Wanneer water een temperatuur van honderd graden Celsius bereikt, dan begint het te koken. Hier op aarde is dit duidelijk te zien. Kleine belletjes met gasmoleculen willen uitdijen, maar krijgen daarvoor niet de ruimte in een pan. Zij stijgen daarom op. Maar hoe zit dat in de ruimte? Hoe kookt water zonder zwaartekracht? En waarom is het belangrijk om dit te weten?

Afgelopen week werd de spaceshuttle Discovery gelanceerd. Eén van de experimenten aan boord van deze spaceshuttle is het Nucleate Pool Boiling Experiment. Nucleate boiling – in het Nederlands ‘kiemkoken’ genoemd – is een proces waarbij gasbellen aan een verwarmd oppervlak worden gevormd. De bellen worden losgelaten en komen daarna in een kouder vloeistof terecht. Hierdoor kunnen de bellen efficiënt energie overbrengen.

Maar waarom vinden wetenschappers het fascinerend om water in de ruimte te koken? Wel, het is belangrijk om te weten hoe kokend water zich in de ruimte gedraagt. Stel, een toekomstig ruimteschip moet verwarmd worden, dan is het makkelijker om een verwarmingsinstallatie te installeren en water te koken, dan om fossiele brandstoffen te gebruiken om het ruimtevaartuig op te warmen. Daarom is het goed om de warmte-overdracht van vloeistof in kaart te brengen.

Nu bent u waarschijnlijk benieuwd hoe kokend water er in de ruimte uitziet. Hieronder vindt u een video met het proces. Wanneer er minder zwaartekracht is dan op aarde – zoals aan boord van het internationale ruimtestation – dan zijn de bellen veel groter dan op aarde. Dit is hieronder goed te zien.