Wetenschappers van de universiteit van Hawaï hebben onderzocht waarom Chinezen er duizenden jaren geleden voor kozen om naar het eiland Taiwan te reizen. De archeologen denken dat het stijgen van het zeewater een belangrijke oorzaak was.

Volgens onderzoeker Barry Rolett en zijn collega’s waren Chinezen 9.000 jaar geleden geen vissers, maar verbouwden ze rijst. In het jaar 7.000 voor Christus begon het waterpeil te stijgen en kwamen rijstvelden onder water te staan. Het water steeg zo hoog, dat de bergtoppen veranderden in kleine eilanden.

Uit sedimenten nabij het Chinese Fazhou Basin blijkt dat het waterpeil 7.000 jaar geleden het hoogste niveau bereikte en vervolgens langzaam daalde. Aangezien Chinezen op kleine eilanden leefden, bleek het lucratiever om visser te worden dan om rijstboer te blijven.

Aardewerk
Eenmaal op zee hebben sommige vissers waarschijnlijk het eiland Taiwan ontdekt. Dit komt overeen met vondsten van het onderzoeksteam. Rolett en zijn collega’s vonden vergelijkbaar aardewerk uit dezelfde periode in China en op Taiwan.

130 kilometer water
De afstand van Taiwan tot China is circa 130 kilometer. Het is heel goed mogelijk dat de vissers regelmatig tussen Taiwan en China pendelden en zich uiteindelijk vestigden op het grote eiland. Taiwan heeft 23 miljoen inwoners en is met een oppervlak van 35.000 vierkante kilometer kleiner dan Nederland.