Wat jij eet heeft niet alleen invloed op je eigen gezondheid, het bepaalt ook de gezondheid van je toekomstige kleinkinderen. Volgens de wetenschap kun je genen gemakkelijk beïnvloeden met voeding en je levensstijl.

De kans op diabetes voor kleinkinderen van een man die veel eet in zijn jonge jaren is vier keer zo groot als voor kleinkinderen van een man die juist weinig eet in zijn kindertijd. De uitspraak ‘je bent wat je eet’ zouden we dus eigenlijk moeten aanvullen met ‘en wat je ouders en grootouders aten’. Je gezondheid wordt beïnvloed door wat je moeder at voor en tijdens de zwangerschap, wat jouw vader at voor de bevruchting en wat jouw opa en oma aten vóór jouw ouders ter wereld kwamen. In dit artikel lees je hoe jouw eetgewoonten de gezondheid van je kleinkinderen kunnen bepalen.

Zwangerschap
Meerdere onderzoeken tonen aan dat het ongeboren kind van een moeder die ‘ondervoed’ is, een verhoogde kans op obesitas en diabetes heeft. Een moeder die niet goed eet krijgt namelijk te weinig voedingsstoffen binnen. Kinderen worden kleiner geboren en krijgen op volwassen leeftijd vaker diabetes en obesitas ten opzichte van kinderen met een niet-ondervoede moeder. Ook als het kind zelf normaal en gezond eet, blijft de kans op diabetes en overgewicht verhoogd. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de ‘voorprogrammering’ van het lichaam. Het lichaam bereidt de kinderen voor op schaarste – omdat de moeder te weinig voedingsstoffen binnen kreeg. Hierdoor gaat het lichaam anders om met voedingsstoffen. Als het vervolgens toch voldoende voeding binnenkrijgt, kan het dit niet goed verwerken: het lichaam weet niet wat het met de hoeveelheid glucose aan moet en slaat reserves op. Kort gezegd: wat en hoeveel de moeder eet, is van invloed op de gezondheid van haar kind. Maar… nu blijkt dat deze invloed nog verder wordt doorgegeven. De zonen van de ‘ondervoede’ moeder geven het namelijk door aan hun kinderen via genetische informatie. De genen ‘onthouden’ dat er weinig voeding beschikbaar is en de kinderen – de kleinkinderen van de ondervoede vrouw – worden net zoals hun vader kleiner geboren en ontwikkelen op latere leeftijd vaker diabetes dan gemiddeld.

Zo ben je als vrouw deels verantwoordelijk voor de gezondheid van je kinderen én kleinkinderen. Maar, vaders in spe dragen ook hun steentje bij. Een kind krijgt immers 50% van de genen van de moeder en 50% van de genen van de vader.

Conceptie
Wat de man eet vóór conceptie bepaalt evenzeer de gezondheid van de nakomelingen als wat de vrouw eet voor en tijdens haar zwangerschap. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het onderzoek aan de McGill University in Canada. Onderzoekers ontdekten dat vaders die overgewicht hebben, veel fastfood eten en/of veel vet consumeren, niet goed vitamine B9 (foliumzuur) kunnen omzetten. Hierdoor hebben hun nakomelingen 30% meer kans op afwijkingen aan de schedel, de wervelkolom en andere skeletdelen (conclusie van de studie bij muizen). Ook mannen die veel voor hun puberteit eten, vergroten hiermee de kans op diabetes van hun nakomelingen. De kans op diabetes is voor hun kleinkinderen namelijk vier keer zo groot als voor kleinkinderen van een man die weinig eet voor zijn pubertijd. Dit blijkt uit onderzoek van de Umeå University.

Hoe voedingstekorten worden doorgegeven
Hoe kan het nu eigenlijk dat wat je opa en oma vroeger aten – of niet aten – invloed heeft op jouw genen? Genen staan toch vast? Ja, maar niet helemaal. Genen kunnen tijdelijk veranderen; ze passen zich aan de omgeving aan. Zo heeft ook het tekort aan bepaalde voedingsstoffen een tijdelijk effect op je genen. Dit effect op je genen wordt genetische expressie genoemd. Je genen staan vast, maar door genetische expressie kunnen ze anders worden doorgegeven bij de conceptie. Genen kun je zien als een lange streng van verschillende ‘losse genen’. Door bepaalde stofjes, of een tekort aan stofjes, kunnen stukjes van de genen worden in- en uitgeschakeld. In de meeste gevallen gebeurt dit door methylering, een proces waarbij het molecuul methyl zich vastklampt aan genen en zo bepaalt welke genen er worden doorgegeven en welke niet. Als een gen uitgeschakeld is op het moment van conceptie, heeft dit invloed op de genen van het kind. En zo bepaalt het mede de gezondheid van het kind dat verwekt wordt.

Het AVY-gen: huidskleur en diabetes
Een voorbeeld van een gen dat via genetische expressie wel of niet wordt doorgegeven, is het AVY-gen. Dit gen zorgt bij muizen voor de kleur van de vacht en bij mensen wellicht voor de huidskleur. Hiernaast denken wetenschappers dat het AVY-gen verband houdt met het gewicht en het risico op diabetes. Het AVY-gen wordt indirect in- en uitgeschakeld door voedingsstoffen. Zwangere muizen die verrijkte voeding kregen, kregen donker gekleurde jongen. Als die jonkies vervolgens normaal te eten kregen, zetten zij óók donkere jongen op de wereld. Het AVY-gen, dat waarschijnlijk ook het risico op overgewicht en diabetes bepaalt, wordt dus doorgegeven aan kinderen én aan kleinkinderen.

Stress
Niet alleen voeding beïnvloedt onze genetische expressie. Ook stress kan de aan- en uitknop van bepaalde genen indrukken. Soms wordt een knop even (enkele uren) ingedrukt en soms blijft de knop door stress zelfs langer ingedrukt (maanden, jaren of de rest van je leven). Hierdoor heeft stress grote impact op je gezondheid en kan stress er tevens voor zorgen dat je nageslacht andere genen krijgt. Stress verandert voornamelijk de genetische expressie in je beloningssysteem. Dit kun je zelf ook al merken, doordat je in tijden van stress anders reageert op prikkels. Je bent prikkelbaar, snel emotioneel en misschien opvliegender dan normaal. Daarnaast kan stress zorgen voor depressieve gevoelens. Waar het op neer komt, is dat stress invloed heeft op je gedrag, want iemand die gestrest is, reageert compleet anders op situaties dan wanneer hij niet gestrest zou zijn. Dit bleek dan ook bij een onderzoek bij muizen. Muizen werden steeds opnieuw blootgesteld aan stress, doordat er telkens agressieve muizen bij hun in de kooi werden gezet. Op den duur vermeden de ‘normale’ muizen andere muizen – ook de ‘normale’ muizen. Ze verloren hun interesse in dingen waar ze normaalgesproken wel blij van werden, zoals snoepjes en seks. Ook werden ze minder avontuurlijk en werden ze dikker doordat ze meer begonnen te eten. Een soort kleine emotie-etertjes dus. En zo reageren veel mensen ook op stress: als emotie-eters, lusteloos en teruggetrokken. Wel bleek dat niet iedere muis bij het onderzoek hetzelfde reageerde op de stress. Hoe heftiger de muizen reageerden op stress, hoe meer verandering in genen er te zien was in het beloningsysteem van de hersenen. Een aantal veranderingen bleven slechts enkele dagen zichtbaar, andere bleven wekenlang zichtbaar. Maar wat betekent dit nu? Simpel gezegd betekent dit dat stress grote invloed heeft op genetische expressie, die kan worden doorgegeven aan kinderen. In het geval van stress wordt er stressgevoeligheid doorgegeven. Het bepaalt hoe je toekomstige kinderen kunnen omgaan met stress: worden ze snel depressief of pakken ze al snel de draad weer op na negatieve ervaringen? Uit onderzoek blijkt dat vooral stress op jonge leeftijd – als jij kind bent dus – voor blijvende genetische expressie kan zorgen die wordt doorgegeven aan het nageslacht – jouw kinderen.

Genen beïnvloeden
De genen die door genetische expressie anders worden doorgegeven, worden niet eindeloos doorgegeven. Gelukkig! Wel reikt het tot aan je kleinkinderen. Jij kunt dus enigszins bepalen met welke genen je kleinkinderen ter wereld komen. Met jouw voeding kun je jouw genen, van jouw wellicht ondervoede oma en dikkere opa, omkeren en hierdoor ervoor zorgen dat diabetes ineens niet meer in de familie zit! Ook kun je, zonder dat je invloed hebt op jouw eigen gekregen genen, ervoor zorgen dat je door genetische expressie het positieve uit je genen doorgeeft aan je kids, door bijvoorbeeld te leren om beter met stress om te gaan met gedragstherapie, sport of meditatie. En wellicht kun je heel simpel, met wat lesjes yoga voor je potje seks, een veel gezondere baby, met een betere weerstand, verwekken.