Wetenschappers hebben een manier gevonden om de lichaamstemperaturen van uitgestorven dieren te achterhalen. Uit de metingen blijkt dat een verdwenen neushoornsoort een lichaamstemperatuur had van 36,6 graden Celsius. En de wolharige mammoet? Die was erg warm, namelijk 37,8 graden!

Dit komt niet als een verrassing. “Het zijn grote zoogdieren, dus we verwachtten warmbloedige dieren met een lichaamstemperatuur nabij de 37 graden”, zegt auteur Robert Eagle. “Toch is het aardig dat we dit nu kunnen meten. Zo kunnen we binnenkort op zoek gaan naar soorten met een onbekende fysiologie.”

De wetenschappers gebruiken tanden van fossielen om de temperatuur te achterhalen. Als er geen tand aanwezig is, werkt een stuk bot ook. Toch is een bot zachter, minder dicht en poreuzer, waardoor het in de loop van de jaren gevoeliger is voor chemische veranderingen.

Om te controleren of de methode klopt, gebruikten wetenschappers tanden en botten van hedendaagse dieren als olifanten, krokodillen en alligators. Eagle: “De temperatuurmeting – door middel van samengeklonterd-isotopen analyse van bioapatite – leverde extreem nauwkeurige getallen op.”

Dino’s: koud of warm?
Binnenkort gaan de wetenschappers aan de slag met fossielen van dinosauriërs. Waren ze echt koudbloedig, zoals moderne en uitgestorven alligators en krokodillen? Misschien niet. Antropoloog Herman Pontzer heeft ondanks metingen gedaan naar het energieverbruik van ledematen van dinosauriërs tijdens het lopen en rennen. “Onze resultaten geven aan dat dinosauriërs waarschijnlijk warmbloedig waren”, zegt Pontzer. “Annders kostte lopen en rennen teveel energie.”