Bruine sneeuwhazen zijn goed gecamoufleerd in sneeuwloze omgevingen, met dank aan de zwartstaarthaas.

Goede camouflage is van levensbelang. Dit geldt zeker voor sneeuwhazen die roofdieren, zoals de lynx, proberen te vermijden. In de winter hebben deze hazen een witte vacht waardoor ze bijna onzichtbaar zijn in het uitgestrekte sneeuwlandschap. Maar in sommige gebieden ligt er in de winter weinig of geen sneeuw. Een witte vacht is hier een nadeel, want roofdieren zien een sneeuwwitte vlek in een bruinkleurig landschap van kilometers ver bewegen. Witte hazen zijn dan een makkelijke prooi. Maar in de sneeuwloze omgeving hebben sommige sneeuwhazen een bruine vacht waardoor ze goed gecamoufleerd kunnen rondhuppelen. Wetenschappers bestudeerden de genetische basis van deze kleurenvariatie en kwamen tot een verrassende ontdekking.

Een opgezette sneeuwhaas met wintervacht. Afbeelding: H. Zell (via Wikimedia Commons).

Chromosoom 4
Om te weten welke genen de vachtkleur van sneeuwhazen bepalen, brachten onderzoekers het genoom van deze dieren in kaart. Men koos voor twee populaties sneeuwhazen in de Verenigde Staten: een populatie waar de dieren in de winter volledig wit zijn (Montana) en een populatie waar zowel witte als bruine dieren rondlopen (Oregon). Deze populaties behoren tot een andere soort sneeuwhaas (de Amerikaanse haas) dan de soort die in Europa leeft. Uit de genetische analyses kwam één regio uit het genoom prominent naar voren: op chromosoom 4 liggen diverse genen die geassocieerd zijn met vachtkleur.

Een zwartstaarthaas. Afbeelding: Jessie Eastland.

Zwartstaarthazen
De regio op chromosoom vier vertoont heel wat verschillen tussen witte en bruine hazen. Zo veel zelfs dat de onderzoekers het onwaarschijnlijk achtten dat het om recente mutaties gaat. Verdere analyses brachten een verrassende ontdekking aan het licht: de genetische varianten die verantwoordelijk zijn voor de bruine vacht komen van een andere soort: de zwartstaarthaas. In het verleden hebben sneeuwhazen en zwartstaarthazen met elkaar gepaard en genetisch materiaal uitgewisseld. De bruine-vacht-genen van de zwartstaarthaas bleken voordelig te zijn voor sneeuwhazen in een omgeving met weinig sneeuw.

Adaptieve introgressie
Dit fenomeen staat bekend als adaptieve introgressie. Adaptief verwijst naar aanpassing aan de omgeving. Introgressie is jargon voor uitwisseling van genetisch materiaal door middel van kruisingen. De laatste jaren zijn er steeds meer voorbeelden van dit fenomeen beschreven, zoals uitwisseling van camouflage-genen tussen Zuid-Amerikaanse vlindersoorten en uitwisseling van genen die muizen resistentie bieden tegen vergif. Ook de evolutie van de mens is beïnvloed door introgressie, zo hebben Tibetanen bijvoorbeeld genen verkregen van de uitgestorven Denisova-mens waardoor ze beter aangepast zijn aan het leven op grote hoogte.

Jente Ottenburghs promoveerde aan de Universiteit Wageningen waar hij onderzoek deed naar de evolutie van ganzen. Na een stage bij de wetenschapsredactie van de Volkskrant werkt hij nu als postdoc aan de Uppsala Universiteit in Zweden. Meer weten over Jente? Neem een kijkje op zijn website. Recent kon je in een artikel van de hand van Jente al lezen hoe een genoom in kaart wordt gebracht. Nieuwsgierig? Klik hier! En hier kun je lezen hoe de genetische code precies werkt.