Hiv gedijt prima in een reservoir in het lymfeweefsel. Het virus kan blijven groeien, ook al slikt een patiënt medicijnen en is hiv nauwelijks te vinden in het bloed. De onderzoekers hopen dat dankzij deze ontdekking gewerkt kan worden aan een geneesmiddel.

“De uitdaging is om een effectieve hoeveelheid van een medicijn af te leveren op plekken waar het virus repliceert in een patiënt”, zegt wetenschapper Dr. Steven Wolinsky van de Northwestern Universiteit. Hij doelt op het lymfeweefsel. Het paper van Wolsinky en zijn collega’s is gepubliceerd in het wetenschappelijke vakblad Nature.

Er bestaat medicatie die de deling van het virus remt en onderdrukt, waardoor het ontstaan van ziekteverschijnselen en aids meestal wordt tegengegaan. Maar wanneer een patiënt stopt met slikken, kan het virus snel toeslaan. Dit komt omdat hiv zich schuilhoudt in een reservoir in het lymfeweefsel en zijn kans afwacht om toe te slaan.

Tot nu toe dachten wetenschappers dat het reservoir in het lymfeweefsel alleen ‘slapende’ geïnfecteerde cellen bevat en dus niet nieuw geïnfecteerde cellen. Dit blijkt een misverstand te zijn. Uit nieuw onderzoek blijkt dat in het lymfeweefsel nieuwe virussen kunnen ontstaan, waardoor het virus niet van de kaart geveegd kan worden. Het nadeel van het reservoir in het lymfeweefsel is dat medicijnen het gebied lastig kunnen bereiken. Aan de andere kant wordt hierdoor resistentie voorkomen (of minstens uitgesteld).

Het vormt in ieder geval een mooie uitdaging voor wetenschappers. Hoe gaan we de bunker openbreken en de hiv uitroeien?