vogel

U heeft het zich vast wel eens afgevraagd wanneer u naar boven keek en een meeuw zag zweven of een roofvogel zag ‘bidden’. Hoe zou het voelen om een vogel te zijn? Een nieuw boek biedt een fascinerend en veelzijdig antwoord op die vraag.

Wanneer een kind gefascineerd naar de hemel staart, ziet hoe musjes daar druk rond fladderen en zich vervolgens afvraagt hoe het toch zou voelen om een vogel te zijn, vraagt zich eigenlijk af hoe het zou voelen om te kunnen vliegen. Maar er zijn nog veel meer situaties waarin vogels zich kunnen bevinden en waarin we ons vertwijfeld kunnen afvragen hoe dat nu voelt, of hoe dat nu is. Denk aan zangvogels die zich in krap een week tijd letterlijk tonnetje rond eten en vervolgens duizenden kilometers te vliegen. Of hoe voelt het om als keizerspinguïn 400 meter diep te zwemmen? En wat voelt een jan-van-gent als hij zijn partner na een lange winter terugziet? En geniet een heggenmus ervan om honderd keer per dag gedurende ééntiende van een seconde te copuleren of wordt hij er vooral moe van?

zintuigenWaarnemingen
Het zijn stuk voor stuk hele interessante vragen. Het beantwoorden ervan valt echter niet mee. We moeten tenslotte oppassen dat we niet al te menselijke eigenschappen aan de vogels gaan toeschrijven. Ornitholoog en schrijver Tim Birkhead stapt in zijn nieuwe boek De zintuigen van vogels niet in die valkuil. Hij beantwoordt de fascinerende vragen door te kijken naar de zintuigen van vogels: wat zien, voelen, ruiken, proeven of horen ze? “De zintuigen van vogels gaat over hoe vogels de wereld waarnemen,” schrijft Birkhead. “Het is gebaseerd op het ornithologische onderzoek dat ik al mijn hele leven doe en op de overtuiging dat we steeds hebben onderschat wat er in de kop van een vogel gaande is.” Birkhead grijpt in zijn boek naar de laatste wetenschappelijke onderzoeken en legt op duidelijke wijze uit hoe wetenschappers tot de conclusies in die onderzoeken gekomen zijn. Zijn aanpak is simpel, maar verandert uw kijk op de vogel radicaal.

Het zicht
Birkhead werkt de zintuigen van vogels stapsgewijs uit. Zo begint hij met het zintuig waar veel vogels toch bekend om staan: hun zicht. Wist u dat vogels hun linkeroog voor hele andere dingen gebruiken dan hun rechteroog? Zo gebruiken kuikens hun linkeroog wanneer ze naar hun moeder lopen. En het rechteroog van de scheefsnavelplevier is in tegenstelling tot zijn linkeroog heel geschikt om dingen dichtbij te bekijken. Nog zoiets interessants: vogels zijn in staat om tegelijkertijd te slapen en te waken. Ze houden dan bijvoorbeeld hun rechteroog open, waarbij hun linkerhersenhelft actief is, terwijl de rechterhersenhelft slaapt. Heel handig als er geslapen moet worden, maar tegelijkertijd gevaar dreigt. Het zijn stuk voor stuk interessante feitjes. Maar ze geven nog niet direct antwoord op vragen hoe vogels dingen ervaren. Maar daar werkt Birkhead aan het eind van elk hoofdstuk op stevig onderbouwde wijze naartoe. Het hoofdstuk over het gezichtsvermogen sluit hij bijvoorbeeld af met de vraag hoe het voelt om als een kolibrie heel snel te bewegen en dus ook heel veel indrukken tot u te nemen. “De beste benadering van hoe het is om informatie even snel te verwerken als een kolibrie of een havik is het gevoel dat de tijd trager lijkt te gaan, een verschijnsel dat zich voordoet bij een bijna-doodervaring (…) Het bizarre is dat dit wel een handige manier is om een idee te krijgen van hoe het is om een snel bewegende vogel te zijn, maar dat psychologen inmiddels weten dat de trager verlopende tijd bij een bijna-doodervaring een illusie is. Het is een hebbelijkheid van ons geheugen: enge dingen worden zeer gedetailleerd in ons geheugen opgeslagen, en dus komt het idee dat de tijd trager verloopt pas na de gebeurtenis tot stand. Voor de kolibrie en sperwer gebeurt het uiteraard allemaal in real time.”

Nieuwsgierig?

Nieuwsgierig naar de rest van het boek? Bestel het hier!

Emoties
Hoewel de zintuigen van vogels fascinerend en zeker indrukwekkend zijn, is er een – ietwat afwijkend – hoofdstukje in het boek De zintuigen van vogels te vinden dat zo mogelijk nog interessanter is. Het heet ’emoties’. In dit hoofdstuk komt onder meer de jan-van-gent aan bod. Als een jan-van-gent het nest verlaat en later weer terugkeert, wordt deze door zijn of haar partner enthousiast begroet. Er wordt minutenlang ‘geknuffeld’. Maar zijn de jan-van-genten nu oprecht blij om elkaar terug te zien? Recent onderzoek suggereert van wel, zo schrijft Birkhead. Een onderzoeker was er getuige van hoe een vrouwelijke jan-van-gent verdween. Vijf weken nadat ze was weggegaan, keerde ze bij haar mannetje terug. Er werd geknuffeld. En hoe! De begroeting duurde maar liefst zeventien(!) minuten. “Omdat de begroetingsceremonie (knuffelen, kussen, etc.) ook bij mensen langer duurt als ze elkaar een tijd niet gezien hebben, ligt het voor de hand om ervan uit te gaan dat ook vogels het prettig vinden om met de partner te worden herenigd.”

Wat De zintuigen van vogels zo fascinerend maakt, is dat het uw beeld van vogels op zijn kop zet. Natuurlijk vinden we vogels fascinerend, maar we verwachten doorgaans niet al te veel van wat zich in het vogelkopje afspeelt. Onterecht, zo blijkt wel uit dit boek. De vogel is uitgerust met spannende zintuigen die ons veel kunnen vertellen over hoe de vogel de wereld bekijkt en ervaart. Want onze wereld mag dan complex zijn: die van de vogel is niet gemakkelijker. Met lange trektochten, partners die met de gekste fratsen versierd moeten worden, kinderen die moeten worden opgevoed en gevaar dat overal dreigt. Geen wonder dat de vogel met scherpe zintuigen en een scherp brein is uitgerust: het is de enige manier om te overleven. Helemaal begrijpen hoe het voelt om een vogel te zijn: dat gaat zelfs met het fantastische boek van Birkhead niet lukken. Maar een beetje kunnen we het na het lezen van dit boek wel inschatten. Hoe dat beetje voelt? Machtig!