ziek1

Kinderloze stellen hebben gemiddeld 3 tot 4 weken per jaar een virus op bezoek, terwijl gezinnen met zes kinderen 45 weken per jaar een virus op visite hebben.

Wetenschappers trekken die conclusie nadat ze 26 huishoudens in Utah bestudeerden. De huishoudens telden samen 108 individuen. Er waren grote gezinnen bij, maar ook mensen zonder kinderen. Gedurende een jaar werd er elke week een monster bij de proefpersonen afgenomen om te kijken welke virussen ze bij zich droegen. Ook werd de proefpersonen gevraagd welke verkoudheids- of griepsymptomen ze hadden.

Het aantal weken waarin één of meer virussen in het huishouden werden gedetecteerd, afgezet tegen het aantal kinderen dat het huishouden telt.

Het aantal weken waarin één of meer virussen in het huishouden werden gedetecteerd, afgezet tegen het aantal kinderen dat het huishouden telt.

Omvang van het gezin
Uit het onderzoek blijkt dat er een verband is tussen de aanwezigheid van virussen en de omvang van het gezin. Mensen die geen kinderen hadden, bleken drie tot vier weken per jaar te maken te hebben met virusinfecties. In huishoudens met één kind doken achttien weken per jaar virusinfecties op, terwijl gezinnen met zes kinderen 45 weken(!) per jaar een virus bezaten. Overigens bleek slechts de helft van de mensen bij wie een virus werd aangetroffen ook daadwerkelijk symptomen te vertonen zoals hoesten, koorts en verstopte neus.

Kleine kinderen zijn de boosdoener
Maar waarom hebben grote gezinnen vaker met ziekte te maken? De jonge kinderen in het gezin lijken de boosdoener te zijn. Kinderen jonger dan vijf jaar bleken vijftig procent van het jaar minstens één virus bij zich te dragen. Daarmee werd bij deze kleine kinderen twee keer zo vaak een virus aangetroffen als bij oudere kinderen en volwassenen. En wanneer kleine kinderen een virus bij zich droegen, hadden zij ook een 1,5 keer grotere kans dan oudere kinderen en volwassenen om symptomen te vertonen. Ouders van jonge kinderen bleken bovendien 1,5 keer vaker ziek te zijn dan volwassenen van dezelfde leeftijd zonder kinderen.

Kinderen jonger dan vijf jaar hebben veel meer weken per jaar één of meer virussen onder de leden dan kinderen tussen de vijf en zeventien jaar oud.

Kinderen jonger dan vijf jaar hebben veel meer weken per jaar één of meer virussen onder de leden dan kinderen tussen de vijf en zeventien jaar oud.

Langdurig snotterig
“Veel gezinnen hebben te maken met de ene na de andere ziekte,” vertelt onderzoeker Carrie Byington. “Sommige kinderen die wij bestudeerden, bleken twintig tot 25 weken op rij symptomen te vertonen. Dit onderzoek helpt ons begrijpen wat normaal is als het gaat om jonge kinderen en kan ons helpen om te bepalen wanneer ziekte een reden tot zorg is.”

Een andere interessante conclusie uit dit onderzoek is al even eerder genoemd: soms hadden proefpersonen een virus onder de leden, maar vertoonden ze geen symptomen. Zo bleken proefpersonen die influenzavirussen bij zich droegen vaak ook ziek te zijn, terwijl het rhinovirus – dat kan leiden tot verkoudheid – slechts in de helft van de gevallen tot symptomen leidde. Verder blijkt uit het onderzoek dat virussen ook nadat een proefpersoon is opgeknapt nog een tijdje in het lichaam rondwaren.