koolzaad

Biobrandstof: dat klinkt lekker groen. Maar voorzichtigheid is geboden. Want het mag dan duurzaam en verantwoord klinken, biobrandstof heeft een duistere zijde die de groene kant van het verhaal heel gemakkelijk kan gaan overschaduwen.

De fossiele brandstoffen die technisch en economisch winbaar zijn, beginnen op te raken. Daardoor stijgen de brandstofprijzen. Tegelijkertijd ontstaat er – mede door de klimaatproblematiek – bij veel mensen een verlangen om er een minder vervuilende levensstijl op na te houden. Beide ontwikkelingen maken de weg vrij voor biobrandstoffen: brandstoffen die gemaakt worden uit biomassa. Ze zijn hernieuwbaar (raken dus in tegenstelling tot fossiele brandstoffen nooit op) en ze worden gezien als ‘groen’, mede doordat de uitstoot van machines of voertuigen op biobrandstof een stuk schoner is dan die van machines of voertuigen op fossiele brandstoffen. Maar is biobrandstof wel zo groen, zo verantwoord en zo duurzaam als veel mensen denken?

Productieketen
Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar biobrandstoffen. En hoe meer onderzoek er werd gedaan, hoe duidelijker wel werd dat het te kort door de bocht is om biobrandstoffen per definitie als ‘groen’ en ‘duurzaam’ te bestempelen. Vooral wanneer we de productieketen van biobrandstoffen in ogenschouw nemen, komt de duistere kant van deze schijnbaar zo onschuldige brandstof al snel bovendrijven. Sterker nog: wanneer we de hele productieketen beschouwen, blijken veel biobrandstoffen zelfs nog meer broeikasgassen uit te stoten dan fossiele brandstoffen. En ook maatschappelijk gezien zijn biobrandstoffen lang niet altijd even verantwoord.

Biobrandstoffen

Er zijn verschillende soorten biobrandstoffen. Enkele voorbeelden: bio-ethanol (gemaakt uit bijvoorbeeld maïs, tarwe en suikerriet), biodiesel (gemaakt uit onder meer koolzaadolie) en biogas (gemaakt door bacteriën).

Land vrijmaken
Het begint allemaal al op het moment dat iemand besluit om biobrandstof te gaan maken. Men moet dan op zoek naar een flink stuk land om gewassen waar biobrandstoffen uit gemaakt kunnen worden, kwijt te kunnen. Zulke stukken land liggen niet voor het oprapen. En dus wordt er vaak besloten om land vrij te maken. Er worden dan bijvoorbeeld bossen omgehakt. Grote bomen moeten het onderspit delven. Maar vaak hebben die bomen jarenlang één van de bekendste broeikasgassen opgeslagen: CO2. En wanneer ze geveld worden, komt die CO2 vrij. Zonder dat er nog maar één druppel biobrandstof is geproduceerd – sterker nog: voordat de gewassen zijn gezaaid – is er door toedoen van de biobrandstof dus al een flinke dosis extra CO2 in de atmosfeer beland. Dat is vooral het geval wanneer bossen of veenland het veld moet ruimen: hier zit vaak veel CO2 in opgeslagen. “Biobrandstoffen die gemaakt worden van planten die in zulke gebieden groeien, veroorzaken meer CO2-uitstoot dan fossiele brandstoffen,” zo vertelt onderzoeker Mireille Faist in een interview aan Scientias.nl.

Bemesting
Ook de omgeving is lang niet altijd gebaat bij de gewassen waar de biobrandstof uit gewonnen wordt. De grond wordt soms overbemest en belandt in rivieren en meren, zo bleek vorig jaar uit dit onderzoek. Ook kunnen planten waar biobrandstoffen uit gemaakt worden ervoor zorgen dat de grond verzuurt. Biobrandstoffen kunnen dus een flink stempel drukken op de omgeving waarin ze tot stand komen. En dat stempel is zeker niet ‘groen’ te noemen.

De duurzaamste

Wat is – als we het hele productieproces van A tot Z in ogenschouw nemen nu de beste biobrandstof voor het milieu? Biogas, zo suggereert recent onderzoek. ERvan uitgaande dat het juiste bronmateriaal wordt gebruikt om biogas te maken, heeft dit gas een vijftig procent kleinere impact op het milieu dan benzine.

Afrika
Ook is vaak twijfelachtig of biobrandstoffen op een maatschappelijk verantwoorde manier tot stand komen. De vraag naar biobrandstoffen is namelijk het grootst in de ontwikkelde wereld. Zo wil Europa tegen 2020 aanzienlijk minder CO2 uit gaan stoten. Eén van de manieren om dat te bewerkstelligen, is de inzet van biobrandstoffen. Maar biobrandstoffen hebben een groot nadeel: er is biomassa voor nodig en het verbouwen van die biomassa neemt veel ruimte in beslag. En die ruimte heeft Europa niet. Dus moet het uitwijken naar een ander continent waar wel ruimte is: Afrika. Om aan de vraag te kunnen voldoen, moet Afrika flink wat bossen kappen. En zoals u eerder al las, komt daar veel CO2 bij vrij. Het resultaat is dus dat de emissies van één van de armste delen van de wereld de pan uit gaan rijzen. Het is een verplaatsing van een probleem: van het rijke Europa, naar het arme Afrika. Niet echt een oplossing waar we per definitie trots op hoeven te zijn. Daar komt nog eens bij dat een stuk land maar voor één doeleinde gebruikt worden. Als er gewassen op staan die biobrandstof moeten gaan leveren, dan kan er geen voedsel op verbouwd worden. En hoe leggen we dat uit aan mensen die honger lijden? Hoe vertellen we ze dat we bossen kappen en akkers aanleggen om onze auto’s draaiende te houden en dus niet om hun van voedsel te voorzien? Nog moeilijker wordt het om dat uit te leggen wanneer biobrandstoffen vervaardigd worden uit biomassa die ook als voedsel gebruikt zou kunnen worden…

Bomen omzagen om ruimte te maken voor gewassen waar biobrandstof uit gemaakt kan worden: een slecht idee. Foto:  Wagner T. Cassimiro "Aranha" (cc via Flickr.com).

Bomen omzagen om ruimte te maken voor gewassen waar biobrandstof uit gemaakt kan worden: een slecht idee. Foto: Wagner T. Cassimiro “Aranha” (cc via Flickr.com).

Aandacht
Gelukkig krijgen zowel onderzoekers als beleidsmakers steeds meer aandacht voor deze duistere kant van biobrandstoffen. Zo heeft Europa enkele jaren geleden nog bepaald dat niet alle biobrandstoffen het stempel ‘duurzaam’ mogen krijgen. Voordat een biobrandstof als duurzaam wordt bestempeld, moet deze aan een aantal eisen voldoen. Zo mogen er geen bossen voor verdwijnen, wordt het gebruik van mest beperkt en moet afval dat overblijft na de productie van biomassa gerecycled worden. En ook wetenschappers proberen hun steentje bij te dragen. Bijvoorbeeld door biobrandstoffen te ontwikkelen waar niet zoveel land voor nodig is, die minder broeikasgassen produceren en die niet concurreren met de voedselproductie. Maar die ontwikkelingen kosten vanzelfsprekend tijd: het duurt nog wel even voor baanbrekende ontdekkingen die nu in laboratoria worden gedaan op grote schaal (en tegen een aantrekkelijke prijs) kunnen worden ingezet.

Het lijkt zo eenduidig: groene energie. Maar dat is het zeker niet en in het verleden is het bijvoeglijke naamwoord ‘groen’ echt te snel gebruikt. En dat is een probleem, want de term is in sommige gevallen dus misleidend. En als dan uitkomt dat groen niet zo groen is, voelt de consument zich bedrogen en kan het duurzame verlangen dat veel mensen nu hebben zomaar een stille dood sterven. Want de moed zou u gemakkelijk in de schoenen kunnen zakken: bestaat werkelijk groene biobrandstof eigenlijk wel? Onderzoeker Mireille Faist was er eerder in een interview met Scientias.nl kort over. “De enige echt groene brandstof is de brandstof die niet wordt gebruikt.” De mensheid is echter nog niet toe aan zo’n ‘enige echte groene brandstof’ en dus zullen we ons toch aan ietsje minder groene brandstoffen moeten wagen. Dat is ook geen schande, zo haast Faist zich te stellen. “Er zijn brandstoffen die een heel kleine impact hebben op alle milieufactoren.” Maar voorzichtigheid blijft geboden. Want het ene groen is het andere niet en we moeten zeker niet met elke willekeurige tint groen genoegen nemen.