Wetenschappers hebben ontdekt dat het HIV-virus zich in het hersenvocht van veel patiënten verstopt. Ze gaven proefpersonen met HIV een middel om de ziekte tegen te gaan. Uit de bloedtests bleek dat geen van hen het virus daarna nog in het bloed had. Maar bij tien procent bleek HIV zich nog in het brein op te houden. En dat is meer dan gedacht.

De wetenschap beschikt tegenwoordig over goede medicijnen die kunnen voorkomen dat HIV uitgroeit tot AIDS. De medicijnen voorkomen dat het virus zich vermenigvuldigt. Maar ondanks dat kan het HIV-virus nog wel het brein infecteren en daar schade toebrengen.

Reservoir
Het is een slimme zet van het virus om zich in het brein op te houden; het is moeilijk om het HIV-virus daar te bestrijden. “Het is omringd door een beschermende barrière die bepaalt of medicijnen binnenkomen of niet,” legt onderzoeker Arvid Eden uit. “Dat betekent dat het brein dienst kan doen als een reservoir waarin een behandeling van het virus niet zo effectief is.”

Experiment
De wetenschappers bestudeerden onder meer zeventig patiënten die allemaal al jaren intensief behandeld werden. “We vonden bij tien procent van de patiënten het HIV-virus in het brein,” vertelt Eden. “Zelfs al was het virus niet meetbaar in het bloed aanwezig. En dat is een veel groter aantal dan we vooraf dachten.”

Complicaties
De resultaten suggereren dat de huidige HIV-behandeling de effecten van HIV niet helemaal kan onderdrukken. Het is echter onduidelijk of het virus in het hersenvocht in de toekomst voor complicaties gaat zorgen of zich gedeisd houdt. “Naar mijn mening moeten we de effecten in het brein betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en behandelingen voor HIV-infecties.”

HIV komt in twee vormen voor: HIV-1 en HIV-2. Beide vormen worden via bloed, sperma en andere lichaamssappen overgedragen. Patiënten die besmet raken krijgen koorts, gezwollen lymfeklieren en huiduitslag. Als de infectie niet wordt aangepakt, kan de patiënt AIDS krijgen.