Al 4,5 miljard jaar is de temperatuur op aarde min of meer constant. Hoe kan dit? De straling van de zon is nu namelijk met een kwart toegenomen in vergelijking met miljarden jaren geleden. Waarom was de jonge aarde niet koud en bedekt met een dikke laag ijs, in plaats van relatief warm?

Wetenschappers van de universiteit van Kopenhagen en de Stanford universiteit denken dat de aarde warmte vasthield door een combinatie van twee factoren: weinig wolken en veel water. De aarde was voor een groot deel met water bedekt, waardoor de zon gemakkelijk de oceanen kon opwarmen. Daarnaast zorgde de afwezigheid van algen ervoor dat er weinig wolken ontstonden. Algen produceren zwavel, een niet-metaal die een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van wolkendruppeltjes.

“Niet een hoge concentratie CO2, maar een dun wolkendek voorkwam een langdurige ijstijd”, vertelt professor Minik Rosing van het Deense Natuurhistorisch Museum. “De paradox van de zwakke zon en ijsvrije oceanen is nu opgelost.”

Minik Rosing en zijn team loste de paradox op door het analyseren van een 3,8 miljard jaar oude steen uit Groenland. Rosing: “De steen laat zien dat de atmosfeer 3,8 miljard jaar geleden drie tot vier keer zoveel CO2 bevatte dan nu. Dit is bij lange na niet genoeg om het gat tussen de zonnestraling van toen en nu te dichten.”

Het gat werd mogelijk wel gedicht met een dun wolkendek en veel oppervlaktewater. Deze twee factoren hebben er mogelijk voor gezorgd dat de aarde warm bleef.