Tot nu toe wisten we nog niet veel over welke veranderingen het brein van een vrouw doormaakt als ze zwanger is. En dat moest eens veranderen, vindt psycholoog Laura M. Glynn van de Chapman universiteit.

Glynn analyseerde een aantal studies en trok daar haar eigen conclusies uit. Vooraf wist ze één ding zeker: zwangerschap is een emotionele achtbaan. Moeder en foetus beïnvloeden elkaar. Stel, een moeder is ondervoed, dan past de foetus zich aan de ontstane schaarsheid aan. Hierdoor kan het kind de eerste levensjaren makkelijker zonder voedsel. Aan de andere kant is de kans op obesitas op latere leeftijd groter, zodra het eetpatroon een normaal karakter krijgt. Een ander voorbeeld: als de moeder angstig of depressief is, dan kan dit invloed hebben op de cognitieve ontwikkeling van het kind.

Het werkt ook de andere kant op. Als de foetus zich beweegt, dan versnelt de hartslag van de moeder. Is dit puur toeval of is er sprake van voortijdige binding tussen moeder en kind? Foetale cellen komen in het bloed van de moeder terecht, dus het is mogelijk dat deze cellen voor bepaalde veranderingen zorgen. Misschien worden deze cellen aangetrokken tot enkele gebieden in de hersenen, bijvoorbeeld de gebieden die betrokken zijn bij het verbeteren of optimaliseren van de moeder-kind-binding.

Glynn vindt dat er meer onderzoek gehouden moet worden naar de veranderingen in de hersenen van zwangere vrouwen. Tot nu toe is het meeste onderzoek uitgevoerd met knaagdieren. En tjah, de zwangerschap van een knaagdier is niet helemaal vergelijkbaar met die van een mens.