Die vraag houdt astrobiologen al diverse decennia bezig. Toch blijken bepaalde aardse organismen een emigratie wel te zien zitten. Het idee van panspermia – leven dat zich van planeet naar planeet verspreidt of zelfs tussen zonnestelsels bestaat – is zelfs zo gek nog niet. Dat blijkt uit het Expose-E-experiment.

In februari 2008 werd Atlantis richting het International Space Station (ISS) afgeschoten. Aan boord waren in totaal 664 biologische en biochemische monsters. Deze werden in de ruimte gedropt en achttien maanden later door de spaceshuttle Discovery weer meegebracht.

Expose-E
Expose-E bestaat uit zes lagen. Twee werden direct aan de ruimte blootgesteld, een andere laag was afgesloten en bevatte gas. Zo kon de atmosfeer van Mars (deze bestaat voor het grootste deel uit koolstofdioxide) worden nagebootst. Het raam dat deze laatste monsters afsloot had een filter zodat ook de invloed van het zonnespectrum kon worden gesimuleerd. Andere lagen werden in de zon gezet, of juist in de schaduw. Na anderhalf jaar zijn de monsters nu dus weer veilig terug op aarde. Een bijna identiek experiment gaat op dit moment nog door in de ruimte. Dit is Expose-R.

Xanthoria elegans

De eerste onderzoeksresultaten van de reislustige monsters van Expose-E rollen inmiddels binnen. De beste overlevenden in de ruimte waren de Xanthoria elegans. Dit mos kan op aarde in de meest extreme gebieden worden aangetroffen. “Als zij (het mos) in een leefomgeving komen waar het hen niet bevalt dan zetten ze zichzelf ‘uit’ en wachten op betere omstandigheden,” vertelt onderzoeker Rene Demets. “En als je ze weer terugzet in een fijn gebied en je geeft ze water dan leven ze net als voorheen gewoon verder.”

Water
Het belangrijkste issue in de ruimte is water. Vocht verdampt vrijwel direct in de ruimte. Enkel organismen die lang zonder water kunnen, overleven in de ruimte. Naast het korstmos zijn er slechts enkele dieren en planten die in aanmerking komen voor een buitenaards leven: beerdiertjes, larven van de polypedilum vanderplanki (een vlieg), artemia (een klein kreeftje) en sommige droge plantenzaden.

Straling
Dan is er ook nog de straling. “Straling is een groot gevaar voor leven in de ruimte. Kosmische straling is heel krachtig en ioniserend, maar het meest gevaarlijk is de UV-straling van de zon. Hier op de grond wordt UV-C vaak gebruikt om bacteriën te doden.” De effecten van de straling werken bovendien door, omdat ze het DNA kapot maken en genetische mutaties veroorzaken.

Op dit moment werkt het onderzoeksteam van Demets aan een simulatie op aarde. Hierbij wordt gewerkt zonder zwaartekracht en ioniserende straling. De resultaten zullen verrassend zijn, zo belooft Demets. Hij concludeert dat de voorlopige onderzoeksresultaten het idee van panspermia niet van tafel vegen, maar juist versterken. Wel is er één los eindje. “De aankomst op de planeet, want geen enkel levend wezen kan de vurige entree door de atmosfeer overleven. Maar misschien zijn de omstandigheden diep in een steen beter. Daarom denken we nu aan een astrobiologisch experiment waarin we ook de aankomst op aarde betrekken.”