Tijdens de missie werd onder meer die ene magistrale foto van onze eigen planeet gemaakt.

Het is deze week precies 50 jaar geleden dat de Apollo 8-missie zich voltrok. Drie astronauten – James Lovell, Frank Borman en William Anders – stapten in hun ruimteschip Apollo CSM-103 en zetten koers naar de maan. Ze cirkelden tien keer om onze natuurlijke satelliet heen alvorens na een missie van 6 dagen, 3 uur en 42 seconden weer voet op aarde te zetten. Het was in alle opzichten een historische missie. Nog nooit waren mensen op zo’n grote afstand van de aarde geweest.

Het was bijna anders gelopen..
Oorspronkelijk had NASA de Apollo 8-missie als testmissie bestempeld. Het doel was om tijdens de missie alleen de terugkeer vanaf de maan in de aardse atmosfeer te simuleren. Dat was namelijk nogal een heftig gebeuren: de sonde zou met een snelheid van zo’n 40.000 kilometer per uur richting de aarde vallen. En dat zijn dingen die je graag even oefent voor je ze in het echt gaat ervaren. Maar NASA gooit de plannen radicaal om als de Russen de onbemande Zond 5- en 6-modules naar de maan sturen en zo het idee wekken dat de Amerikanen hopeloos achterop zijn geraakt in de ruimtewedloop. Besloten wordt om de Apollo 8-sonde daadwerkelijk naar de maan te sturen. Met bemanning.

De lancering. Afbeelding: NASA.

Lancering
Het moge duidelijk zijn dat de Apollo 8-missie een spannende was. Dit was werkelijk onontgonnen terrein. Maar Lovell, Borman en Anders zetten hun schouders eronder. Ze stapten in hun ruimtecapsule en werden door de machtige Saturn V-raket de ruimte ingestuwd. De lancering moet angstaanjagend zijn geweest. De astronauten werden aan enorme g-krachten blootgesteld waardoor het voelde alsof ze in één klap 3,9 keer zwaarder werden dan in werkelijkheid het geval was. Anders merkte later over de lancering op dat hij zich voelde “als een lieveheersbeestje op het uiteinde van een auto-antenne”.

Deze foto werd tijdens de Apollo 8-missie gemaakt. Afbeelding: NASA.

Achterzijde maan
Dat heftige afscheid van de aarde wierp een dag later echter zijn vruchten af. De astronauten waren toen ongeveer halverwege en spotten de aarde vanuit het raampje van hun ruimteschip. “Het is een prachtig, prachtig gezicht,” stelde Borman daarover. Bijna 70 uur na de lancering nestelde de Apollo CSM-103 zich in een baan rond de maan. Opnieuw een primeur: het was voor het eerst dat een bemande ruimtecapsule zich in een baan rond een ander hemellichaam bevond. En al snel volgde een nieuwe primeur: Lovell, Anders en Borman waren de eerste mensen die de achterzijde van de maan direct konden aanschouwen. Lovell beschreef die zijde van de maan als volgt: “in feite grijs, geen kleur, net zoals pleisterwerk of een soort grijskleurig strandzand.”

Aarde
Terwijl de mannen zo rond de maan cirkelden, maakten ze talloze foto’s van onze natuurlijke satelliet. Maar wat ze tijdens hun ruimtemissie met name ontdekten, was hoe mooi en bijzonder onze eigen planeet werkelijk was. “De uitgestrektheid van de maan is ontzagwekkend. Het zorgt ervoor dat je je realiseert wat we op aarde allemaal hebben. De aarde is vanaf hier gezien een enorme oase in de duisternis van de ruimte,” aldus Lovell.

Dit is ‘m dan: de magistrale foto die zo’n vijftig jaar geleden werd gemaakt. Heb je je ooit zo klein gevoeld? Afbeelding: NASA.

Die woorden werden op ongekende wijze kracht bijgezet door bovenstaande foto die Anders maakte. Te zien is hoe deze boven de horizon van de maan ‘opkomt’.

Terugkeer
Op kerstochtend 1968 was het tijd om afscheid te nemen van de maan. En dat betekende tegelijkertijd dat het tijd was voor die angstaanjagende terugkeer naar het aardoppervlak die NASA oorspronkelijk tijdens de Apollo 8-missie had willen oefenen. Gelukkig ging alles volgens plan en keerden de astronauten heelhuids terug op de aarde.

De drie astronauten na terugkeer op aarde. Afbeelding: NASA.

De Apollo 8-missie maakte de weg vrij voor nog meer Apollo-missies, die elke keer weer net een stapje verder gingen. Met als absoluut hoogtepunt natuurlijk de Apollo 11-missie waarbij mensen voor het eerst voet op de maan zetten. Achteraf gezien waren de Apollo-missies veel meer dan mijlpalen in een oververhitte ruimtewedloop; ze leverden een schat aan informatie op over de maan en omgeving, maar gaven de jonge NASA bovendien de ervaring en het vertrouwen die de ruimtevaartorganisatie nodig had om nog groter te durven dromen. Er werd een heus ruimtestation gebouwd (Skylab). En er werden missies opgezet naar andere planeten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Voyagers die in 1977 koers zetten naar de buitenste planeten in het zonnestelsel, maar zich inmiddels in de interstellaire ruimte bevinden. Langzaam maar zeker verlegde NASA zo de focus van de maan naar al dat andere moois dat in ons zonnestelsel – en daarbuiten – te vinden is. Men lanceerde Hubble en er werden robotische missies naar Mars, planetoïden en Kuipergordelobjecten opgezet. Het heeft veel informatie opgeleverd over het wonderlijke universum. Maar tegelijkertijd kunnen we – vijftig jaar na Apollo 8 – alleen maar constateren dat de maan blijft trekken. NASA heeft de pijlen weer op onze natuurlijke satelliet gericht en er liggen serieuze plannen voor een terugkeer naar de maan, die – zoals recente onderzoeken heeft uitgewezen – veel interessanter is dan we ten tijde van Apollo 8 hadden durven dromen. Waar de maan in die tijd nog werd beschouwd als een tamelijk dood hemellichaam zonder water, zonder enige dynamiek, wordt deze nu gezien als een hemellichaam dat veel spannender is dan gedacht. Als een hemellichaam dat we kunnen gebruiken als springplank, als oefenterrein voor (bemande) missies naar Mars en andere interessante hemellichamen. Het lijkt dan ook een kwestie van tijd te zijn voor mensen opnieuw naar de maan gaan. Een herhaling van zetten? Zeker niet. Want met alles wat we nu over de maan weten, reizen we in zekere zin naar een compleet nieuw hemellichaam toe dat ons ongetwijfeld nog veel meer te vertellen heeft.