antarctica

Vele onderzoekers dromen ervan, maar het is maar voor weinigen weggelegd: onderzoek doen op Antarctica. Een groepje Nederlanders had het geluk er wel heen te mogen en doet nu alweer iets meer dan twee maanden onderzoek op het koude continent. Een mooi moment om eens even contact op te nemen en te vragen hoe het leven daar bevalt.

Eind december vertelde Patrick Rozema Scientias.nl over de bijzondere reis die hij begin januari zou gaan maken. Samen met andere wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen vertrok hij voor drie maanden naar Antarctica. Inmiddels is Rozema daar alweer twee maanden druk aan het werk. Hoog tijd om eens te vragen hoe het hem daar op dat spectaculaire continent vergaat.

Lange reis
Elke missie naar Antarctica begint op dezelfde manier: met een lange reis. En dat geldt ook voor de Nederlandse delegatie van de Rijksuniversiteit Groningen die op 6 januari Nederland verliet. “We vlogen van Amsterdam naar Frankfurt, naar Madrid en Santiago,” vertelt mariene bioloog Patrick Rozema, één van de onderzoekers die op dit moment op Antarctica aan het werk is. Tijdens de lange reis doen de onderzoekers heel veel indrukken op, maar moeten ze ook voor lange tijd afscheid nemen van bepaalde dingen. Bijvoorbeeld van behaaglijke temperaturen en de keuzevrijheid als het gaat om eten. “In Santiago hebben we nog een dag kunnen genieten van 25 graden Celsius, om de volgende dag door te vliegen naar Punta Arenas. Deze plek in het zuiden van Chili is de laatste gateway naar Antarctica. Het waren ook de laatste dagen waarop we zelf konden bepalen waar we trek in hadden: het hoogtepunt was een grote hamburger met verse salade en extra guacamole.” Op Antarctica zit dat er niet meer in: de onderzoekers moeten het daar doen met de voorraden die voorhanden zijn en verse groente en vers fruit worden slechts zelden ingevlogen.

Samen

Het leven op een onderzoeksbasis op Antarctica is bijzonder, zo stelt Rozema. Iedereen is echt op elkaar aangewezen. “Zoals andere mensen van het Nederlandse team kunnen beamen, is de hulpvaardigheid van iedereen op de basis zeer groot. We hadden verwacht dat iedereen vooral druk zou zijn met zijn of haar eigen werk. Maar zodra iemand een probleem heeft dan wil iedereen graag zijn steentje bijdragen. Zo is een Britse elektricien bijvoorbeeld op dit moment bezig met het repareren van een data-kabel die wij naar 100 meter diepte laten zakken. Dit omdat deze essentiële data verzameld die wij nodig hebben voor ons onderzoek. Iedereen op de basis begrijpt de noodzaak van teamwork om te kunnen werken op een continent als Antarctica.”

Aankomst
Voor Rozema is het de eerste keer dat hij Antarctica bezoekt. De eerste aanblik van het continent maakt een diepe indruk, zo vertelt hij. “Na een dag vertraging vlogen we uiteindelijk naar Rothera (een Brits onderzoeksstation op Antarctica, red.). Een vlucht van vijf uren, grotendeels over de Drake-passage. Na ongeveer vier uren vliegen zagen we dan eindelijk de eerste bergen, het eerste aangezicht van het Antarctisch Schiereiland. Ongeveer vijftien minuten voordat we aankwamen op Rothera begonnen we lager te vliegen om onze landing in te zetten. Dit was, zonder twijfel, de mooiste aanvliegroute die ik ooit heb gevlogen. We vlogen naast witte bergen over een helderblauwe oceaan met daarin grote witte ijsbergen. Met hier en daar tussen de bergen een grote sneeuwvlakte totdat we landden op een gravel landingsbaan.”

Aangenaam weertje
Op het moment van aankomst is het weer in Rozema’s woorden ‘aangenaam’. Er zitten zonnige dagen bij waarop het wel vier graden Celsius is. “Sinds de laatste twee weken krijgen we echter meer natte sneeuw en regen. Steeds vaker is het bewolkt en krijgen we meer last van harde wind. Dit laatste belet ons om met onze boten monsters te gaan verzamelen. Toen ik vandaag de gordijnen open deed, zag ik echter voor eerst dat de sneeuw bleef liggen. De winter begint er nu dus langzaam aan te komen. De hoogste temperatuur die hier wordt gemeten is ongeveer vijf graden Celsius in de zomer terwijl de laagste temperatuur in de winter ongeveer min twintig graden Celsius is. Natuurlijk komt hier nog wel de wind chill-factor bij zodat het veel kouder kan aanvoelen.”

Geen sneeuw

“Wat me tegenvalt, is de hoeveelheid sneeuw op de basis,” vertelt Rozema. “Ik had verwacht dat de gehele basis bedekt zou zijn met sneeuw. Maar de zomers zijn hier zo warm dat alle sneeuw die in de winter is gevallen alweer gesmolten is. Voor de kerstdagen was alle sneeuw op de basis verdwenen. Met als gevolg dat we nu over keien naar de kantine moeten lopen. Het kleine verschil tussen een paar graden boven of onder het vriespunt maakt toch een erg groot verschil in dit gebied.”

Het water op
Het weer heeft grote invloed op het onderzoek van Rozema en zijn collega’s. Hun studie richt zich op de samenstelling van fytoplankton in de Ryder Bay en daarvoor moeten de onderzoekers het water op: iets wat door extreme weersomstandigheden lang niet altijd mogelijk is. “Tot nu toe hebben we het monsteren af en toe een dag moeten uitstellen, omdat de wind te sterk was. Ook hebben we af en toe ons plan moeten wijzigen wanneer er te veel ijs lag op de plekken waar we wilden monsteren. De wind kan immers al het ijs in een hoek van de baai blazen. Ook is het onlangs voor het eerst voorgekomen dat er een boot werd teruggeroepen, omdat het zicht te slecht werd, dit door een combinatie van laaghangende bewolking en sneeuw.” Natuurlijk is het vervelend als het weer het werk van de onderzoekers in de war schopt, maar de wetenschappers hoeven zich zeker niet te vervelen, zo benadrukt Rozema. “Het geeft ons de gelegenheid om onze apparatuur te onderhouden, het lab op te ruimen, de ruwe data uit te werken en natuurlijk onze eigen was te doen.”

Microalgen
Maar wat onderzoeken de wetenschappers nu precies op Antarctica? We vroegen het professor Anita Buma, eindverantwoordelijke (oftewel principal investigator) tijdens het onderzoek. Buma bevindt zich momenteel niet op Antarctica, maar hoopt tijdens de tweede expeditie (in januari 2014) het continent te bezoeken. Ondanks dat ze zich nu niet op Antarctica bevindt, weet ze als geen ander hoe het leven daar is. Buma was de eerste Nederlandse onderzoekster die Antarctica bezocht. “Onze aandacht gaat tijdens dit onderzoek specifiek uit naar de mariene microalgen die in het water rondzweven. Dit is het zogenaamde fytoplankton. Deze microalgen vormen de basis van de voedselketen in alle zeeën en oceanen, zo ook rond Antarctica. Dit betekent dat uiteindelijk alle leven in zee afhankelijk is van de groei en soortensamenstelling van deze algen. Wanneer door klimaatverandering de leefomstandigheden voor algengroei veranderen, zal dit ook invloed hebben op bijvoorbeeld het krill, vissen, pinguïns of zeezoogdieren. De opwarming van het Antarctische schiereiland, waar ook de Nederlandse basis op is gelegen, en aanpalende zeegebieden heeft al zichtbare gevolgen gehad voor de verspreiding van bijvoorbeeld pinguïnpopulaties, en van het krill (hoofdvoedsel van de meeste pinguïnsoorten op Antarctica). Dit heeft voor een groot deel te maken met veranderingen in de verspreiding en soortensamenstelling van de algen. Een belangrijke verandering in de algensamenstelling wordt veroorzaakt door veranderingen in de eigenschappen van het kustwater: deze omvatten veranderingen in zee-ijsbedekking, versterking van de menging door toenemende wind, en het zoeter worden van het water door toename in het smeltwater dat van de smeltende gletsjers afkomt.”

Aan het werk op Antarctica.

Aan het werk op Antarctica.

Verwachtingen
Het is nog te vroeg om inhoudelijk iets over het onderzoek te kunnen vertellen, maar Buma en haar collega’s hebben natuurlijk wel bepaalde verwachtingen. “Onze verwachting is dat we tijdens de zomermaanden (december-januari en februari) een verschuiving gaan zien in de algensamenstelling, ten gunste van kleinere algensoorten. Deze kleinere soorten zijn beter opgewassen tegen het toenemende smeltwater. Echter deze kleine algen staan niet op het menu van het krill, omdat het krill alleen grotere algen kan eten. Wanneer we inderdaad deze verschuiving naar kleinere algen gaan zien, zal dit de observatie dat het krill minder succesvol aan het worden is rond het Antarctisch schiereiland, wellicht kunnen verklaren. Dit zal weer gevolgen gaan hebben voor de zogenaamde draagkracht van het hele systeem, omdat het krill als hoofdvoedsel dient voor de meeste grotere organismen (vissen, vogels, zeezoogdieren etc.).”

Een baai op Antarctica (boven) en de mobiele laboratoria op Antarctica (onder).

Een baai op Antarctica (boven) en de mobiele laboratoria op Antarctica (onder).

Nederland
Het is zonder meer een interessant onderzoek, dat wetenschappers wereldwijd een beter beeld kan geven van de gevolgen van klimaatverandering. Maar waarom zijn het nu juist Nederlanders die voor dit soort studies naar Antarctica afreizen? “Nederland heeft sinds de tachtiger jaren een zeer sterk onderzoeksprogramma op Antarctica, waar vooral de mariene wetenschappen (chemische en biologische oceanografie) en de glaciologie bij betrokken zijn (maar ook bijvoorbeeld terrestrische biologie en humane wetenschappen, gericht op effecten van het toerisme). Zo speelt Nederland een prominente rol in het onderzoek naar zeespiegelrijzing in relatie tot de Antarctische ijskap, in onderzoek naar de effecten van het gat in de ozonlaag, of in de discussie over de plannen om ijzer in de Antarctische oceaan te storten om algenbloeien op te wekken, die CO2 kunnen afvangen.” Al die expertise heeft er uiteindelijk zelfs toe geleid dat Nederland een eigen, permanent lab op Antarctica heeft. “Het hebben van een vaste basis heeft voor de Nederlandse polaire gemeenschap grote meerwaarde. Wij hebben nu meer dan ooit de mogelijkheid de samenwerking met de Britten en andere internationale partners uit te bouwen. Ook biedt het hebben van eigen vierkante meters grote logistieke voordelen, want het maakt het heen en weer transporteren van fragiele apparatuur overbodig. Erg belangrijk is ook dat dit permanente lab ons stemrecht binnen het zogenaamde Antarctische Verdrag, dat onder meer de bescherming van Antarctica reguleert, consolideert.” Tenslotte wijst Buma erop hoe belangrijk het is om Nederlands onderzoek op Antarctica in ere te houden. “Wat we binnen Nederland aan polaire expertise hebben opgebouwd moeten we niet verloren laten gaan, maar aan een nieuwe generatie onderzoekers overdragen.”

Rozema is één van de onderzoekers uit die nieuwe generatie. De kans om naar Antarctica te gaan, greep hij met beide handen aan. En ook al is hij er nu twee maanden actief, één ding wordt wel duidelijk als we met hem spreken: echt wennen doet het niet. Zo verklapt hij dat hij zich blijft verbazen over het ecosysteem op Antarctica. “Ik ben onder de indruk van de productiviteit van dit ecosysteem. Op sommige dagen is het water bijna groen van de algen en springen de krill (kleine garnalen) voor onze boot uit. Op twintig meter van je boot zie je opeens een bultrug opduiken die zich tegoed doet aan een bijna onbeperkt buffet. Natuurlijk heb ik tijdens de voorbereiding veel over dit gebied gelezen maar om dit nu met eigen ogen te zien is onvoorstelbaar.”