Wetenschappers hebben ontdekt dat mensen die op een specifieke plaats in de hersenen meer grijze stof hebben, altruïstischer zijn. Het is voor het eerst dat er een verband wordt gevonden tussen de anatomie en activiteit van de hersenen en altruïstisch gedrag.

Er is sprake van altruïstisch gedrag wanneer u dingen doet voor een ander zonder dat u daar zelf beter van wordt. Sommige mensen ondernemen zulke acties regelmatig. Ze collecteren voor een goed doel of doen wekelijks vrijwilligerwerk. Anderen zijn een stuk egoïstischer. Die verschillen zijn mede te verklaren door de opbouw van het brein, zo blijkt nu uit nieuw onderzoek.

Experiment
De onderzoekers verzamelden een aantal proefpersonen en lieten ze een experiment uitvoeren. Ze kregen de opdracht om geld te verdelen tussen zichzelf en een anoniem persoon. Sommige mensen waren bereid om de ander ook flink wat geld te geven. Een actie waar ze zelf niet beter van werden. Anderen wilden hun geld liever niet opofferen.

De gele vlek geeft aan waar de pariëtale en temporale kwabben elkaar ontmoeten. Afbeelding: Universiteit van Zürich.

Hersenen
Tijdens het experiment werden ook de hersenen van de proefpersonen goed in de gaten gehouden. De onderzoekers letten vooral op het gebied waar de pariëtale en temporale kwabben elkaar ontmoeten. Eerder onderzoek had al aangetoond dat dit deel van de hersenen verband houdt met de vaardigheid om onszelf in iemand anders te verplaatsen. En in dit deel van de hersenen bleek inderdaad verschillen op te treden tussen mensen die altruïstisch en mensen die egoïstisch waren. Mensen die altruïstisch waren, hadden in dit deel van de hersenen meer grijze stof.

Hersenactiviteit
Ook de hersenactiviteit van de proefpersonen bleek iets anders te zijn. Egoïstische mensen vertoonden al wanneer de nadelen die een altruïstische actie voor ze had, klein waren meer activiteit in het deel van de hersenen achter het oor. Bij altruïstische mensen werd dit deel pas actief wanneer de nadelen die een altruïstische actie voor ze had heel groot waren.

Het onderzoek toont aan dat hersenactiviteit, maar ook de bouw van de hersenen samenhangt met altruïstisch gedrag. Toch wil dat niet zeggen dat het bestaan van altruïstische en egoïstische mensen enkel te verklaren is door naar het brein te kijken. Er zijn meer factoren die een rol spelen. Het volume van de grijze stof wordt namelijk ook beïnvloed door sociale processen. Dat laatste feit roept overigens ook weer interessante vraagstukken op: zou het mogelijk zijn om altruïstisch gedrag te promoten door bepaalde trainingen en sociale normen toe te passen?