Het nieuws op Scientias.nl is meestal gebaseerd op wetenschappelijke publicaties, maar hoe komen deze tot stand?

Publish or perish. Deze dreiging hoor je vaak in academische kringen. Een succesvolle carrière in de wetenschap wordt grotendeels bepaald door het publiceren van artikelen in wetenschappelijke vakbladen. En liefst verschijnen deze artikels ook nog eens in gerenommeerde tijdschriften zoals Nature en Science. Sommige artikelen worden opgepikt door de media en verschijnen op een populairwetenschappelijk website of in de krant. Maar wat gebeurt er achter de schermen? Hoe komt een artikel in een wetenschappelijk vakblad terecht?

Impact
Stel dat een wetenschapper een geweldig idee heeft. Zij contacteert haar collega’s en samen werken ze een ingenieus experiment uit. Na maanden van hard werk stromen de eerste resultaten binnen. Op basis van hun bevindingen schrijven de wetenschappers een gedetailleerd manuscript. Nu moet een belangrijke beslissing gemaakt worden: naar welk wetenschappelijk tijdschrift gaan ze het manuscript sturen? Wetenschappelijke vakbladen verschillen namelijk in de impact die ze hebben en de onderzoekers willen natuurlijk dat hun resultaten zo veel mogelijk impact hebben op toekomstig onderzoek.


Maar hoe meet je impact? Wetenschappers focussen vooral op citaties: hoe vaak wordt een artikel geciteerd door hun vakgenoten? Op basis van het aantal citaties kan voor elke wetenschapper een zogenaamde H-index berekend worden. Deze index geeft aan hoe vaak bepaalde artikelen geciteerd zijn. Een H-index van 8, bijvoorbeeld, betekent dat acht artikels minstens acht keer geciteerd zijn. Een andere index – de i10-index – verwijst naar het aantal artikelen dat minstens tien keer geciteerd is. Op basis van deze indices kan men inschatten hoe groot de impact van een bepaalde wetenschapper is.

Impact factor
Tijdschriften hebben een gelijkaardig systeem, maar in plaats van een H-index gebruiken ze impact factors. Deze cijfers geven aan hoe vaak een artikel in een bepaald tijdschrift jaarlijks geciteerd wordt (meestal berekend voor de laatste twee jaar). Gerenommeerde tijdschriften, zoals Nature of Science, hebben impact factors van ongeveer 30. Dat wil zeggen dat een artikel in dit tijdschrift gemiddeld 30 keer per jaar geciteerd wordt. Er is echter een grote variatie in impact factors tussen verschillende vakgebieden. Dit maakt het vaak lastig om vakbladen met elkaar te vergelijken. Daarnaast zijn er gerenommeerde tijdschriften met een lange geschiedenis. Hun impact factor is misschien wat gedaald, maar hun prestige in de wetenschappelijke wereld is er nog. Een mooi voorbeeld is het Biological Journal of the Linnean Society (met een impact factor van ‘slechts’ 2.2) waar Charles Darwin en Alfred Russel Wallace in 1858 hun historische artikelen over evolutie publiceerden.

Peerreview
Terug naar onze hypothetische wetenschappers. Omdat hun resultaten mogelijk baanbrekend zijn, beslissen ze om het manuscript naar Nature te sturen. Via een online inzendingssysteem komt het manuscript bij Editor in Chief (of hoofdredacteur) Magdalena Skipper terecht. Zij overlegt met enkele Senior Editors over de waarde en kwaliteit van het onderzoek. Uiteindelijk beslist ze om het manuscript af te wijzen. “Het is een interessant onderwerp”, schrijft ze. “Maar er zijn nog enkele problemen met de experimentele opzet en de statistische analyses.” Afwijzingen komen veel voor. Editors krijgen dagelijks vele manuscripten opgestuurd en moeten snel keuzes maken. De concurrentie is vaak moordend.


Onze wetenschappers laten zich niet afschrikken en proberen het – na enkele correcties – bij Science. Ook hier wordt het manuscript afgewezen. Het volgende vakblad op hun lijst is Proceedings of the National Academy of Sciences (kortweg PNAS). Hier is de Editor in Chief wel enthousiast en wordt het manuscript uitgestuurd voor peerreview. Peerreview is een cruciaal onderdeel van het wetenschappelijk publicatieproces. Het manuscript wordt beoordeeld door twee of meer reviewers: wetenschappers uit hetzelfde vakgebied die op zoek gaan naar fouten en onduidelijkheden in de studie. Meestal is dit een dubbelblind proces: de reviewers weten niet wie het manuscript geschreven heeft en de auteurs weten niet wie de reviewers zijn (al kan men soms wel raden wie het mogelijk is).

Revisie
Op basis van de peerreview maakt de editor uiteindelijk een beslissing. Als er teveel problemen zijn kan het manuscript alsnog afgewezen worden. Meestal vraagt de editor om het commentaar van de reviewers ter harte te nemen en het manuscript aan te passen (een zogenaamde revisie). Afhankelijk van de hoeveelheid werk maakt men een onderscheid tussen major revision en minor revision. Na elke revisie gaat het manuscript weer naar de reviewers die aangeven of ze tevreden zijn met de aanpassingen van de onderzoekers. Dit uitgebreide controleproces zorgt er in het algemeen voor dat de kwaliteit van wetenschappelijke artikelen hoog gehouden wordt. Daarom zijn artikelen in wetenschappelijke vakbladen met peerreview dan ook betrouwbaarder dan nieuwsberichten en blogs.

Niet perfect
Toch is het peerreview proces niet perfect. Af en toe glipt er een slecht artikel door de mazen van het systeem. Meestal merkt iemand dit tijdig op en wordt het artikel teruggetrokken (een zogenaamde retraction). Daarnaast kan peerreview de verspreiding van nieuwe ideeën vertragen. Een conservatieve reviewer is misschien niet gelukkig met een artikel dat zijn briljante theorie onderuithaalt en schrijft een vernietigend rapport over een manuscript. Wetenschappers zijn niet immuun voor persoonlijke voorkeuren en vooroordelen. Controle door meerdere reviewers kan dit probleem oplossen, maar het is geen garantie op succes.

“Je leest het goed: wetenschappers betalen tijdschriften om hun artikelen te publiceren. Vervolgens moeten universiteiten en andere instellingen de tijdschriften betalen voor toegang tot diezelfde artikelen”

Laten we nog eens kijken naar onze hypothetische wetenschappers. Hun manuscript heeft de peerreview bij PNAS overleefd en zal binnenkort gepubliceerd worden. Daar hangt wel een prijskaartje aan: voor een artikel van zes pagina’s betaal je ongeveer 1500 euro (en dat is zonder figuren in kleur). Dit deel van het wetenschappelijk publicatieproces is lastig uit te leggen aan het brede publiek. Je leest het goed: wetenschappers betalen tijdschriften om hun artikelen te publiceren. Vervolgens moeten universiteiten en andere instellingen de tijdschriften betalen voor toegang tot diezelfde artikels. Een mooi businessmodel voor deze vakbladen. De lokroep van deze publicatiekosten heeft geleid tot diverse ‘predatory journals’, valse tijdschriften die artikels publiceren zonder of met beperkte peerreview. Ze zijn vooral uit op het geld van naïeve wetenschappers. Gelukkig is het vaak meteen duidelijk dat je met een neptijdschrift te maken hebt.

Betrouwbaar
Zoals ik hierboven al schreef: artikelen in wetenschappelijke vakbladen met peerreview zijn betrouwbaarder dan nieuwsberichten en blogs. Dat betekent echter niet dat je de conclusies van deze wetenschappelijke papers blindelings moet vertrouwen. Omdat een paper in een gerenommeerd tijdschrift met een hoge impact factor verschijnt, betekent niet automatisch dat dit artikel de absolute waarheid bevat. Elke studie heeft bepaalde minpunten en iedereen kan fouten maken (zowel de onderzoekers als de reviewers). Lees het artikel dus door en denk er eens rustig over na.

Over de auteur
Jente Ottenburghs promoveerde aan de Universiteit Wageningen waar hij onderzoek deed naar de evolutie van ganzen. Na een stage bij de wetenschapsredactie van de Volkskrant en een postdoc aan de Uppsala Universiteit in Zweden werkt hij nu als docent ecologie aan de Universiteit Wageningen. Meer weten over Jente? Neem een kijkje op zijn website.