De Azteken deden het al en ook wij Hollanders kregen al vroeg de smaak te pakken. Om het maximale uit ons kleine kikkerlandje te halen, maken we het gewoon een stukje groter. Het nieuwste en bijzonder ambitieuze project is de tweede Maasvlakte. Daar wordt water op dit moment land.

Het water kabbelt er nu nog lustig op los, maar dat gaat veranderen. Enorme schepen blazen een stukje uit de kust hun hele laadruimte vol met zand leeg. Het is geduldig werk, want het water is tamelijk diep en voordat er ook daadwerkelijk land verschijnt, zijn al vele uren verstreken. Maar het werk vordert. Op dit moment ligt er voor de kust al een flinke dam en er volgen er nog meer.

Zand
Daar is echter een hoop zand voor nodig. 365 miljoen kubieke meter, om heel precies te zijn. Ter vergelijking: daar kan het voetbalstadion van Feyenoord bijna 250 keer tot het randje met gevuld worden. Het zand wordt zo’n twintig kilometer uit de kust door zogenaamde sleephopperzuigers verzameld. Deze schepen zuigen het zand letterlijk op. Om te voorkomen dat er in één relatief klein gebied veel zand wordt gewonnen, is de afspraak gemaakt dat er maximaal tot twintig meter diep zand mag worden opgezogen. De boten brengen het zand zodra het laadruim vol is terug naar de kust en spuiten het daar – in het gezelschap van honderden meeuwen – op. Het werk vordert al aardig. Dat is met name goed te zien als de luchtfoto’s van het gebied naast elkaar worden gelegd.

Ambitieus?
Het lijkt een ambitieus plan en dat is het ook. Maar het is niet voor het eerst en ook zeker niet voor het laatst dat een natie tot zulke drastische maatregelen over moet gaan om ruimte te winnen. Een groot aantal volken ging ons voor. De methoden verschillen echter. We zetten de opmerkelijkste voor u op een rij.

Azteken – De Azteken waren er al heel vroeg bij. Zij legden vanwege een tekort aan land drijvende tuinen aan. Deze kregen de naam chinampa, wat letterlijk vierkant van riet betekent. De Azteken vlechtten riet aan elkaar, maakten daar vlotjes van en legden er vervolgens modder op. Overigens bleef het niet bij deze landbouwgronden. Later bouwden de Azteken een hele stad op vlotjes: Tenochtitlan. Deze werd later – toen er weer te weinig ruimte was – verder uitgebreid met chinampa. De drijvende constructies bleken bijzonder effectief en worden in sommige delen van Mexico nog steeds dankbaar gebruikt.

Palmeilanden – En dan zijn er ook de Palmeilanden nog. Deze worden op een vergelijkbare manier als de tweede Maasvlakte vlak voor de kust van Dubai opgespoten en moeten de hangplek van de rijken der aarde worden. De eilanden zijn in de vorm van een palm aangelegd, waardoor elk huis ongeacht waar het gebouwd is, aan het water grenst. Het is een spectaculair stukje werk, maar hoe lang de rijken der aarde er nog van kunnen genieten, is afwachten. In december vorig jaar maakte het Nederlandse bedrijf voor bodemonderzoek Fugro bekend dat de eilanden elk jaar zo’n halve centimeter zinken.

Hong Kong – Ook de luchthaven van Hong Kong bevindt zich op een door mensen aangelegd eiland. Vlak voor de kust lagen een aantal bergjes. Deze zijn afgevlakt. De stenen die hierbij vrijkwamen zijn tussen de bergen gestort. Dat was echter niet genoeg. Baggerschepen hebben toen het benodigde materiaal van de zeebodem geschraapt en tussen de bergen gelegd, hierdoor ontstond een lange baan.

Minerva – Ook het geval van de republiek Minerva is opmerkelijk. Dit staatje werd in 1971 gecreëerd. In de Stille Oceaan kwam het Minerva Rif enkele keren per jaar bloot te liggen. Toen het weer zover was, besloten een aantal mensen hun kans waar te nemen. Ze stuurden vrachtschepen met zand en lieten dat op het rif storten: een eilandje was geboren. In 1972 werd het eilandje onafhankelijk verklaard en kreeg het een eigen president en munt. De omringende landen kunnen er niet om lachen en bepalen dat het rif en het nieuwe eilandje aan Tonga toebehoort. Tonga annexeert het in 1972 en de president van Minerva wordt ontslagen. Het eilandje blijft tot de verbeelding spreken, maar van wie het nu precies is en wie erop mag wonen, is onduidelijk.

Hollandse eilanden – Naast deze buitenlandse, architectonische kunstjes hebben wij Nederlanders natuurlijk ook onze sporen verdiend als het gaat om de strijd tegen het water. Zo hebben we het gebied Neeltje Jans – oorspronkelijk een zandplaat – verhoogd, waardoor het een echt eiland werd. Als we dan ook stiekem de vele droogmakerijen meerekenen, dan zijn de Hollanders toch zeker heer en meester op het gebied van het ‘maken’ van land. Denk bijvoorbeeld aan Flevoland, Bijlmermeer en Haarlemmermeer.

En daarmee blijven de Hollandse bedrijven een streepje voorhouden op alle buitenlandse kunstmatige creaties. Sterker nog: bij de meeste projecten in het buitenland – bijvoorbeeld Palmeiland – zijn Nederlandse deskundigen betrokken. En als we de Engelsen moeten geloven, is dat niet voor niets. De uitdrukking luidt namelijk als volgt: “God created the world, but the Dutch created The Netherlands.”