en andere als ‘abnormaal’ beschouwt. En dat waardeoordeel hebben onderzoekers – onbewust – in hun onderzoeken meegenomen. Deze nieuwe studie moet dan ook gezien worden als een opmaat naar meer. Namelijk: gedegen, onbevooroordeeld onderzoek naar één van de grotere mysteries in de natuur. “Zodra je eenmaal echt gaat graven in onderzoeken over het gedrag van dieren, dan kun je niet anders dan onder de indruk raken van de diversiteit aan leven en de manieren waarop dieren onze verwachtingen continu weerleggen,” stelt Monk. “En dat moet ertoe leiden dat we onze verwachtingen in twijfel trekken.”