Jongeren met een lagere sociaaleconomische status doen gemiddeld minder aan beweging dan jongeren met een hogere sociaaleconomische status. Een team van onderzoekers uit zes Europese landen heeft nu geprobeerd de redenen hiervan te achterhalen en tot een oplossing voor dit probleem te komen.

Aan het onderzoek namen 291 jongeren deel, allen tussen 12 en 18 jaar (114 jongens en 177 meisjes) en afkomstig uit België, Duitsland, Engeland, Zweden, Italië en Griekenland. Uit de resultaten blijkt dat vooral jongeren met een lage opleiding en een lagere sociaaleconomische status minder bewegen dan hun hoger opgeleide leeftijdgenoten. Daarnaast komen zij vaak uit een migrantenmilieu. Acties om deze groepen jongeren tot beweging aan te zetten mislukken veelal.

Door de onderzoekers werd ook gekeken welke rol de omgeving speelt om niet te gaan sporten. Veel jongeren geven aan niet te weten hoe en waar zij aan sport kunnen doen. Ook zijn zij niet geïnteresseerd in de positieve effecten van sport op hun gezondheid. Daarnaast geven zij aan negatieve ervaringen te hebben met sport via school of sportvereniging. Prof. Jan Seghers van de Katholieke Universiteit Leuven vertelt: “De resultaten in Vlaanderen zijn hetzelfde als de resultaten in de andere Europese landen. Een opvallende bevinding in de Vlaamse resultaten is dat jongeren vaak weinig steun ervaren van hun ouders of vrienden om te sporten of te bewegen. Toekomstige acties om beweging bij jongeren uit de risicogroep te bevorderen, moeten zich dus ook richten op de ondersteunende en stimulerende rol van ouders en vrienden.”

Na alle uitkomsten te hebben verwerkt, komt het onderzoeksteam met enkele aanbevelingen. Zo vinden de wetenschappers het belangrijk om jongeren meer te betrekken bij het opstellen van een sportprogramma. Daarnaast moeten jongeren positieve ervaringen opdoen met sporten. Voorgesteld wordt om hiervoor een samenwerking aan te gaan met diverse organisaties binnen en buiten de sportwereld.