GEZONDHEID  De medicijnen die ooit zo goed werkten en de levensduur van HIV-patiënten aanmerkelijk verlengden, lijken steeds minder goed in staat om met de ziekte af te rekenen. Tien jaar geleden was één tot vijf procent van de HIV-gevallen resistent. Nu is dat vijf tot 30 procent. Dokter Theresa Rossouw ziet het ook in Zuid-Afrika gebeuren.

In de Sub-Sahara zijn de HIV-medicijnen een aantal jaar geleden geïntroduceerd. Maar nu al keert deze medicatie zich tegen de patiënten. Dat heeft in dit gebied alles te maken met schaarsheid. Er zijn te weinig medicijnen, waardoor patiënten de kuur niet af kunnen maken. De slechte medische voorzieningen zorgen dat andere patiënten ook besmet raken. Vooroordelen en verkeerde opvattingen over de ziekte vieren hoogtij.

Rossouw ziet het dagelijks in haar eigen kliniek gebeuren. Bij steeds meer patiënten slaan de medicijnen niet langer aan. Andere medicijnen zijn er echter niet. “In de eerste twee of drie jaar zag ik dit niet. Het was zeldzaam,” vertelt Rossouw. “Maar nu zie ik het dagelijks.”

Volgens cijfers van de International AIDS Society stijgt het aantal resistente gevallen in bevolkingsgroepen met een relatief groot risico op HIV met zo’n tachtig procent. Om de ziekte te bestrijden is in 2010 zo’n 25 biljoen dollar nodig. Om ook de resistente variant te kunnen aanpakken, is 19 biljoen dollar extra nodig. Dat geld komt er waarschijnlijk niet; er is slechts 12,5 biljoen beschikbaar.

Wereldwijd zijn zo’n vier miljoen mensen aan de medicijnen om HIV of AIDS te remmen. Dergelijke cijfers geven experts de rillingen. Want wat als de resistente variant aan terrein wint? Vooral in arme landen lijkt die kans groot. De medicijnen zijn daar ouder, het missen of vergeten van een pilletje kan daar al cruciaal zijn. Vooralsnog is er geen oplossing. Rossouw experimenteert noodgedwongen met andere – oudere – HIV-medicatie om de resistente variant te bestrijden, maar of het levens gaat redden, is koffiedik kijken.