De beroemde gaszuilen in de Adelaarsnevel hebben inderdaad vorm gekregen door de intense straling van nabije massieve sterren. Dat concludeert een astronoom nadat hij de vorming van deze gaszuilen met behulp van de computer simuleerde.

Op een foto die Hubble in 1995 maakte, pronken ze als nooit tevoren: de prachtige zuilen gas in de Adelaarsnevel. Onderzoekers hadden wel ideeën over hoe deze sprookjesachtige zuilen tot stand waren gekomen. Ze vermoedden dat ze hun kenmerkende vorm kregen dankzij de intense straling van nabijgelegen zeer zware sterren.

Simulatie
Astronoom Scott Balfour kan die theorie nu bevestigen. Hij baseert zich op computersimulaties. Als vertrekpunt nam hij een gaswolk die door toedoen van zijn eigen gewicht aan het instorten is. Hij keek vervolgens wat er in 1,6 miljoen jaar tijd gebeurde nadat er in deze wolk een zeer zware ster – een ster van het O-type – ontstond.

WIST JE DAT…

…Hubble onlangs zijn meest kleurrijke kiekje van het verre heelal maakte?

O-type
Sterren van het O-type zijn bijzonder zwaar. Ze hebben een massa die ongeveer zestien keer groter is dan die van onze zon. Hun leven is kort. Tijdens de meest stabiele fase in dat korte leven, zijn ze bijzonder warm met een oppervlaktetemperatuur van wel 30.000 graden Celsius (ter vergelijking: de zon heeft een oppervlaktetemperatuur van ‘slechts’ 5500 graden Celsius. De zeer zware sterren zijn bronnen van ultraviolet licht en sterke winden en geven zo letterlijk vorm aan hun omgeving. Het model van Balfour resulteerde keurig in exact dezelfde structuren die we ook op de foto van Hubble zien. “Het wijst erop dat gigantische sterren van het O-type een enorme invloed hebben op de vormgeving van hun omgeving.”

Stervorming
Balfour testte ook de hypothese dat deze zware sterren de vorming van nieuwe sterren bevorderen. De theorie was dat de zware sterren het nabije interstellaire gas zouden opwarmen en bubbels zouden creëren. Die bubbels gedragen zich als een sneeuwschuiver: ze zwiepen het omringende koudere materiaal op. Op deze plekken – waar gas wordt samengedrukt – ontstaan veel nieuwe sterren.

Uit het model van Balfour blijkt dat de zeer zware sterren inderdaad bubbels creëren. Maar daarmee is het nog niet bewezen dat deze ook de stervorming bevorderen. Zodra er een bubbel is ontstaan, kunnen er drie dingen gebeuren. De bubbel blijft voortdurend uitdijen. De bubbel dijt uit, trekt een beetje samen en komt dan vrijwel tot stilstand. Of de bubbel dijt uit en trekt sterk samen, helemaal richting het centrum van de gaswolk. Balfour toont aan dat alleen het tweede scenario tot veel nieuwe sterren leidt en ook alleen maar als de omstandigheden precies goed zijn. “Als ik gelijk heb, betekent het dat massieve sterren een veel complexere rol spelen in het voortbrengen van nieuwe generaties sterren dan gedacht.”