Columniste Noor Fiers verdiept zich in een zeer mysterieus verschijnsel: de hik.

Het kan vreselijk vervelend zijn, en soms is het ronduit gênant. Tijdens een vergadering, presentatie, of sollicitatiegesprek kun je het echt niet gebruiken, maar je kunt het niet tegenhouden. Uit het niets ontsnapt aan je keel een hoog geluid op vol volume; je hebt de hik. Meestal ben je er met een minuutje of tien wel weer vanaf, hoewel je soms het gevoel hebt dat een hikaanval veel langer duurt. De één heeft er vaker last van dan de ander en het lijkt wel alsof kinderen elke week minstens twee uur hikken. Zelfs onze kat heb ik in zijn jonge jaren een keer betrapt op een kortdurende hikaanval.

Baby’s hebben regelmatig de hik. Afbeelding: Profile / Pixabay.

Wat gebeurt er eigenlijk bij hikken? Waarom zijn kleine kinderen hikgevoeliger dan volwassenen? Hoe kom je eraan en hoe kom je eraf? Vooral dat laatste is handig om te weten, want liedjes zingen, je adem inhouden, een glas water drinken terwijl je op je hoofd staat en aan je tong trekken met je pinken in je oren zijn hilarische remedies (zeker voor een toeschouwer), maar of ze helpen is maar de vraag.

Wat is het?
De hik, of singultus (van het Latijnse woord voor snikken, of hijgen) is een krampachtige samentrekking van de middenrifspier. Bij inademen trekt het middenrif samen, waardoor deze koepelvormige spier platter wordt en er meer ruimte ontstaat in de borstholte. Omdat hierdoor de druk in de borstholte lager wordt, zetten de longen uit waardoor lucht naar binnen stroomt. Naast lucht, die via de luchtpijp in de richting van de longen gaat, komt via onze mond ook voedsel binnen. Via de keelholte kan zowel de slokdarm als de luchtpijp bereikt worden. Omdat het niet zo prettig is als een stukje appel of een slok cola de verkeerde afslag neemt en in de luchtpijp belandt, zijn we uitgerust met een subliem kleppensysteem. Achterin de keel bevinden huig en strotklepje. Wanneer we slikken, beweegt de huig naar boven om de neusholte af te sluiten en het strotklepje naar achteren om de luchtpijp af te sluiten. Bovendien trekken kringspiertjes aan het begin van de luchtpijp zich samen, waardoor deze een beetje vernauwt. Tegelijkertijd ontspannen de bovenste spieren van de slokdarm zich en worden peristaltische bewegingen in gang gezet. Bij ademhalen gebeurt het tegenovergestelde: het gebied rond huig en strotklepje ontspant, de kleppen vallen terug in de beginpositie en de peristaltiek in de slokdarm wordt geremd. Fraai staaltje van afstemmen dat automatisch geregeld wordt in de hersenstam, zonder dat wij ons daarom hoeven te bekommeren. Bij de hik trekt het middenrif zich krachtig en kortdurend samen. Als gevolg van de ontstane drukverlaging in de longen stroomt ademen we snel in. Anders dan bij een normale ademhaling blijft het strotklepje niet ontspannen maar klapt vlak na de inademing dicht. Deze snelle sluiting van het strotklepje veroorzaakt het hikgeluid.

Wat is de functie van de hik, die voorkomt bij veel zoogdieren, maar nooit is waargenomen in vogels of reptielen?

Waarom?
Nu duidelijk is wat er gebeurt bij hikken, doemt de vraag op waarom het gebeurt. Wat is de functie van de hik, die voorkomt bij veel zoogdieren, maar nooit is waargenomen in vogels of reptielen? Foetussen in de baarmoeder hebben zeer geregeld de hik en pasgeboren baby’s hikken zich tijdens hun eerste levensjaar een slag in de rondte. Dat zal toch niet voor niets zijn? Er zijn verschillende hypothesen bedacht, waarvan sommige meteen weerlegd kunnen worden. Zo zijn er onderzoekers die menen dat de hik bedoeld is om zoogdieren te beschermen tegen overeten. Bij de aanwezigheid van (te) grote brokken eten in de maag, zou de hikreflex ervoor kunnen zorgen dat de brokken snel de maag verlaten. Deze hypothese verklaart waarom een snelle uitzetting of prikkeling van de maag (bijvoorbeeld door pittig eten) een hikaanval kan uitlokken. De hik zorgt echter voor een snelle drukverlaging in de borstkas, waardoor je zou verwachten dat grote voedselbrokken uit de maag naar boven vervoerd zouden worden en in de slokdarm terecht komen. Dat levert vervelende situaties op, omdat de slokdarm niet gebouwd is om voedsel op te slaan. Bovendien verklaart de hypothese niet het veelvuldig hikken bij baby’s, zij drinken immers vooral melk.

Ademhaling?
Zou de hik dan toch meer te maken hebben met ons ademhalingssysteem? Verschillende onderzoeken wijzen uit, dat de hik sneller weggaat als het CO2-gehalte in het bloed stijgt (vandaar dat je adem inhouden bij een hikaanval soms soelaas biedt). Zou het snelle inademen bij hikken dan zorgen voor extra zuurstof in bepaalde situaties? Hoewel de samentrekking van het middenrif bij hikken krachtig is, wordt er maar weinig lucht ingeademd. Dit komt door de snelle sluiting van het strotklepje, dus ook deze hypothese is waarschijnlijk niet de juiste.

Ademhalingsoefeningen?
De basis voor een andere verklaring voor de hik werd gelegd in 1899, door de Italiaanse onderzoeker Ferroni. Hij opperde dat de hik bij foetussen in de baarmoeder een oefening is van de ademhalingsspieren, die voortgezet wordt na de geboorte en die helpt bij het rijpen van het ademhalingssysteem. Het voorkomen van de hik bij volwassenen zou dan niets anders zijn dan een rudimentaire reflex, die geen specifiek doel meer dient. Hoewel de veronderstelling van Ferroni een plausibele verklaring geeft voor het veelvuldig hikken bij baby’s jonge kinderen en een sterke afname bij het stijgen van de leeftijd, wordt er geen aandacht besteed aan de link tussen hikken en eten. Uitzetting van de maag, eten van gekruid voedsel en inslikken van lucht tijdens het eten zijn belangrijke triggers voor het uitlokken van de hik.

De Canadese onderzoeker Howes denkt dat bij zoogdieren een teveel aan gas in de maag door de hik wordt teruggedrongen naar de slokdarm. Bij een volgende uitademing zou het gas dan kunnen worden uitgeademd. Jonge dieren die gezoogd worden, zouden hierdoor meer ruimte krijgen in de maag, waardoor ze meer melk kunnen drinken, wat weer zou zorgen voor snellere groei en ontwikkeling. Howes combineert hierbij de waarneming dat de hik bij veel zoogdieren voorkomt, vooral te zien is in jonge dieren en dat aanvallen (ook bij volwassenen) worden getriggerd door stimuli uit het maagdarmkanaal. Of Howes gelijk heeft? Zoals altijd in de wetenschap, zullen experimenten de hypothese moeten bevestigen of verwerpen. Misschien dat er bij het uitvoeren van de experimenten ook een effectieve remedie wordt ontdekt die een opkomende hikaanval snel de kop indrukt. Tot die tijd moeten we het doen met huis-, tuin- en keukenmethoden. Valt er ook nog wat te lachen…

Over Noor
Noor Fiers is docent biologie en NLT op een middelbare school in Brabant en nu dus ook een beetje een tv-ster. Ze is gek op sciencefiction, spannende boeken en boeken over wetenschap. Ze raakt niet uitgepraat over biologie en onderwijs en twittert daar ook graag over. Naast elektronisch gekwetter is ze graag buiten om naar de tweets van echte vogels te luisteren en te genieten van de wondermooie wereld om ons heen. Lees ook eerdere artikelen en blogs van haar op Scientias.nl.