Nu steden uit hun voegen groeien en de noodzaak voor lokaal geproduceerd voedsel groeit, bieden de ‘drijvende tuinen’ van de Azteken mogelijk uitkomst.

Honderden jaren geleden, in de tijd van de Azteken, vertrouwde de bevolking in Mexico op zogenoemde chinampa’s: een droog gelegd stuk land waar verschillende soorten groenten ontkiemden. Tijdens de Azteekse periode (1325 – 1521) groeiden de lokale steden aanzienlijk en had men te maken met een hoge regionale bevolkingsdichtheid. Er was grote behoefte aan nieuwe manieren om de honger van mensen te stillen. En dus legden de Azteken wegens te kort aan land chinampa’s aan die steden van voedsel moesten voorzien. Nu we wederom te maken krijgen met dezelfde uitdagingen als deze oude beschaving, vroeg onderzoeker Roland Ebel zich af in hoeverre de Azteekse landbouwtechniek een oplossing kan zijn in onze huidige maatschappij.

Chinampa’s
Laten we allereerst eens wat meer ingaan op wat een chinampa precies is. “In de volksmond worden chinampa’s ook wel drijvende tuinen genoemd,” vertelt Ebel aan Scientias.nl. “Het is een klein kunstmatig eilandje drijvend op een zoetwatermeer dat gebruikt werd als landbouwgrond. Een traditionele chinampa is een verhoogd, vlak veld omringd door kanalen en sloten.” De naam chinampa betekent letterlijk vierkant van riet. De Azteken vlochten riet aan elkaar waar ze vlotjes van maakten en legden er vervolgens modder op. Aan de randen werden chinampa’s gestabiliseerd door middel van lokale vegetatie, bijvoorbeeld wilgen. “Chinampa’s werden voor het eerst ontwikkeld door de Azteken in Xochimilco; een district in Mexico ten zuiden van Mexico-stad,” gaat Ebel verder. “Eén van hun meest duurzame kenmerken is dat ze het water kunnen ‘absorberen’ en dit vervolgens naar het chinampa-oppervlak kunnen brengen; een irrigatiesysteem zonder motoren.”


Zo zagen de chinampa’s in de tijd van de Azteken er ongeveer uit. Afbeelding: Open source Wikimedia Commons

Ebel ontdekte dat de chinampa één van de meest intensieve en productieve landbouwsystemen is die ooit is ontwikkeld. “Chinampa’s zijn een uitstekende manier om in stedelijke gebieden grote hoeveelheden gezond en lokaal voedsel te produceren,” zegt hij. Afhankelijk van het klimaat kunnen er het gehele jaar groenten worden geoogst. Je stopt er eigenlijk maar weinig in (de vraag naar water en bemesting is aanzienlijk lager dan in de meeste landbouwsystemen), maar je krijgt er heel veel voor terug. Bovendien hoef je niet per se alleen maar groenten te verbouwen. Chinampa’s kunnen ook gebruikt worden om siergewassen of bepaalde fruitsoorten te telen. En je zou zelfs kleine dieren kunnen houden.” Op dit moment vertrouwen nog steeds mensen in verschillende delen van de wereld op chinampa’s, zoals bijvoorbeeld in bepaalde voorsteden in Xochimilco, maar ook in Zuid-Amerika, Azië, Oceanië en delen van Afrika.

Duurzaam
Het grote voordeel van chinampa’s is dat ze heel duurzaam zijn. Zo kan er veel gezond voedsel geproduceerd worden en leggen ze tegelijkertijd broeikasgassen vast. Ook kunnen ze in de tropen bijdragen aan de vermindering van erosie en stimuleren ze de lokale biodiversiteit. “Dit vervangt zelfs de noodzaak om externe landbouwproducten zoals pesticiden te gebruiken,” betoogt Ebel, “wat de kosten verlaagt en het voedsel gezonder maakt. Ten slotte dragen chinampa’s bij aan de lokale en stedelijke voedselproductie, waardoor er minder voedsel van het platteland naar de stad hoeft worden gebracht. Dit vermindert op zijn buurt dus de luchtvervuiling.”

Stadslandbouw
Toch lijkt het gebruik van chinampa’s wereldwijd door de opkomst van technologie te zijn onder gestoft. Volgens Ebel jammer, omdat het ook in de huidige tijd uitkomst kan bieden. Hij probeert de oude Azteekse landbouwtechniek dan ook nieuw leven in te blazen. En daar heeft hij redenen voor. Een tekort aan grondstoffen ligt op de loer en de noodzaak om duurzaam te ondernemen en te produceren neemt toe. Daarnaast zie je een wereldwijde trend van bevolkingsgroei en verstedelijk en groeien sommige steden uit hun voegen. Dit leidt tot een grotere vraag naar voedsel in de stad. Tegelijkertijd is er een trend zichtbaar naar meer duurzaam en lokaal geproduceerd eten. En dus is stadslandbouw in al zijn variëteit in opkomst. “Intensieve productiesystemen zijn een strategisch doel van veel ontwikkelaars in de stadslandbouw,” vertelt Ebel. “De meeste strategen leggen echter de nadruk op hoogtechnologische oplossingen, zoals complexe verticale boerderijen. Maar ik vind het juist interessant om te kijken naar wat onze voorouders deden en daarvan te leren.” Ebel ontdekte dat chinampa’s een buitengewoon goed alternatief zijn. “Problemen zoals exploderende verstedelijking – en van daaruit de voortvloeiende noodzaak om veel lokaal voedsel te produceren – bestonden al honderden jaren geleden,” zegt hij. “De oplossing van de Azteken is heel duurzaam en veel beter dan de meeste landbouwtechnieken die we nu onder de noemer stadslandbouw scharen.”

Steden
Natuurlijk hoeven we in deze tijd de drijvende eilandjes van de Azteken gemaakt van aarde en modder niet identiek na te maken. “Er bestaan ook meerdere moderne versies van chinampa’s, bekend als ‘verhoogde bedden’,” vertelt Ebel. “Deze zijn gemaakt van andere materialen of drijven op een andere manier op het water.” Mogelijk komen honderden steden wereldwijd in aanmerking voor deze chinampa’s. “Potentiële kandidaten zijn onder andere de Rhône-rivierdelta in Frankrijk, de stad Hamburg in Duitsland en in de Verenigde Staten de Mississippi-rivierdelta en delen van Florida,” somt Ebel op. “Ook het Pantanal-gebied in Zuid-Amerika, de Gele rivierdelta in China, het zuiden van Bangladesh en veel delen van India lenen zich er bij uitstek voor.” De omstandigheden in de steden moeten echter wel aan wat voorwaarden voldoen. “Chinampa’s vertrouwen op zoet water,” legt Ebel uit. “Ze zijn gevoelig voor zout en verontreiniging door zware metalen. Overal waar het zoete water vervuild is, werken chinampa’s niet. Dit is dan ook een serieus probleem geworden in Mexico-stad.”


Een voorbeeld van meer moderne chinampa’s die vandaag de dag worden gebruikt. Afbeelding: Emmanuel Eslava (via Wikimedia Commons)

Amsterdam
De vraag is natuurlijk of we chinampa’s ook in Amsterdam gaan zien verrijzen. We legden het Ebel voor. “Omdat zout voor traditionele chinampa’s funest is, vrees ik dat dit in de Nederlandse hoofdstad een probleem kan zijn,” stelt de onderzoeker. “Er zijn echter ook een tal van moderne interpretaties, waaronder een systeem zonder afhankelijkheid van zoet water. Deze zijn een beetje minder duurzaam, maar nog steeds veel beter dan kostbaar voedsel produceren in stedelijke gebouwen. Dergelijke moderne verhoogde beddensystemen zouden zeker in Amsterdam kunnen werken.” Al benadrukt Ebel dat chinampa’s niet alleen beperkt zijn tot grote steden. Zo zou het systeem ook prima kunnen worden toegepast in kleinere plattelandsgemeenschappen.

Ebel laat met zijn studie zien dat er aan nieuwe ideeën in ieder geval geen gebrek is. En dat is ook nodig. Inmiddels wonen we namelijk met zo’n zeven miljard mensen op deze planeet, waarvan zeker 11 procent honger lijdt. Rond 2030 zijn we naar verwachting met 8,5 miljard mensen. En tegen het einde van deze eeuw kunnen dat er wel eens 11 miljard of meer zijn. De vraag is dus hoe we al deze monden kunnen voeden als we er nu al niet in slagen om zeven miljard mensen van voedsel te voorzien. Lang dachten we dat technologie het probleem zou oplossen. Maar nu zien we eigenlijk een omgekeerde trend, terug naar de wortels en naar methoden van onze voorouders. En misschien dat de techniek van de oude Azteken ook in deze tijd nog – letterlijk – zijn vruchten afwerpt.