Volgens een recent wetenschappelijk onderzoek hoeven we niet lang te zoeken als we een echt superorganisme in actie willen zien. Neem bijvoorbeeld de krioelende mieren bij de achterdeur of de zoemende bijen rondom de bijenkorf. U zou het misschien niet zeggen, maar dat zijn ze!

Een groot aantal insecten is – weliswaar gezamenlijk – in staat om zich hetzelfde te gedragen als een superorganisme. Vooral in de psychologische gang van zaken. Dat concluderen onderzoekers van de universiteit van Florida. Het gaat dan om soorten die in grote groepen samenwerken. Mieren en bijen bijvoorbeeld.

Om als insectenkolonie te kunnen overleven, is het cruciaal dat elk individu zich inzet en er alles aan doet om samen te werken. Als één bij of mier besluit om een snipperdag te nemen, zorgt dat voor extra werk voor de anderen, waardoor de hele groep in gevaar komt.

Bijen en mieren werken heel hard voor het gemeenschappelijke doel: overleven. Daarbij kijken ze niet naar hun eigen veiligheid of welzijn. Een insectenkolonie is dan ook prima te vergelijken met een superorganisme. Een bij of mier is een cel die aan het grote organisme – de kolonie – mee bouwt.

Het is niet de eerste keer dat men deze vergelijking maakt, maar het is wel de eerste keer dat het ook wetenschappelijk wordt vastgelegd. Het onderzoek heeft verschillende mysteries opgelost. Dat van de koninginbij bijvoorbeeld. Het beestje is veel groter dan de andere leden van de bijenkorf en zou daardoor slechts een kort leven hebben. Gelukkig maakt ze deel uit van de korf: dat verlengt haar leven aanzienlijk. Een mierenkoningin kan wel twintig tot dertig jaar oud worden. En ook dat heeft zij te danken aan haar soortgenoten.

Het onderzoek laat zien dat veel van de 168 onderzochte soorten sociale insecten volgens dezelfde biologische regels als grote organismen leven. Het suggereert ook dat de maatschappij van insecten heel functioneel georganiseerd is en haar energie voor de basisprocessen van het leven gebruikt. Net als individuen.