We waren neutraal, maar niet immuun voor wat er om ons heen gebeurde.

Het is dit jaar precies 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog ten einde kwam. Over de enorme effecten die deze vernietigende oorlog op Europa en dan met name de oorlogvoerende landen had, is veel geschreven. Maar hoe zit dat eigenlijk met ons kikkerlandje dat ten tijde van de Eerste Wereldoorlog een baken van rust vormde in een verscheurd Europa?

Een neutraal eilandje
“Probeer je eens te verplaatsen in de situatie,” stelt professor Henk te Velde, historicus aan de Universiteit Leiden. “Duitsland, Engeland en België waren in oorlog en Nederland was een neutraal eilandje (zie kader). Het grootste front lag deels in België en Noord-Frankrijk.” En daarmee kwam de oorlog letterlijk heel dichtbij. “De voormalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken schreef later in zijn dagboeken dat hij de kanonnen vanuit zijn woonplaats Amersfoort kon horen.”

Nederland was neutraal in de Eerste Wereldoorlog. Maar dat betekent niet dat we niets van de oorlog merkten. De neutraliteit werd regelmatig geschonden en ons land kreeg zelfs enkele bombardementen te verstouwen (die weliswaar te wijten waren aan navigatieproblemen). Ook stond het Nederlandse leger jarenlang paraat en werd er intensief onderzoek gedaan naar de wapens en oorlogstechnieken van de oorlogvoerende landen (bijvoorbeeld door zo af en toe een Frans, Duits of Brits vliegtuig naar beneden te halen). Ook nam ons land vluchtelingen op (met name uit België). “De oorlog had wel een impact op het dagelijks leven,” benadrukt Te Velde. “De maatschappij stond voortdurend onder spanning.” Niet in de laatste plaats, omdat die neutraliteit fragiel was.

Indirecte effecten
Letterlijk omringd door oorlog verkiest ons land de neutraliteit. Een beslissing die werd ingegeven door onze koloniën, zo vertelde professor Wim Klinkert, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, eerder aan Scientias.nl. “Wanneer Nederland zich aan de kant van Duitsland of Engeland zou voegen, zouden onze koloniën in handen van die grote machten vallen. Nederland was niet sterk genoeg om haar eigen kolonie te verdedigen en het was een zodanig belangrijk strategisch gebied dat we het ons niet konden veroorloven om dat kwijt te raken.” Achteraf gezien was die neutraliteit een gouden greep: er is ons zo een hoop ellende bespaard gebleven. Dat wil echter niet zeggen dat de Eerste Wereldoorlog helemaal geen impact heeft gehad op ons land. “Maar de effecten zijn met name indirect,” aldus Te Velde.

Compromis over bijzonder onderwijs en kiesrecht
Wat Te Velde dan als eerste wil noemen, is de grondwetsherziening uit 1917. “Midden in de oorlog dus. Je kunt je dan afvragen of de politici niet beters te doen hadden. Maar de herziening betrof punten die al heel lang op een compromis wachtten. En in oorlogstijd was die gemakkelijker te vinden.” Met al dat geweld om ons heen, was het immers belangrijker dan ooit om binnenshuis de eenheid te bewaren. Zo slaagden christenen en liberalen er in 1917 eindelijk in om tot een compromis te komen in wat ook wel de ‘schoolstrijd’ wordt genoemd. In de grondwet wordt bijzonder onderwijs gelijkgesteld met het openbaar onderwijs. “En voortaan dus door de overheid gefinancierd. Dat is tot op de dag van vandaag zo.” Daarnaast werd ook het mannenkiesrecht ingevoerd.

Hier zie je het kabinet dat Nederland door de Eerste Wereldoorlog heen loodste en de grondwetsherziening van 1917 realiseerde. Afbeelding afkomstig uit het Nationaal Archief (via Wikimedia Commons).

Bovendien werd de deur op een kier gezet voor het vrouwenkiesrecht: in 1917 werd al vastgelegd dat vrouwen verkozen konden worden, maar ze mochten nog niet stemmen. Dat kwam pas in 1919 en is indirect ook te herleiden naar gebeurtenissen in de Eerste Wereldoorlog. “In 1917 brak de Russische revolutie uit en een jaar later was er ook in Duitsland sprake van een revolutie,” vertelt Te Velde. De laatstgenoemde revolutie werd weliswaar neergeslagen, maar was toch voer voor de oppositiepartijen in Nederland en leidde tot wat nu bekend staat als ‘De Vergissing van Troelstra’. De socialistische leider Pieter Jelles Troelstra wilde in navolging van Rusland en Duitsland ook in Nederland de revolutie uitroepen, maar het bleef bij een oproep, de zaak liep met een sisser af. “Maar men was wel geschrokken en daardoor kwam er meer ruimte voor het vrouwenkiesrecht. De gedachte was dat ons land dan in ieder geval een complete democratie had.” Zelfs de christelijke partijen – die eerder fel tegen waren geweest – waren opeens voorstander. Zij dachten dat vrouwen wel op hen zouden stemmen en zo weerstand te kunnen bieden aan oppositiepartijen zoals die van Troelstra.

Van WOI naar WOII

Pas rond 1917 kwam de voedselvoorziening in Nederland echt onder druk te staan. Hetzelfde zien we eigenlijk in de Tweede Wereldoorlog gebeuren: pas in 1944 is er – tijdens de beroemde hongerwinter – een groot gebrek aan voedsel. “Het was eigenlijk een wonder dat we als internationaal georiënteerd land dat door de Duitsers bezet is, zo laat pas met voedseltekorten te maken krijgen,” merkt Samuël Kruizinga op. Het is te herleiden naar de Eerste Wereldoorlog. “Veel van onze pogingen om een voedseltekort in de Tweede Wereldoorlog te voorkomen zijn gebaseerd op onze ervaringen in de Eerste Wereldoorlog.”

Eenheidsworst
Naast het vrouwenkiesrecht hebben we nog wel meer aan de Eerste Wereldoorlog overgehouden. Het woord ‘eenheidsworst’ bijvoorbeeld. “Dat woord ontstond naar aanleiding van het voedselgebrek waar we in de Eerste Wereldoorlog mee te maken hadden,” vertelt historicus Samuël Kruizinga, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. “Je moet bedenken dat Nederland sterk internationaal georiënteerd was en een groot deel van het voedsel importeerde. Maar dan breekt de oorlog uit.” Oorlogvoerende landen die ons altijd van voedsel voorzagen, hebben opeens wel iets anders aan hun hoofd. En zelfs al zouden ze voedsel naar ons land willen verschepen, dan is dat praktisch onmogelijk, omdat alle beschikbare schepen naar het westfront worden gebonjourd. “Er ontstond een crisis,” aldus Kruizinga. Want hoe kunnen alle Nederlandse monden gevoed worden? “De eerste twee jaar weet de Nederlandse overheid dat aardig op te lossen, bijvoorbeeld door graan uit de Verenigde Staten te halen.” Lastiger wordt het na 1917. “Eind 1916, begin 1917 is er sprake van slecht weer, waardoor oogsten mislukken. Ook in de Verenigde Staten. Daarnaast gaan de Duitsers vanaf dit jaar bijna al het scheepvaartverkeer op de Noordzee torpederen. Hierdoor kwam de scheepvaart tussen Europa en de Verenigde Staten en Europa en Groot-Brittannië nagenoeg stil te liggen.” Het betekent dat het voor de Nederlanders nog lastiger wordt om aan voedsel te komen. “Vanaf dat moment besluit men zich te concentreren op wat echt noodzakelijk is. Zo werden varkens tot die tijd nog gevoed met geïmporteerd maïs. Maar dat maïs was nodig om de bevolking te voeden. En dus werden veel varkens afgemaakt. Het betekent dat er even heel veel vlees op de markt kwam.” Maar al snel is het vlees op en in 1918 moet de minister van landbouw zelfs besluiten het vlees te rantsoeneren. “De slagers gaan dan een soort ‘frikadel’ produceren, die bestaat uit restjes vlees, specerijen en water. En dat werd de ‘eenheidsworst’ genoemd.”

“Sommigen zeiden: we moeten de oorlog verklaren aan de VS”

Gloeilampen
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd pijnlijk duidelijk dat ons land zich in crisistijden lastig kon bedruipen. Simpelweg, omdat het zo afhankelijk was van andere landen. Reden genoeg voor sommige bedrijven om het roer om te gooien. Ze gaan producten produceren die we voorheen niet maakten, maar importeerden. “Philips is bijvoorbeeld pas gloeilampen gaan maken in de Eerste Wereldoorlog,” vertelt Kruizinga. “Vóór de oorlog importeerden we ze uit Duitsland. En de hoogovens werden pas in 1919 gebouwd, ook doordat er tijdens de oorlog het besef kwam dat we een eigen ijzer- en staalindustrie moesten hebben. Daarnaast kregen de mijnen in Limburg tijdens de oorlog een enorme impuls: er moest meer steenkool gedolven worden. Eerder haalden we steenkool – de hele economie draaide daar in die tijd op – uit Duitsland, maar tijdens de oorlog hadden de Duitsers het zelf hard nodig.” En zo werden we noodgedwongen stukje bij beetje meer zelfvoorzienend.

Optimisme
Zo leerde Nederland een aantal belangrijke lessen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Gemakkelijk was dat zeker niet. Temeer, doordat de Nederlander kort vóór het begin van de oorlog nog zo verguld was met de grote stappen die het land op het wereldtoneel had gezet. “In 1913 had men nog gevierd dat het Koninkrijk der Nederlanden 100 jaar bestond. Er waren feesten georganiseerd en als je dan leest waar mensen het meest dankbaar voor waren, dan was het wel voor het feit dat het zo goed ging in Nederland, met de economie, maar ook met de kunst en wetenschap. Men had het gevoel dat Nederland weer meedeed op het wereldtoneel, dat we dingen – ook in het koloniale rijk – goed geregeld hadden en in dat opzicht een voorbeeld waren voor de rest van de wereld.” De Eerste Wereldoorlog zet vrij ruw een streep door die manier van denken. “Men zag: als het misgaat in de wereld, sta je er toch alleen voor.” En dan blijkt Nederland – hoe trots de bewoners ook zijn en hoe ver de koloniale grenzen ook reiken – toch maar een klein landje tussen veel grotere landen te zijn. “En als we neutraal wilden blijven, moesten we bepaalde dingen gewoon ‘slikken’. Zo namen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië in maart 1918 de Nederlandse handelsvloot in beslag. Sommigen zeiden: we moeten de oorlog verklaren aan de VS, gelukkig is dat niet gebeurd, want dan hadden we pas echt een probleem gehad. Maar dat was dus de positie waar we ons in bevonden: we waren klein en moesten sommige dingen gewoon over onze kant laten gaan. En zo kwam aarzelend het besef dat we het niet alleen konden. Het was het begin van het einde van de Nederlandse neutraliteit. Want een paar jaar later werd ons land lid van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties.”

En zo drukte de oorlog dus een stempel op de binnen- en buitenlandse politiek, de stemming en zelfs ons woordenboek. Maar het is in niets te vergelijken met wat de oorlogvoerende landen overkwam. “Er wordt wel eens gezegd dat de 19e eeuw in ons land tot de Tweede Wereldoorlog duurde,” stelt Te Velde. “Dat is overdreven, maar die echt traumatische impact van de Eerste Wereldoorlog is ons bespaard gebleven. Het is niet voor niets dat de Engelsen spreken van de Great War en de Fransen van de Grande Guerre.” De oorlog heeft in die landen een veel grotere impact gehad. “Een hele generatie werd weggevaagd en de straten lagen na de oorlog vol met gehandicapte en getraumatiseerde soldaten.”

Wil je meer lezen over de Eerste Wereldoorlog? Eerder verscheen op Scientias.nl al een serie boeiende artikelen over de Grote Oorlog. Zo kon je lezen hoe neutraal Nederland werkelijk was tussen 1914 en 1918. En wist je dat ons land in diezelfde periode een heus spionageparadijs was? Ook doken we eerder in de schrijnende verhalen achter shell shock: een gloednieuwe psychiatrische aandoening die in de Eerste Wereldoorlog ontstaat en waar de psychiatrie maar niet mee uit de voeten kan.