Als jouw redacteur dit artikel op zijn elfendertigst zou schrijven, zou mijn eindredacteur vragen waarom ik mij er met een Jantje van Leiden van af heb gemaakt, of ik soms van Lotje getikt ben en stellen dat ik een klaploper ben. Maar wie zijn Lotje en Jantje eigenlijk?

Wie deze slordige Jantje is en waar de uitdrukking vandaan komt, weten we vrij zeker. Oorspronkelijk werd er bedoeld dat je je ergens gemakkelijk vanaf maakte, door middel van een mooi kletspraatje. Dat laatste gedeelte is tegenwoordig een beetje vervallen, maar dat Jantje van Leiden geen ijverige figuur moet zijn geweest, is nog steeds duidelijk. Jan Beukelszoon van Leiden heeft echt bestaan en was inderdaad niet de meest betrouwbare kerel. Aanvankelijk kleermaker, probeerde hij in het begin van de 16e eeuw ook een bestaan op te bouwen als koopman, herbergier én leider van een religieuze groepering, genaamd de wederdopers. Van Leiden had veel loze praatjes en stond bekend om zijn onoprechte karakter. Hij werd op zijn 27e in 1536 ter dood veroordeeld en na een eeuw stond Jan nog steeds in het collectief geheugen gegrift. Toen zei men namelijk al dat je het aflegde tegen Jan van Leyen als je je met gladde praatjes ergens onderuit wilde kletsen.

De ‘echte’ Jan van Leiden. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

Uitdrukkingen versus spreekwoorden
Waar de uitdrukkingen in onze taal vandaan komen, staat echter niet altijd vast. “Het is een interessante vraagstelling,” meent professor in de historische taalkunde dr. Nicoline van der Sijs van de Radboud Universiteit Nijmegen. “We weten het niet altijd zeker, maar kunnen wel onderzoek doen naar de herkomst van een uitdrukking en hoe die zich ontwikkeld heeft, oftewel etymologie bedrijven. Daar is nog genoeg onderzoek in te doen, alleen al omdat het onderzoeksgebied ontzettend groot is. We hebben het dan immers niet alleen over uitdrukkingen, maar natuurlijk ook over gezegdes en spreekwoorden. Dat verschil handhaven is een klein beetje haarkloverij. Voor de etymologie maakt dat weinig uit. Maar over het algemeen hebben we het over een spreekwoord als we er een algemene levenswijsheid of morele les uit kunnen trekken en als de vorm onveranderlijk is.”


Bijbel en Latijn
Volgens Van der Sijs zijn er enkele bronnen die duidelijk het merendeel van de Nederlandse uitdrukkingen geleverd hebben. “We weten dat veel uitdrukkingen uit de Bijbel en het Latijn komen. Uit de Bijbel komt bijvoorbeeld ‘dat iets in goede aarde valt’, maar ook ‘door het oog van de naald kruipen’ en ‘met de mantel der liefde bedekken’ hebben we aan de Bijbel te danken. Uit het Latijn komen bijvoorbeeld ‘altijd op hetzelfde aambeeld hameren’, ‘de gelegenheid maakt de dief’, ‘gouden bergen beloven’ en ‘er zit een addertje onder het gras’. De meeste mensen zijn hier wel bekend mee en weten wat dit betekent. Maar er zijn ook uitdrukkingen die wat lastiger te herleiden zijn.” ‘Van Lotje getikt zijn’ is er zo eentje. In de 18e eeuw kwamen we de uitdrukking ‘Van Lorretje getikt zijn’, al tegen. Lorretje is hier een bijnaam voor een papegaai. En nóg iets ouder is de uitdrukking ‘Door Lorretje gepikt zijn’. Je was door een vogel in je hoofd gepikt en dus gek. Of niet goed snik. Overigens weten we ook niet zeker, waar snik vandaan komt. Snik heeft vermoedelijk verwantschap met snugger. Deze woorden behoorden tot een groep die met sn beginnen en een grondbetekenis hebben van snijden, scherp hebben. ‘Niet goed snik zijn’ kreeg zo de betekenis van ‘niet scherp van verstand zijn’. Ook over ‘De pijp uitgaan’ zijn er verschillende theorieën. De uitdrukking heeft niets met de rookpijp en diens schadelijke gevolgen te maken, maar met de konijnenjacht. Konijnenholen werden ook wel pijpen genoemd en het konijn dat de pijp uitging, werd geschoten en stierf dus. Helemaal zeker is dit echter niet, want de uitdrukking kan ook uit de eendenjacht komen. De wilde eenden werden in lange sloten met schotten en netten opgedreven. Zo’n val werd een vangpijp genoemd. De eenden die hierin terecht kwamen, wachtte geen gunstig lot. Maar of ze in een dergelijk geval nu juist de pijp in- of uitgingen, is niet duidelijk. De meeste neerlandici en betrouwbare bronnen houden het er dan ook op dat het konijnenhol staat voor de pijp, die we uitgaan als we sterven.

Uit het buitenland
Van der Sijs wijst erop dat er in het Nederlands ook nogal wat uitdrukkingen zijn die uit het buitenland geleend zijn, zoals YOLO oftewel ‘You Only Live Once’. “Denk ook aan ‘A dirty mind is a joy forever’, ‘Don’t shoot the messenger’ of ‘Don’t worry, be happy’. Dan komen er nog veel uitdrukkingen uit het vakmanschap van vroeger, bijvoorbeeld de scheepvaart, ‘Overstag gaan’ en ‘Iets voor de boeg hebben’, zijn daar goede voorbeelden van.”

Over Aagje, Bruintje en de sikkepit
Voor de nieuwsgierige Aagjes onder de lezers, heeft Scientias.nl nog een paar andere uitdrukkingen. (Aagje is trouwens de hoofdpersoon in een 17e eeuwse klucht van Abraham Bormeester, getiteld Kluchtigh Avontuurtje van ‘t Nieuwsgierigh Aeghje van Enckhuysen):
‘Lanterfanteren’ oftewel luieren. Een samenstelling van de woorden ‘land’ en ‘truwant’. ‘Truwant’ is een oud woord voor bedelaar of nietsnut. En van de samentrekking lanterfant is dan weer een werkwoord gemaakt,
‘Klaplopen’ oftewel profiteren. Dit komt van met de klap lopen. Een klap was de klepper waarmee leprapatiënten in de 16e en 17e eeuw door de straat liepen om hun komst aan te kondigen en misschien een aalmoes te ontvangen.
‘Dat trekt Bruintje niet’ oftewel iets is niet betaalbaar. Bruintje staat symbool voor de naam van een werkpaard dat een kar moet trekken. Als de last van de kar te zwaar is, valt deze niet te trekken.
‘Om de haverklap’ oftewel voorspelbaar regelmatig. De meest betrouwbare en recente theorie is dat dit afkomstig is van aveklap, namelijk de afkorting van het driemaal daags slaan van de klokken, het clappen dus, voor het Ave Maria-gebed, afgekort als ave. Vroeger dacht men dat de uitdrukking mogelijk verwees naar de haverklep van een paard. Dit was een mondbak van leer, gevuld met haver die om de nek van het paard werd gehangen. Het bakje moest regelmatig aangevuld worden. Ook is de herkomst wel eens gezocht in het klappen op haver tijdens het dorsen. De dorsvlegel kwam elke tweede slag op de haver terecht.
‘Sikkepit’ oftewel een klein beetje. Een samenstelling van het woord sik dat geit betekent en het woord pit, dat verwijst naar een keuteltje. Een klein geitenkeuteltje dus.

Pasgeboren uitdrukkingen
“Niet alle uitdrukkingen hebben een eeuwenoud verleden. Ook vandaag de dag worden er nog steeds uitdrukkingen geboren, bijvoorbeeld ‘Aanval is de beste verdediging’. Cabaretiers, politici, influencers en andere beroemdheden hebben een grote invloed op hoe we onze taal gebruiken. Van Kooten en De Bie hebben legio uitdrukkingen de Nederlandse taal ingebracht, bijvoorbeeld ‘Stoned als een garnaal’. Of ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’, die de overheid gebruikte als slogan om meisjes te stimuleren in opleiding en vakvaardigheden,” aldus Van der Sijs.


Tot slot dient nog vermeld te worden dat iets op zijn elfendertigst doen, zo gek nog niet is. Vroeger werd aangenomen dat de uitdrukking verwees naar de trage wijze waarop de Staten van Friesland, bestaande uit de afgevaardigden van 11 steden en 30 plattelandsgemeenten, overleg pleegden in de 17e en 18e eeuw. De moderne etymologie houdt het echter op een heel andere herkomst. Iets op zijn elfendertigst doen, betekende aanvankelijk juist dat een taak keurig en nauwgezet gedaan werd. De term komt uit de weverij en verwijst naar de elf-en-dertig. Dat was een weefkam van 41 gangen en geschikt voor duizenden draden, bedoeld om zeer fijn textiel mee te weven. Een wever die hiermee bezig was, moest heel precies werken, ook al was het dan een zeer traag proces.
Scientias.nl hoopt dan ook dat de lezer hier wat meer snik van is geworden.