De droogte is gesprek van de dag. Maar is het echt zo uitzonderlijk? En kan er soms een link gelegd worden met klimaatverandering?

Het zal je niet ontgaan zijn; Nederland gaat gebukt onder droogte. Waterbedrijven laten regelmatig van zich horen; ze kunnen de watervraag wel aan, maar roepen consumenten op om – met name tijdens piekmomenten – bewust met water om te gaan. En het moet worden toegegeven; in de meeste delen van Nederland zal menigeen zich niet meer kunnen herinneren wanneer het voor het laatst goed geregend heeft. Steeds meer grasvelden kleuren geel en sommige bomen tooien zich al met herfstkleuren. Het landschap doet hier en daar Mediterraans of in ieder geval on-Hollands aan. Geen wonder dat de huidige droogte onderwerp van gesprek is. Want dit is toch uitzonderlijk?

Vijf drogere jaren
De huidige droogte is bijzonder. Maar het is zeker niet ongeëvenaard. Volgens het KNMI zijn er in de vorige eeuw maar liefst vijf drogere jaren geweest dan 2018. Te weten: 1911, 1921, 1947, 1959 en 1976. Het laatstgenoemde jaar spant de kroon. In dat jaar was tegen eind augustus sprake van een neerslagtekort van 350 millimeter.

Wat is een neerslagtekort?
Met neerslagtekort wordt de mate van droogte aangeduid. Het neerslagtekort wordt berekend door te kijken hoeveel water er door verdamping verdwijnt en hoeveel water er door neerslag bijkomt. Als er meer water verdampt dan er bijkomt, wordt gesproken van een neerslagtekort. Het KNMI berekent het gemiddelde neerslagtekort in Nederland tussen 1 april en 30 september op basis van data die op 13 verschillende plekken in Nederland worden verzameld.

Op dit moment is in Nederland sprake van een neerslagtekort van 256 millimeter. Dat ligt nog ver onder het record uit 1976, maar het neerslagtekort neemt dagelijks toe. In de zomer verdampt er gemiddeld elke dag zo’n vijf millimeter water. En dat is dit jaar niet veel anders. Zo lag het neerslagtekort op 18 juli nog op 230 millimeter en is het in zes dagen tijd dus met 26 millimeter toegenomen. Als het zo nog een weekje doorgaat – en daar ziet het wel naar uit – dan kan het huidige neerslagtekort zich begin augustus al meten met het neerslagtekort dat in 1976 in dezelfde tijd van het jaar werd genoteerd. Of het record dat in 1976 aan het eind van augustus werd gevestigd geëvenaard kan worden? Dat is koffiedik kijken. In 1976 was de maand augustus namelijk óók heel droog. En onduidelijk is nog hoe dat in 2018 zal zijn.

Afbeelding: algraria / Pixabay.

Eén keer in de vijftig jaar
Het huidige neerslagtekort is hoe dan ook best bijzonder. Dat er in de derde week van juli sprake is van een neerslagtekort van 230 millimeter is iets wat we gemiddeld maar één keer in de vijftig jaar zien, aldus het KNMI. Mochten we op 1 augustus het neerslagtekort dat in 1976 op dezelfde datum werd genoteerd, evenaren, dan hebben we zelfs een situatie te pakken die gemiddeld slechts één keer in de 100 jaar voorkomt.

Hoe ontstaat droogte?
De huidige droogte is het resultaat van veel verdamping (door hoge temperaturen en weinig bewolking) en weinig of geen neerslag. Dat er al lange tijd weinig regen is gevallen, is volgens het KNMI te herleiden naar een hogedrukgebied boven het zuidelijke deel van Sardinië. Aan de rand van dat hogedrukgebied daalt de lucht, waardoor deze opwarmt en uitdroogt.

Zoals met alle weersextremen wordt ook in deze periode van droogte vaak een link gelegd naar klimaatverandering. Maar er is geen enkele aanwijzing dat de huidige droogte onderdeel uitmaakt van een door klimaatverandering ingegeven trend. Dat neemt echter niet weg dat verschillende klimaatscenario’s voorzichtig voorspellen dat we in de toekomst – als de aarde verder opwarmt – vaker met droogte te maken zullen krijgen. De huidige droogte is dus niet het resultaat van klimaatverandering, maar kan wel een beeld geven van wat ons land steeds vaker (en langduriger) te verduren krijgt als de aarde verder opwarmt.