Eindelijk weten we waar Toetanchamon aan gestorven is: aan complicaties omtrent een gebroken been en malaria. Voor gisteren zag het publiek hem als een heroïsche koning; nu als een manke, zwakke tiener met een gespleten gehemelte en een klompvoet. Doet het DNA-onderzoek afbreuk aan de fascinatie voor Toetanchamon?

Nee, zeggen historici. Ook al komt het DNA-onderzoek niet overeen met het robuuste en exotische beeld van een knappe en jonge farao, toch zullen mensen interesse blijven hebben in Toetanchamon. “Het maakt hem juist menselijker en daarom fascinerender”, vindt Dr. Howard Markel, historicus aan de universiteit van Michigan.

De tombes van Toetanchaman en andere farao’s trekken sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw miljoenen mensen naar musea. Ook de economie van Egypte wordt geholpen door de fascinatie voor farao’s en de Oude Egyptenaren. Het Egyptische Museum in Caïro wordt jaarlijks goed bezocht door toeristen. Vooral de tentoonstelling over koning Toet is een trekpleister.

Ondanks dat Toet een kleine koning was, zit hij “voor altijd in ons hoofd”, zegt James Phillips, curator van het Field Museum of Natural History in Chicago. “Werkelijkheid is werkelijkheid, maar het verandert niets aan zijn heldhaftige plaats in de populaire cultuur. De manier waarop hij was gevonden en wat wetenschapper aantroffen in zijn graf, houdt mensen bezig sinds 1922.”

“Hij was beroemder voor wat hij bezat en wat hij droeg, dan voor wat hij daadwerkelijk deed”, vertelt Markel. Historici verwachten dat het publiek nog lange tijd geboeid zal zijn door de kleine farao Toetanchamon, die zijn twintigste verjaardag nooit vierde.